Biodiversiteit

Mart Hovens. Onlangs bracht het WWF een schokkend rapport over onze levende planeet uit. We zijn in een nieuw tijdperk beland, het antropogeen. Voor het eerst is er van de miljoenen soorten microben, planten en dieren maar één die de ontwikkelingen bepaalt: wij, de mens. En we houden daarbij nauwelijks rekening met het gegeven dat alle leven onderling verbonden is, dat alles ecologisch in evenwicht moet zijn.

Vrijwel alles wat we dagelijks gebruiken, komt uit dat netwerk van levende wezens, het ecosysteem ofwel de natuur. Zuurstof, voedsel, brandstof, geneesmiddelen, schoon water, schone lucht, landbouwgrond. De natuur dient ook als voorbeeld voor innovaties. Deze ‘diensten’ van de natuur worden jaarlijks op zo’n 125.000 miljard dollar geschat, ruim 100 biljoen euro dus. De moeite waard om te beschermen, zou je zeggen.
De studie volgde zo’n 17.000 populaties van zo’n 4000 soorten en kwam tot de verbijsterende conclusie dat het aantal wilde gewervelde dieren sinds 1970 met 60% gedaald is. De teruggang is het ernstigst in Zuid-Amerika (89%). In Afrika valt het nog mee (48%) maar daar is wel de bevolkingsgroei de komende decennia het grootst.
De biodiversiteit op aarde loopt ook terug. Op dit moment is het gewicht van alle mensen (één enkele soort) op aarde ruwweg 300 miljoen ton, van alle huisdieren (een paar soorten) 700 miljoen ton en dat van de wilde gewervelde dieren (heel veel verschillende soorten) slechts 100 miljoen ton. De voornaamste oorzaak van het verdwijnen van de natuur is de ontbossing voor de uitbreiding van landbouw- en veeteeltgrond, verstedelijking, mijnbouw en aanleg van infrastructuur. Samengevat: menselijke overconsumptie, leidend tot onderconsumptie en de dreiging van uitsterven van de andere soorten (vaak op andere plekken) op aarde.
We hebben maar één aarde, dus we zullen haar moeten beschermen. Consuminderen is geen populaire boodschap. Hier in Afrika begint men net aan wat welvaart te ruiken, en dan zouden ze ‘onze’ problemen moeten oplossen. Nee, dank je. We zullen dus aan alternatieven moeten werken.
Hier in Kinshasa, Congo, wonen zo’n 12 miljoen mensen. De projectie voor het jaar 2100 is 80 miljoen (het is na Lagos dan de tweede stad van de wereld). Dagelijks zie ik onderweg naar het dierenpark de krakkemikkige vracht- en bestelwagens vol met makala, houtskool, rijden. In de wijde omtrek staat geen boom meer overeind in dit deel van Congo waar ooit het oerwoud woekerde. Er zal dus naar andere energiebronnen als gas of zon gezocht moeten worden.
Op de markten ligt volop levend en dood vlees van wilde dieren. Bush meat is een lekkernij voor de arme oerwoudbewoner en de welgestelde stadsmens. Je wordt er sterk van. En nog steeds worden jonge chimpansees te koop aangeboden (de moeder is daarvoor neergeschoten). Het ecosysteem met zijn grote biodiversiteit komt steeds meer in verval.
En dat terwijl de Democratische Republiek Congo een van de weinige biodiversiteitshotspots van de wereld is. Het Congobassin is na het Amazonewoud, het grootste aaneengesloten oerwoud ter wereld. Het is een belangrijke CO2-buffer en gaat zo klimaatverandering tegen. Er leven diersoorten die nergens anders ter wereld voorkomen zoals de okapi en onze naaste verwant, de bonobo. Maar beide intussen zijn ernstig bedreigd.
Om het tij te keren heeft ondernemer André Kadima besloten om zijn dierenpark een educatieve functie te geven. Ik werk nauw met hem samen. We hebben onlangs een kleine subsidie van de Belgische biodiversiteitsorganisatie CEBoiS gekregen. Daarvan betalen we de trainer die de lessen op school geeft, het busvervoer naar het park (op 60 km), een lunchpakket en het door mij gemaakte didactisch materiaal.
Er zitten zo’n 60-100 kinderen in de klas, vaak met zijn vieren in een schoolbankje. Als de trainer een vraag stelt, steken ze allemaal een vinger op, knippen met de vingers, roepen en lopen naar voren. Iedereen wil het antwoord geven. Alleen bij het onderwerp evolutie ontstaat verwarring. Onze trainer slaagt er niet in een scherpe scheiding aan te brengen tussen biologie en godsdienst. “Het leven is ontstaan uit kleine cellen .. die God geschapen heeft”. Dat eerste is van mij, dat tweede van hem, een compromis dus. “Wij zijn uit de aap ontstaan (klopt niet, we hebben gemeenschappelijke voorouders, maar ja) maar God heeft ons hersenen gegeven.”
Ook verder liep het af en toe niet goed. “Welke dieren leven in het woud?” “Leeuw, aap, pygmee, slang, zebra, olifant”. “Wat eten dieren?” “Carnivoren eten andere dieren, herbivoren eten planten en insectivoren insecten.” En ‘homnivoren eten …’, schreef hij op het bord. Menseneters (homme is mens)?
Dezelfde leerlingen bezochten een week later het dierenpark. Hier leven de dieren in een semi-natuurlijke omgeving (zoals in een safaripark als de Beekse Bergen). De leerlingen raakten al enthousiast bij het zien van het eerste dier … een koe. Dit bevestigt wat we al dachten: de meeste kinderen in Kinshasa hebben nog nooit een groot dier gezien, laat staan een wild dier. Daarom is het beschermen van de natuur ook (letterlijk) een ver-van-mijn-bed-show. Met onze onderwijsactiviteiten hopen we een klein steentje bij te dragen aan het behoud van de natuur en biodiversiteit in Congo.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV