Boottocht op de Congo: de storm

Mart Hovens. Het is 20 november. We liggen stil in de haven van Kinshasa. De reparatie van de duwboot duurde natuurlijk langer dan voorzien. Niemand lijkt ook haast te maken. Er komen intussen ook steeds meer goederen en bijbehorende handelsvrouwen aan boord. Ik baal dat ik niet net als de Congolezen kan zijn. Rustig zitten, tutten, dutten, en af en toe een maniokstaaf eten. Ik wacht nu al zo lang dat ik geen geduld meer over heb.

De Grand Pousseur (Grote Duwer) Primus I gaat van Kinshasa (met in het westen de stroomversnellingen omlaag naar de oceaan) naar Kisangani (met in het oosten de stroomversnellingen omhoog de bergen van de grote Afrikaanse Slenk in). 1735 kilometer stroomopwaarts over vlak water, soms smal en soms zo breed als een meer. Het eerste stuk is heel breed (Stanley Pool of Malebo Pool). Hier verzamelt het water zich voordat het zich via stroomversnellingen en hoge watervallen omlaag stort richting de zeehaven Matadi. Onbevaarbaar dus. Daarom is eind 19 de eeuw een spoorlijn aangelegd door de Belgen. Met springstof werden de rotsen weggeblazen. Dat gaf de stad zijn naam: Bula Matadi, in het Kikongo ‘hij die rotsen met de hand breekt’ (in werkelijkheid natuurlijk met dynamiet).
Rond 15 uur voeren we weer. Aan de ene kant Brazzaville met zijn moderne hoge gebouwen, aan de andere Kinshasa, ook met hoge gebouwen maar evenzeer met de vele hutjes en vervallen silo’s aan het water. We varen langs de scheiding tussen een Franse en Belgische kolonisatie. De scheiding tussen 50 jaar postkoloniale vooruitgang en 50 jaar stilstand. Overal zag je prauwen (uitgeholde boomstammen) met vissers. Ze gooien hun netten in een fraaie cirkel boven het water uit. Ik heb ze nog geen vis zien vangen.
Na het stadscentrum kwamen het grote Martelarenstadion, de ruim 150 m hoge échangeur (een megalomaan project van Mobutu waar nooit iets mee gedaan is) en het vliegveld aan ons voorbij. Ik hoopte voor het donker ons park te zien te krijgen maar dat was vergeefs. De boot gaat erg langzaam. Maar nog altijd sneller dan de auto naar het dierenpark want die staat op deze route vooral in de file.
We waren Kinshasa nog niet uit of een flinke storm barstte los. Donkere lucht en harde wind. De zeiltjes tegen de zon fladderden wild en raakten los. Naast ons raakten de drijvende eilandjes en boomstammen op drift. De wind blies ze tegen de boten aan. Er was nog meer geschreeuw dan anders op de boten maar het werd grotendeels door de storm overstemd.
Ons konvooi kon niet tegen de golven in keren en werd naar de oever gedreven. De golven sloegen over het dek. De boot wiebelde en er spatte zelfs water in mijn hut. De duwbakken kwamen vast te zitten in de moerassige oever. De duwboot maakte moeilijke manoeuvres tegen de wind in om de duwbakken los te trekken. Gebeuk tegen golven en duwbakken. In mijn hut vielen dingen om. Het was eng. Maar – zoals Monique voor de reis opmerkte – als je het avontuur wil, dan krijg je het ook. De achtergrond van dit tafereel werd gevormd door donderslagen en bliksemschichten, vaak horizontaal of in de meeste hallucinerende vormen zoals bloemen en kerstbomen. Het bleef regenen. Na twee uur duwen en trekken, waren er twee duwbaken los. Die werden door de duwboot een eind verder gesleept. Met een sterke lichtbundel werden de oevers afgezocht naar een aanlegplek. Niet te los want dan worden de bakken door de stroom meegesleurd, en niet te vast want dan moeten ze er weer met veel moeite uitgetrokken worden. “Binda, binda!” (trekken, trekken) hoorde ik boven de storm uit.

Op de voorste boot, die nog vast zit, zit Roland met spaghetti met een vleessausje en een fles Primus op me te wachten. Ik zit op de duwboot en kan er dus niet naartoe. Toen we langszij lagen, waagde ik de overstap. Hij bood me een warm pilsje aan. Hij had geen stroom en dus ook niet gekookt. Gelukkig had ik al mayonaise met stukjes oud brood gegeten, restjes uit het appartement. Het lijkt zo ver weg al, ons appartement in centrum Kinshasa, maar het ligt hier vlakbij.
Ik zei hem: ‘het probleem is niet of we ooit in Kisangani aankomen, het probleem is of we ooit uit Kinshasa wegkomen’. Hij moest niet lachen. Hij zei dat we niet verder konden. In Kinkole moest de stormschade gerepareerd worden. Enkele bolders (stalen paaltjes waar het schip mee vastgelegd wordt) waren afgebroken en moesten opnieuw vast gelast worden. Ook zou de suiker en malt benedendeks waarschijnlijk nat geworden zijn, en moest dat minimaal herschikt worden. De natte zakken naar boven zodat ze droog bij de brouwerij in Kisangani afgeleverd kunnen worden. Roland vroeg ook nog of ik opnamen van de storm had. Ja. Mooi, ze pasten dan goed bij zijn legende. De film die Dareck maakt, omlijst namelijk het verhaal van Bangombe-stam dat Roland in Lisala gaat voordragen.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV