Angola voelt weer goed aan

Aart van der Heide. Bij aankomst op het vliegveld van Luanda word ik heel netjes behandeld. Op Schiphol vroeg mij iemand hoe het vliegveld van Luanda was. Prima zei ik. Helaas was mijn vaccinatieboekje niet in orde.

Ik weet dat de gele-koorts-vaccinatie nu gedurende je gehele leven geldig is maar heb daarvoor niet een stempel in mijn carnet. Ik kreeg een duidelijke uitleg in een kamertje van een agente van de “unidade de saúde” en mocht daarna zonder een boete te betalen – candonga – weer weg. Omdat ik professor aan de landbouwfaculteit in Huambo ben geweest. De bagage kwam snel aan. Mijn twee koffers werden netjes door een scan-apparaat gehaald en weer op het karretje gelegd. Buiten werd ik opgehaald door een oud-collega en we reden naar zijn huis in Nova Vida. De wegen zijn prima en overal schoongeveegd. Op de andere rijbaan stonden lange files met auto’s op weg naar hun werk. Ze zijn zeker meer dan twee uren onderweg en ‘s avonds idem dito. Luanda is een hoofdstad van meer dan 4 miljoen inwoners geworden. Een kunst om deze stad te besturen. Toch ben ik blij er niet meer te hoeven wonen of werken want het leven is er peperduur en zonder vriendenhulp red je het niet. Thuisgekomen kreeg ik een heerlijke kamer en viel na een nacht vliegen in een diepe slaap. Angola voelt goed aan.
Ik kom al gauw weer tot de ontdekking hoe gesmeerd hier alles op z’n angolaans verloopt. Overal zie je de moderne technologie om je heen. De Angolese tv-beelden zijn uiterst professioneel. Ik zie rappers die zelfs jonge meisjes aan halsbanden hebben, soapseries of telenovelas uit Zuid-Amerika, mooie reclames et ook talkshows. De telenovelas zijn hier al vele tientallen jaren uiterst populair. Ik ontdek dat er zelfs een apart Tv-kanaal voor bestaat. Wij Nederlanders vinden die uiterst zoet en kijken daarom liever naar Goede-Tijden-Slechte-Tijden of naar de VPRO. Overal kun je fastfood kopen. Bier, whisky en Coca-Cola zijn volgens mij nationale dranken geworden. Iedereen hier spreekt Portugees. Stiekem denk ik dat de kolonisatie hier heel goed geslaagd is. Angola is net als Brazilië en de Verenigde Staten van Amerika een voorbeeld van goed geslaagde koloniale projecten van de Europese mogendheden. Luister naar de muziek van een land en je weet al genoeg. Van een bijzonder kolonialisme via marxisme-leninisme naar een wild kapitalisme heeft dit land eigenlijk al heel wat doorgemaakt. Zeker als je de burgeroorlog meetelt.
Een kleine toplaag van de bevolking is uiterst rijk. Een middenklasse bestaat er nauwelijks. De grote massa of hier “o povo” genoemd wel en die zijn arm. Ze moeten hard werken om hun kost bij elkaar te scharrelen. Ik zeg ook altijd dat de mensen hier hard werken. Ik heb hier altijd al de ontwikkelingswerkers gemist. Eenvoudigweg omdat het land geen ontwikkelingshulp krijgt.
Angola krijgt ook geen ontwikkelingshulp van de Nederlandse regering omdat het land rijk is door olie en diamanten. Ooit zei een hoge ambtenaar van Buitenlandse Zaken mij dat Angola een uiterst corrupt land is. Mijn antwoord was simpel. Je bent er nooit geweest en je kent de toestand waarin vele Angolezen helemaal niet. Het grootste deel van de bevolking is arm. Misschien dat een kleine toplaag corrupt is. Gewone Angolezen profiteren toch niet van die rijkdom? De enige buitenlandse ngo die hier werken komen uit landen die goede zakendoen met de Angolese overheid. De Amerikanen hebben World Vision en de Noren hun Norwegian Church Aid. De Duitsers met Brot für den Welt en de Britten met Christian Aid. Allemaal christelijke organisaties met goede contacten in Angola met hun christelijke partners. Geld komt dan via hun regering toch als een soort goed-makertje. Een Noors programma heet zelfs “oil for development”.
Nederlandse medefinancieringsorganisaties zijn er niet meer actief. Vroeger tijdens de burgeroorlog hebben ICOO, CORDAID, NOVIB, ZOA veel geholpen. Nederland zet nu volledig in op handel met de grote bedrijven in Angola terwijl juist de ontwikkeling van een sterke burgerbeweging of civil society vooral op het platteland hard nodig is. Een rechtvaardige plattelandsontwikkeling ook. Hier is dat broodnodig. De grote commerciële landbouwbedrijven krijgen wel steun vanuit Nederland. Waarom dan niet de hulp aan de organisaties die het leed van de gewone man en vrouw verlichten? Hulp aan de opbouw van plattelandsorganisaties is hier hard nodig. Voedselproductie en versterking van plattelandsvrouwenorganisaties. In vaktermen noemen we dat voedselzekerheid op huishoudniveau. Vanmorgen schreef ik een oud-leerling van me het volgende – zij is Angolaan en werkt nu voor het Wereld Voedsel Programma: “Na drie dagen Angola. Eindelijk een Afrikaans land waar het rustig en stabiel is. Geen terroristen en geen vluchtelingen maar wel genoeg andere problemen”. Haar antwoord was duidelijk. Helemaal mee eens. Zij denkt dat het probleem vooral macro is. Hopelijk ziet onze regering dat ook zo, schrijft zij. Die kunnen worden opgelost maar m.i. nog beter met hulp van buitenaf. Weer iets om goed over na te denken.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV