Boottocht op de Congo: de zandbanken

Mart Hovens. Na vier dagen zijn bij kilometer 220 aangekomen. Onderweg zijn de mensen in de nederzettingen het meest actief in de vroege ochtend. We varen langs een zestal hutjes van leem en stro. Van een ervan stonden alleen de muren overeind.

Geld voor golfplaten is er duidelijk niet. In de groene muur van de oever is dit een egale lichtbruine vlek die eerder aan een stuk met dood bos doet denken dan aan een dorp. Alleen met mijn verrekijker kan ik de details zien. Er hangen enkele kledingstukken aan een lijn, allemaal even vaal. Een jonge vrouw staat bij een vuurtje, waar een pan op staat te koken. Een oud vrouwtje met een hoofddoek zit voor zich uit te kijken op een boomstam voor haar hut.
Kinderen in fletse en gescheurde kleren rennen achter elkaar aan. Een vrouw met een ontbloot bovenlijf haalt een bak water uit de rivier. Een andere vrouw, in een kleurrijke paan, roept naar de kinderen. Ik zie maar één man. Hij staat half in het water en trekt een gezonken prauw naar zich toe. Ik zie geen stoelen of tafels, geen enkel huishoudelijk apparaat, geen speelgoed, en nauwelijks kookgerei.
We komen langs Sandy Beach, geen toeristenoord maar het eerste zandstrand langs de route. Het ligt ver weg. De rivier is breed aan het worden, ik schat zo’n 5 kilometer. Later zal dat nog oplopen tot 30 km. De stroming is afgenomen, dus de boot vaart sneller. Er komen ook steeds meer zandbanken in de rivier. Ze blijven nooit op dezelfde plaats liggen, wat het navigeren moeilijk maakt (en daardoor heeft een rivierkaart ook geen zin). Ze zijn begroeid met gras, papyrus, en een enkele boom. Daarin overnachten de zilverreigers. Ik had hier eigenlijk wel wat meer vogels verwacht. Maar behalve de zilverreigers zag ik alleen een Hadad-ibis en een zwarte wouw. Tegen de avond zie je de zwaluwen de insecten boven het water jagen. Onze boot moet ook tussen de zandbanken laveren waar omdat het hoog water is, is dat niet zo’n probleem. Bij laag water is de kans op vastlopen erg groot. Het begint dus eindelijk op te schieten.
Ik maakte mijn hut schoon. Mijn etenswaren liggen hermetisch afgesloten om de ratten, mieren en kakkerlakken niet op verkeerde ideeën te brengen. Mijn maaltijden zijn anders over de dag verdeeld dan thuis. Na het opstaan, zo ongeveer om 6 uur, drink ik lauwe koffie en eet ik een koek. Het hete water dat op de boot beschikbaar is, komt uit de rivier en vandaar dat ik mijn eigen lauwe drinkwater gebruik. Dan ontbijt ik rond 9 uur met lauwe koffie en toast met smeerkaas en pindakaas. Rond 14 u is bij Roland een warme maaltijd, door hem of mij bereide variaties van spaghetti met saus, met een lauwe Primus. Dat is tevens de laatste maaltijd van de dag. Door het gebrek aan fruit en groente, en de staat van het toilet, heb ik obstipatie gekregen. Nóg meer lauwe koffie drinken dan maar.
Aan de Brazzaville-kant woont vrijwel niemand meer, aan de Kinshasa-kant neemt het leven toe. De oevers komen steeds verder van elkaar te liggen, ik schat nu zeker 10 km, met steeds meer begroeide zandbanken. Daartussen de vissersprauwen. Heel af en toe staat er een strooien afdakje tussen het groen. Hier overnachten de vissers. Een aantal meert bij onze boot aan en laat zich meeslepen. Ze kopen of verkopen niets. Ze praten en lachen met elkaar. Vrouwen vlechten elkaars haar. Sommige prauwen schatten de snelheid van ons of van henzelf verkeerd in, en missen de boot. Gelach op onze boot, gevloek in de hunne. De volgende boot kan even duren want er vaart hier niet meer zoveel. Ik denk nog wel een baleinière over land te zien rijden, maar hij heeft gewoon een andere doorgang genomen. Enkele kleine boten zijn nog wel te zien, vaak niet meer dan vlotten met passagiers. Levensgevaarlijk, lijkt me. De boten zijn overladen, meestal met houtskool. Rond de dorpjes is geen boom meer te zien, wel rookpluimen waar het hout verkoold wordt. Al die houtskool gaat op gammele bootjes en krakkemikkige vrachtwagens naar Kinshasa. Elektrisch of op gas koken is onbetaalbaar voor de meesten. En zo gaat de ontbossing van Congo voort. Het is het een na grootste oerwoud ter wereld maar zelfs dat heeft zijn grens.
We komen bij het stadje Bolobo. Zo’n duizend kilometer naar het oosten ligt het Salonga nationaal park. In 1929 werd daar de bonobo ‘ontdekt’ en vanaf dit plaatsje zouden de eerste bonobo’s richting Europa verscheept zijn. Het dier werd eerst als een ondersoort van de chimpansee, de dwergchimpansee, beschouwd maar kreeg door zijn volstrekt andere gedrag al snel zijn status als aparte soort. Chimpansees en bonobo’s zijn geografisch gescheiden, met de brede Congo als grens (beide soorten kunnen niet zwemmen). De bonobo zou naar dit plaatsje genoemd zijn. Hier zie ik de eerste stenen huizen, een school en een kerkje sinds drie dagen. En … een satellietmast. Snel contact met de buitenwereld maken! Mislukt.
Na Bolobo verschijnen er steeds meer woudreuzen langs de kant. Ook bananen en palmbomen nemen toe. Het begint op oerwoud te lijken. De boten vervoeren geen makala meer. In Kinshasa is er – nog uit de tijd van Mobutu – een vaste prijs voor vastgesteld en het duurdere transport vanaf hier maakt de houtskool niet langer winstgevend. Ik filmde. Het leek of alle kinderen uit het stadje in de rivier aan het spetteren waren. Mannen en vrouwen – een stuk uit elkaar – wasten zich. Andere mannen boetten de visnetten en hoosden water uit de prauwen. Ineens zag ik op mijn cameraschermpje een prauw met militairen en de Congolese vlag aankomen. Snel wipte ik naar binnen. Vroeger liep je hier het risico op wilde bewapende stammen, nu op rustige bewapende autoriteiten, allebei onwenselijk.
De late namiddag is de fijnste tijd op de boot. Er is dan schaduw op het dek, de wind zet meestal wat aan, en de vrouwen toveren lekkere geurtjes uit hun kookpotten. Ik ga dan zitten lezen en rondkijken op het ijzeren bankje onder de stuurhut. Als het donker is, loop ik met mijn zaklamp over het glibberige randje naar Roland. Na een uurtje of zo loop ik weer naar mijn hut. Vanavond waaide het flink en moest ik me goed aan kratten en andere lading vasthouden. In de verte weerlichtte het. De schijnwerper van onze boot streek langs een duwboot met vijf duwbakken. In het licht dwarrelden motten en andere insecten. Een vleermuis nam een duikvlucht naar het wateroppervlak. Op de andere boot klonk luide soukousmuziek en er werd gelachen, bij ons heerste diepe rust.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV