Afrotopia of Afrotropie?

Mart Hovens. “When will we Africans ever stop considering others’ past as our future?” vraagt de Togolese schrijver Sami Tchak zich af tijdens een debat. De Senegalese filosoof Felwine Sarr antwoordt dat Afrika inderdaad zijn eigen problemen moet en kan oplossen.

In zijn boek Afrotopia stelt hij dat Afrika de geërfde economie, cultuur en filosofie achter zich moet laten en zijn eigen culturele achtergrond moet gebruiken voor zijn emancipatie. Hij pleit voor een Afrikaanse Renaissance.

Hij is niet de eerste. President Senghor van Senegal ontwikkelde in de jaren 30 de filosofie van de Négritude. Zwarte Afrikanen, binnen en buiten het continent, moesten trotser zijn op hun eigen huidskleur en cultuur. Er verschenen dichtbundels waarin het zwart zijn verheerlijkt werd. Uiteindelijk bleef het hele idee beperkt tot een kleine kring intellectuelen in Frankrijk.

President Mobutu van Congo begon in de jaren 70 met de Zairesation van zijn land. Je eigenwaarde als Afrikaan moest worden opgekrikt. Eigennamen veranderden van de vaak katholieke norm (in Mobutu’s eigen geval Joseph-Désiré) naar een Afrikaanse vorm (Sese Seko kuku Ngbendu wa za Banga). De plaatsnamen verloren hun koloniale aanduiding (Kinshasa heette bv Leopoldville). Het westers kostuum werd vervangen door een soort Mao-pakje: abacost (à bas le costume; weg met het kostuum). De buitenlandse bedrijven werden genationaliseerd (‘gezaïriseerd’). Het land, de rivier en de munt werden herdoopt tot Zaïre. Deze ruk naar meer authenticiteit mislukte omdat het van boven opgelegd werd en slechts door repressie gehandhaafd kon worden. Na Mobutu’s val kwam alles weer bij het oude.

Tegenwoordig zijn in Congo mensenrechtengroepen actief, is er vredestheater op de rivier, worden boerencoöperaties versterkt om hun rechten te claimen, worden kritische films uitgebracht en wordt dagelijks op de Congolese rumba, de soukous, gedanst. Dat riekt toch – ondanks de vaak weinig stimulerende omstandigheden – weer naar authentieke zelfexpressie.

Aan de andere kant zijn in Kinshasa vandaag de dag overal road blocks waar dronken militairen drinkgeld opeisen. De gevangenissen slagen er niet in de bewoners binnen te houden. Projecten liggen stil. Er wordt niet meer geïnvesteerd. De verkiezingen gaan dit jaar definitief niet door. En de Congolese franc is nog maar de helft waard van die van een jaar geleden.

In een recent OCHA-rapport staat dat 2 miljoen Congolese kinderen ernstig ondervoed zijn. Binnen het land zelf zijn 4 miljoen mensen op de vlucht, hetgeen Congo tot het land maakt met de meeste interne ontheemden in Afrika. Dit alles wijst meer op chaos (entropie) dan op een samenleving die trots op zijn wortels is.

Ik vind het moeilijk om de positieve zienswijze van Sarrs Afrotopia, en van Aart van der Heide in zijn artikel Het einde van de ontwikkelingshulp aan Afrika, te laten matchen met de ellende in Congo. Zijn wijzelf ook niet verantwoordelijk voor deze entropie: het terugvallen in wanorde?! Het door Aart genoemde Honest Discounts 2017 laat zien dat we jaarlijks nog steeds miljarden euro’s aan Afrika onttrekken.

Ik geloof niet in het utopische Afrika van professor Sarr maar evenmin in het entropische Afrika waarin het continent steeds meer tot chaos vervalt. Ik geloof wel in verantwoordelijkheid nemen, daar en hier, en in solidariteit met Afrika.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV