Boottocht op de Congo: Bumba

Mart Hovens. Gisteren ben ik grotendeels binnen gebleven en heb ik water en pillen geslikt. Ik heb nauwelijks gefilmd. Vannacht heb ik slecht geslapen door het hoesten en de aanlegmanoeuvres van de boot. We zijn in Bumba, onze laatste halteplaats.

Ik at vanochtend de harde koeken uit de Kasai die ik van Monique als noodrantsoen meegekregen had. Ik verzachtte ze in de lauwe koffie. Maar gelukkig kwam Roland al snel met vers brood en banaan langs. Dareck en hij gaan tickets en hotel regelen in het stadje, ik blijf thuis en drink en slik.
Ik was wel zeer benieuwd hoe ze de blitse auto van de gouverneur van Bumba (kadootje van het regime, niet voor pakjesavond – het is 5 december – maar voor de verkiezingen) aan wal zouden krijgen. Toch maar naar buiten dus. De duwboot nam de duwbak, waarop de auto stond, naast zich mee en zocht een plek aan de kant die niet te ondiep was. De kapitein vond een stukje oever dat vrij steil afliep. Hij duwde de bak zo dicht mogelijk aan de kant. Op de wal zochten werklui stevige planken. De auto reed de planken omlaag maar kon de oever niet op. De wielen draaiden, stofwolken stoven rond, maar de auto bewoog niet. Sterker, hij dreigde in het water te glijden. Veel geschreeuw, iedereen ging duwen, en uiteindelijk, in nog meer stofwolken, kwam hij omhoog.
Er kwamen in megafoons roepende mensen en toeterende auto’s langs. Zelfs een stoet fietsers die posters van hun kandidaat omhoog hielden. De verkiezingscampagne is begonnen. Ik probeerde op het dek wat internet te vangen. Een oude vrouw kwam luid schreeuwend naar me toe. Ik versta er niks van maar de anderen vertalen graag: ik moet haar geld geven, anders betovert ze mij. Omdat ik erg benieuwd naar dat laatste was, gaf ik niets. Maar nu begin ik toch wel zenuwachtig te worden. Mijn gezondheid is al zo zwak.
Op de oever was het levendiger dan in Lisala. Veel oude koloniale gebouwen waren handelshuis gebleven. Een ervan was van de vader van de in Den Haag veroordeelde en daarna afgewezen presidentskandidaat Jean-Pierre Bemba. Er stonden twee kranen die – net als die in Kinshasa – alleen maar als silhouet tegen de lucht functioneerden. Ernaast de Congolese kraan: een rijtje mannen gooide vanuit een boot stenen naar elkaar door en stapelde die op de oever op. Er reden nauwelijks auto’s maar wel heel veel fietsers. Er lagen minstens tien baleinières aangemeerd en een vijftal pousseurs met barges zoals wij. Steeds pakten prauwen onze reling vast om zich een klein stukje stroomopwaarts voort te trekken. Er waren ook erg grote prauwen bij, die echt van een woudreus gemaakt moeten zijn. Deze hebben vaak een buitenboordmotor, menskracht volstaat hier niet. In een ervan dacht ik een spleettrommel te zien. Dat is een holle boomstam met bovenop een spleet waar met twee stokken op getrommeld wordt. Hij wordt vooral nog bij rituelen gebruikt. Deze eeuwenoude traditionele drum communiceert door afwisselende hoge en een lage tonen naar verre dorpen te sturen. Eigenlijk is het dus de voorloper van de digitale (0 en 1) boodschappen die wij tegenwoordig over een grote afstand sturen, het e-mailen en appen avant la lettre.
Een duwboot en een duwbak met een container erop meerden aan. Een oude man strompelde op me toe. ‘Witte, ik ben ziek.’ ‘Wat heb je?’ Hij zei iets dat ik niet begreep. Ik had nog oude ibuprofen en die zou hem geen kwaad doen, dacht ik. De rivier hakt erin. De ziekenboeg breidde zich uit.
Gisteren was Alex al met een flinke wond op zijn been langsgekomen, vandaag had een andere werker zich flink in de vingers gesneden. Betadine en verband. Iedere dag verschonen. ‘Geen antibiotica?’ ‘Ik ben geen Afrikaanse dokter die voortdurend antibiotica geeft, de Betadine doet haar werk wel.’ Ook Dareck voelt zich koortsig vandaag (MH: hij zal een week later in Kinshasa in het ziekenhuis opgenomen worden met hevige malaria).
Een bemanningslid kwam me waarschuwen dat er een leeuwenvel te koop was. Ik ging kijken. Het was een luipaardvel. Het was door een jager in ‘het bos’ geschoten en kostte 1000 dollar, ‘à discuter’, dat wel. Ik mocht niet filmen. Dat deed ik wel bij een schaal gedroogde slangen. De reis is bijna ten einde. Ieder bemanningslid kwam afscheid nemen in mijn kamer en … of ik een kadootje voor hen had. Daarna ontstond er een meningsverschil over wie in ‘mijn’ hut verder mocht reizen. Ik hield me erbuiten. Ik vroeg wel wat ik met de vuilniszak waarin ik de hele de reis afval verzameld had, moest doen. Niemand begreep me. ‘In de rivier gooien is slecht voor het milieu’, zei ik. ‘Maar hier is heel veel milieu, dus maakt het niet uit’, en ze gooiden hem in de rivier. Langzaam dreef hij de 1350 km terug naar Kinshasa en daarna nog zo’n 600 km via de watervallen en stroomversnellingen de oceaan in.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV