Biologieles in Kimpoko

Mart Hovens. Ik schreef al eens dat mijn loopbaan cyclisch geworden is. In de jaren 70 gaf ik biologie en zo aan HBO- en MBO-studenten in Nijmegen. Toentertijd fietste ik om 8.35 naar school en trof daar om 8.45 mijn studenten en het lesmateriaal aan. In Kinshasa fiets ik om 7.30 naar hotel Beatrice. Om 8 uur ben ik er maar daarna stagneert het vaak.

De auto blijkt kapot en we moeten op een andere auto wachten om naar het dierenpark in Kimpoko te gaan. Of er moeten eerst nog boodschappen gedaan en mensen opgehaald worden. Of het regent vreselijk en ik kom mijn wijk niet uit: te modderig voor de fiets en geen taxi’s te bekennen. Eenmaal op pad moet vaak ik de achterbank delen met de dierenarts, een lasser en een schooldirecteur. Een andere lasser ligt dan in de achterbak tussen de schriftjes, flipchart, en voedsel voor mens en dier.

Een keer vertrok de auto – tegen alle gewoonte in – op tijd. Net die dag was ik door de regen wat later en ik moest een taxi nemen. Die had last van de files en kon niet over het zandpad tot in het park komen. Helaas had mijn telefoon geen bereik en moest ik nog een uur in de middaghitte wachten. Ik ben nog nooit voor het middaguur in het dierenpark gearriveerd.

Op papier geef ik hier wekelijks van 10-12 uur een inleidende cursus voor het parkpersoneel. Bij aankomst kan het meestal ook nog niet beginnen omdat de flipchart vergeten is, of de generator niet werkt om de beamer aan te sluiten, of de medewerkers moeten nog op het gigantische terrein verzameld worden. Als ze onderweg niet in onze volle auto gepropt konden worden, zijn de 4 ex-studenten uit Kinshasa er ook nog niet.

Naast deze 4 Kinois die als vrijwilliger in het park gaan werken (vooral als gids) zijn er nog 10 andere leerlingen. 4 dierverzorgers en 2 werkers in het park, schooldirecteur Faustin uit Kinshasa die scholen voorlicht over het park, dierenarts Diderot, ingenieur Kaba, en de Belgische parkmanager Michel. Van analfabeet tot afgestudeerde ingenieurs, van Lingala sprekende dorpslui tot sjieke stadslui. Een
uitdaging, zelfs voor een ex-leraar!

We beginnen nooit voor 12.30. Waar nodig wordt in het Lingala vertaald en als ikzelf een woord in het Frans niet weet, vult Michel aan. Met name de net afgestudeerde dierenarts Diderot heeft veel vragen. Zijn biologische kennis mag dan wel niet up to date zijn (eerder al bleek hij niet te weten dat de dinosauriërs uitgestorven waren) maar over de huidige bedreigde diersoorten in Congo heeft hij verstandige opmerkingen. Helaas moet hij of een ander tijdens de les altijd wel even weg vanwege een geblesseerde zebra, een koe die op het gras van de buurman aan het grazen is, of een struisvogel die ontsnapt is.

De lessen gaan over de principes van dierenparken, biologie, ecologie en zelfs ethiek. Ook de karakteristieken (voorkomen, reproductie, voeding, etc.) van de huidige dieren in het park komen aan bod. Omdat de flipchart teveel plek in de auto inneemt, gebruik ik later mijn aantekenschriftje als schoolbord. Ik dacht alle namen van de ‘klas’ te kennen, maar verwisselde steeds die van beide stadsdames. Waar de een vorige week lang haar had, had ze nu kort en de ander had het omgekeerd. “Zo kan ik natuurlijk nooit jullie namen leren!”

Charlie en Nicole zijn nog niet echt klaar voor hun gidsrol. In het park kwam de mannetjesbuffel een beetje dreigend op hen af. Gegil. Je moet blijven staan, niet wegrennen want dan komt hij je achterna, zei ik. Maar ze verdwenen schielijk in de auto. Bij de andere dieren werden tientallen selfies gemaakt. Ook toen Monique (de chimpansee) op mijn rug sprong, gilden beiden het uit.

Mijn lesmethode bestaat uit veel gerichte vragen, aan de verzorger of de dierenarts, ieder op hun niveau. De vragen worden prima beantwoord. Zelf hadden ze ook veel vragen. Bij de chimpanseefilm bijvoorbeeld over de gezwollen schaamlippen van de vrouwtjes. Ik legde uit dat wij mensen die in onze evolutie kwijtgeraakt zijn. Mannen weten nu niet of en welke vrouw ze bevruchten, dus om zeker te zijn dat het hun eigen baby is (belangrijker: dat het hun eigen genen zijn) paren ze steeds met dezelfde vrouw. Zo ontstond de menselijke monogamie, overigens niet echt een populair
verschijnsel in Congo.

Ik had ook enkele lessen uitbesteed: veel voorkomende dierziektes aan Diderot, parkregels aan Michel, en het ontvangen van toeristen aan Monique (niet de chimpansee). Diderot hield een zeer academisch verhaal en ik herleidde dat voortdurend tot de begrijpelijke praktische omstandigheden in ons park. De oudere dierverzorgers testten hem uit door nóg praktischer vragen te stellen. Toen het over rabiës ging, nam hij als voorbeeld: ‘stel dat een wolf de omheining van de eenden binnendringt’. Een wolf in Afrika? Ik verdedigde hem maar steeds (‘een wolf in het lokale spraakgebruik is een hyena of jakhals’).

De les over de huisregels was redelijk saai. Ik zag de mensen gapen. De stadsdames veerden op bij de regel: als een aap poep naar je gooit, moet je je niet omdraaien en weglopen (om dit gedrag bij de aap niet te belonen). “Ach gads, word je dan niet ziek?” De 2 politieagenten deden dit keer ook mee. Logisch, gezien het onderwerp. Hoe bestraf je een bezoeker die steentjes naar de dieren gooit? Niet meteen neerschieten, zei ik voor de grap tegen de bewapende agenten. “Haha, nee, wij zijn er om de mensen te helpen.” “Dat is toch niet wat we dagelijks op het nieuws zien”, reageerde een der ex- studenten. Hij doelde op de met buitensporig geweld onderdrukte demonstraties. Daarna discussieerden de 4 afgestudeerde maar baanloze stadslui nog over de situatie in Zimbabwe. Zij wilden dat ook wel voor Congo maar ik was minder enthousiast. “Het leger stelt de president aan?! En dan een wellicht een nog grotere boef dan Mugabe?!” “Voor Congo is alles beter dan Kabila.”

Monique heeft in Kameroen al workshops over ecotoerisme gegeven. We deden ditmaal een aantal rollenspelen om de zaak te verduidelijken. Monique speelde een ongeïnteresseerde gids die de toerist behandelt om er aan te verdienen. Ik speelde een opdringerige gids die geen respect toonde voor de privacy van de toerist. Hilariteit want o zo herkenbaar. Daarna vroegen we wat er goed en fout ging. Het was de laatste les dit jaar en dus schreef ik voor alle deelnemers een officieel certificaat uit. Onder het genot van drankjes die door Monique gekocht waren, overhandigden we die plechtig. “Goed voor mijn CV!” zei de ongeschoolde dierenverzorger.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV