Afrikaanse steden kunnen geld aantrekken, tonen Kenia en Zuid-Afrika

Sarah Colenbrander en Ian Palmer – IPS. Afrikaanse steden krijgen er tegen 2050 een miljard nieuwe inwoners bij, en dat is een enorme kans voor de lokale overheden. Tenminste, als ze middelen kunnen aantrekken om hun gebrekkige infrastructuur op peil te brengen. Voorbeelden uit Kenia en Zuid-Afrika tonen hoe dat kan, schrijven Sarah Colenbrander en Ian Palmer, hoogleraren aan de Universiteit van Leeds.

De snelle verstedelijking van Afrika is een opportuniteit voor de nationale overheden: het is goedkoper om allerlei diensten tot bij mensen in stedelijke gebieden te krijgen – van wegen tot gezondheidszorg. De groei van de steden kan een turbomotor vormen voor de economische ontwikkeling, omdat mensen in de industrie en dienstensector meestal economisch productiever zijn dan wie in de landbouw werkt. En stedelijke Afrikanen leven gemiddeld langer en hebben een hoger inkomen dan wie op het platteland blijft.

Maar overal op het continent zijn stedelijke overheden ook vaak zwak en kunnen ze maar beperkt belastingen heffen. Dat heeft voornamelijk te maken met de wijdverspreide armoede maar ook met wetgevende beperkingen omdat steden bijvoorbeeld de macht niet hebben om belastingen te innen.

Het resultaat is dat steden vaak maar over een erg klein budget beschikken, met name in Afrika ten zuiden van de Sahara. En ze hebben dus ook weinig middelen om de broodnodige infrastructuur te bouwen die nodig is om investeringen aan te trekken.

Ons nieuw onderzoek wijst op de rol van katalysator die de nationale overheden kunnen spelen in de financiering van die steden.

Breed gesteld kan de financiering voor stedelijke infrastructuur kan op vijf manieren gebeuren: transfers van het nationale niveau, het gebruik van eigen stadsmiddelen, leningen door de stad, financiering door nutsbedrijven en middelen halen uit de stijgende grondprijs die het resultaat is van de investeringen.

Nationale overheden spelen een sleutelrol omdat ze de steden de macht en de capaciteitsopbouw kunnen bieden om die financieringsmiddelen te gebruiken. Dat blijkt ook uit recente ervaringen in Kenia en Zuid-Afrika.

Lessen uit Zuid-Afrika
In 2014 werd Zuid-Afrika’s economische hoofdstad Johannesburg de eerste stad in het zuiden die een ‘green bond’ uitschreef. Met zo’n groene obligatie kan een stad goedkoper geld lenen dan met een normale, commerciële lening. En door het initiatief kon Johannesburg ook het ecologische engagement in de verf zetten. Drie jaar later volgde ook Kaapstad, de tweede grootste stad in Zuid-Afrika dat voorbeeld.

Beide steden krijgen terecht lof voor die prestatie. Om een obligatie uit te schrijven is geavanceerde financiële kennis nodig. De stedelijke overheid moet in staat zijn om beloftevolle projecten te identificeren en ze op een aantrekkelijke manier te verpakken voor potentiële investeerders.

En er komt nog meer bij kijken: investeerders moeten overtuigd worden dat de stad de steun heeft van de bevolking voor de voorgestelde projecten en dat ze in staat is de projecten te bouwen en te beheren, of het nu gaat om een busnetwerk of een recylagesysteem. Bovendien moet ze garanderen dat er transparante systemen komen die beschermen tegen corruptie.

Johannesburg en Kaapstad moesten aan heel wat van die voorwaarden voldoen voor ze hun green bonds konden uitschrijven. Maar ze stonden niet alleen: de steun van de nationale overheid speelde een cruciale rol.

Zuid-Afrika is het enige land in de regio dat expliciet toestemming geeft aan stedelijke overheden om geld te lenen. De wetgeving stelt duidelijk dat steden leningen kunnen gebruiken, inclusief stedelijke obligaties, om te investeren in infrastructuur. Die nationale wetgeving is ook belangrijk voor het vertrouwen van potentiële investeerders in de stedelijke obligaties.

Ook andere Afrikaanse steden zoals Dakar in Senegal en Kampala in Oeganda hebben pogingen gedaan om obligaties uit te schrijven maar die liepen op het laatste moment spaak. Zonder expliciete politieke en wetgevende steun van het nationale niveau kunnen steden deze vorm van financiering niet gebruiken.

Lessen uit Kenia
In Kenia zijn het eerder de nutsbedrijven die naar leningen grijpen. Kenia’s drinkwater- en waterzuiveringsbedrijven zijn eigendom van de districtsoverheden en hebben het wettelijk recht om te lenen om nieuwe infrastructuur te bekostigen.

Maar dat wettelijke recht blijft dode letter als niemand geld wil lenen aan de bedrijven.

De Keniaanse overheid (met steun van de Wereldbank) werkt daarom samen met de nutsbedrijven om ze te helpen toegang te krijgen tot leningen van commerciële banken. Ze worden aangemoedigd te lenen voor de bouw van nieuwe watervoorziening, rioleringsknooppunten, publieke toiletten en openbare drinkwaterfonteinen.

Als de bedrijven een project tot een goed einde brengen, krijgen ze een bijkomende financiële bonus van de overheid die ze niet hoeven terug te betalen. Op die manier stimuleert de overheid de bedrijven om hun creditscore op te krikken en in de toekomst goedkoper te kunnen lenen.

De Keniaanse overheid helpt steden ook om samen obligaties uit te schrijven voor nieuwe infrastructuur. Die gemeenschappelijke aanpak heeft als gevolg dat een mogelijke investeerder minder risico loopt als een bepaald project mislukt of een individueel nutsbedrijf over kop gaat. Dat moet leiden tot meer interesse en lagere intresten.

De eerste gemeenschappelijke bond zou dit jaar nog uitgeschreven worden. Daarmee zouden diensten voor zo’n 400.000 Kenianen gefinancierd kunnen worden.

Dergelijke gemeenschappelijke bonds zijn eerder al gebruikt in Colombia, India, Mexico en de Rilipijnen, maar nog maar zelden in Afrika ten zuiden van de Sahara. Als landen het voorbeeld van Kenia willen volgen, zullen ze een duidelijk en transparant wettelijk kader moeten scheppen.

Behoefte aan nationaal leiderschap
Veel steden en lokale overheden in Afrika kampen met een erg gebrekkige infrastructuur en snelle bevolkingsgroei. Ze kunnen van de obligatiemarkt gebruik maken om een aanzienlijk deel van het geld op te brengen dat nodig is om die infrastructuur aan te pakken.

Maar ze kunnen dat niet alleen. Zoals uit ons onderzoek blijkt, hebben nationale overheden in de regio een cruciale rol te spelen. Ze moeten maken dat de juiste wetgeving er is en moeten lokale overheden helpen om de investeringen op de been te brengen die nodig zijn om hun steden duurzaam te laten groeien.

Bron: The Conversation

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV