Boottocht op de Congo: het kanaal

Mart Hovens. De boot is in Kinkole gerepareerd en rond 6 u vanochtend vertrokken we weer. Na twee dagen op de boot hebben we 20 km afgelegd. Ik rij dit regelmatig met de auto naar het dierenpark en dan kost het maar 2 uur. Ik wil niet uitrekenen hoe lang het met dit tempo duurt voor we de 1735 km naar Kisangani afgelegd hebben. Ik heb Monique, ver weg in een andere provincie, alvast een voorspoedig 2019 geappt.

Langs de kant de vele houtzagerijen. De boomstammen worden aaneen gebonden, er komt een hutje op, en het vlot drijft zelf vanuit het woud naar Kinshasa. Het laatste stukje wordt het door een sleepbootje de haven in getrokken. Veel hout wordt illegaal gekapt. De Wereldbank steunt Congo om de woudbewoners alternatieve inkomsten te laten vergaren (fruit, kleinvee, toerisme) maar het geld is verdwenen in de zakken van het Ministerie van Milieu. Sterker: hetzelfde ministerie deelt kapconcessies uit aan Chinese en Maleisische bedrijven, ten koste van het woud en zijn bewoners. Ons konvooi van de duwboot en de drie duwbakken is 150 m lang. De boten zijn met verroeste kabels aan elkaar vastgemaakt. Die worden met grote draaiwielen aangetrokken. De duwbakken liggen 1,60 m onder water en ongeveer 0,50 m erboven. In de stuurhut hoor je de eentonige stem van de matroos met de peilstok helemaal vooraan: ‘water, meer dan 2 m’. Als de peilstok 1.60 aanwijst, dan moet de boot uitwijken. In totaal is er 700 ton lading aan boord waarvan 15.000 kratjes Primus, Cola, Fanta en Heineken bovendeks. Van de dorst omkomen zullen we niet. Benedendeks liggen de grondstoffen voor de brouwerij in Kisangani: suiker en malt.
Op de oever zie ik het presidentiële dierenpark met het vliegtuig als restaurant langskomen. Rechts daarvan de staketsels van het presidentiële industriepark van Mobutu met de verschillende ingestorte aanlegsteigers. Mobutu was een dictator, net als de huidige democratisch gekozen president, maar in het begin had hij oog voor wat Congo te bieden had en waar de bevolking naar verlangde. Uiteindelijk verlangde hij alleen rijkdom voor zichzelf. Het vervallen complex wordt gedomineerd door een hoge blauwe paal, de ‘piemel van Mobutu’. Even later voeren we voorbij ons dierenpark. In de verte kon je gemakkelijk de zandweg ernaar toe onderscheiden, evenals het groene dak van de restaurant. Zelfs de vogelkooien waren zichtbaar. Ik liet het met de verrekijker aan Roland zien, en probeerde het zelf op film vast te leggen.
Filmen deed ik vanuit de stuurhut, beschermd tegen nieuwsgierige blikken. Vanuit de dorpjes komen namelijk allerlei prauwen aanvaren. Ze verkopen en kopen van onze scheepslui. Maar aan boord zit ook altijd wel een militair en/of veiligheidsagent en/of douanier (de Congo vormt de grens met Congo-Brazzaville) en die willen graag overtredingen zien. “Toon me dat je belasting over de diesel betaald hebt”. “Bewijs dat je niet uit Brazzaville komt.” “Heeft die blanke een filmvergunning?” En – overtreding of niet – je moet altijd geld geven, anders moet de boot weer aan de ketting. Roland toonde me later de vergunning om deze reis te filmen en fotograferen. Maar die staat alleen op zíjn naam. Dertig jaar geleden maakte ik een dergelijke tocht. We moesten een speciale vergunning hebben om door het diamantgebied rond Mbuji Mayi te reizen. Het duurde weken omdat we niet wilden schuiven (behalve wat sigaretten dan). De vergunning is daarna nooit gevraagd.
Prauwen met balen tweedehands kleding uit Europa haken aan. De kleding wordt door de scheepslui gekocht en in het oerwoud weer verkocht. Daarom loopt iedereen daar (maar ook in Kinshasa trouwens) met shirtjes met ‘Garage van der Beemt, Naarden’ of (het vaakst) ’10, Messi’. Soms hangen er zo’n tien prauwen aan de boten. Omdat we stroomopwaarts gaan, spaart dat diesel of spierkracht uit.
Er varen baleinières (grote van planken gemaakte boten) langs, vol met makala (houtskool) voor Kinshasa. In de wijde omtrek van Kinshasa is er daarom ook geen boom meer te vinden. Ook een schip vol genummerde boomstammen kwam voorbij. Even later waren we in Maluku waar vele houtzagerijen zijn. Het is ook de smokkelplaats van bushmeat (gestroopt wild) en het is de laatste halteplaats voor ‘het kanaal’ dat naar het dichte oerwoud voert. Langs de kant zie ik nog steeds veel bewoonde scheepswrakken. Waar je in de meeste landen van Afrika opbouw ziet, zie je hier slechts afbraak. Al deze schepen voeren ooit met passagiers en goederen over deze machtige rivier, nu roesten ze weg en zijn door niets vervangen.
De rivier werd onrustig, niet door de wind dit keer maar door draaikolken. Je herkent ze aan de opeenhoping van draaiende drijvende eilandjes van waterhyacint. Deze sierplant is ooit ingevoerd voor het vijvertje van een Belg maar het overwoekert sindsdien de rivier en verstopt stuwdammen en scheepsschroeven. Je hoort het aan de motor als er een hyacint in komt. De kapitein neemt daarna even gas terug. De kunst is om bij een draaikolk met de richting van de draai mee te gaan. Moise, onze kapitein, is ervaren, die kan dat wel. Hij heeft overigens geen kaart, geen kompas en geen GPS. Hij vaart puur op 20 jaar ervaring.
We gaan Le Channel binnen. De heuvels aan beide kanten komen steeds dichter bij elkaar en de stroom wordt daardoor sneller. Onze snelheid neemt af van zo’n 5 naar 4 km/u. Op sommige plaatsen steken nog stuurhutten van vergane schepen boven het water uit. De lading is al lang geplunderd. Ook zag ik een zeilbootje. Het was een prauw met een eenvoudig zeil. De wind waait tussen beide heuvelruggen altijd uit het zuiden, terwijl de stroming ook naar het zuiden is. Goedkoop reizen in beide richtingen dus.
Onder mijn hut komt het koelwater van de motor naar buiten. Ideaal voor de afwas. Ik moet er wel wat acrobatische toeren boven de rivier voor uithalen, maar het wast perfect. Douchen doe ik onder een kraantje met hetzelfde koelwater in het hurktoilet. Daar poept men ook, dus het is – eufemistisch gezegd – niet helemaal schoon. Het plassen gebeurt gewoon vanaf het dek.
Rond middernacht plaste ik in de rivier. De bijna volle maan verlichtte de heuvelruggen. Het licht weerkaatste in de eeuwig bewegende golfjes op het water, zodat het een niet goed afgestemde tv-zender leek. Ik zag de silhouetten van twee vrouwen op een bankje aan dek. Ze keuvelden gemoedelijk. De scheepsmotor stagneerde even en een bemanningslid schreeuwde naar de kapitein. Aan land slechts heel sporadisch een lampje of vuurtje.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV