Cycloon Eliakim

Beer Visser. Het was de bedoeling dat ik de dag na mijn aankomst in Antananarivo zou doorvliegen naar Maroantsetra, een stad in het noordoosten van Madagaskar. Maar op dezelfde dag dat ik aankwam, kwam cycloon Eliakim aan land, met zijn oog precies over de baai van Antongil waar Maroantsetra zich bevindt.

Dat is niet ongewoon voor deze tijd van het jaar. Eerder deze maand trok Dumazile over het land, en in januari Ava. Bij die laatste kwamen minstens 29 mensen om, een onbekend aantal raakte gewond en meer dan 17.000 mensen werden dakloos. Vorig jaar werd het land getroffen door Enawo die meer dan tachtig mensen het leven kostte en een kwart miljoen mensen dwong hun huizen te verlaten. Maroantsetra stond tot aan de daken onder water. Aan geen van deze rampen is in onze wereld aandacht besteed: orkaan Katherina roept bij ons allemaal de beelden op van een ondergelopen New Orleans, maar wie heeft er gehoord van Ava, Dumazile en Enawo?
Zolang Eliakim actief blijft, worden geen binnenlandse vluchten uitgevoerd. Ik zit dus vast in Antananarivo, of Tana. Dat is tot nu toe geen straf: Laurent, een collega van een vriendin die in Maroantsetra woont, neemt me op sleeptouw door deze verrassende stad. Ze bestaat uit een hoog deel en een laag deel die worden verbonden door een wirwar van steile steegjes.
Bovenop de hoogste heuvel prijkt het paleis van de koningin, in de 19 e eeuw gebouwd voor de beruchte koningin Ranavanola I. We kriskrassen door de stad in crèmekleurige 2CV’s of Renault 5’jes – de lokale taxi’s – en eten ravitoto, de Malagassische tegenhanger van de Congolese saka saka – gekookte en gestampte maniokbladeren met rijst. Met een THB, Three Horses Beer, zie ik de zonsondergang vanuit een cafeetje in één van die straten met een onuitspreekbare naam: Anrianary Ratianarivo. Als het donker is, bel ik de chauffeur van het hotel waar ik verblijf, nabij het vliegveld. Met het bedrag van 30 euro dat hij vandaag aan mij verdient met het brengen en weer ophalen, is in één klap zijn halve maandloon verdubbeld.
In mijn hotel hoor ik dat mijn vliegtuig ook morgen niet zal vertrekken. Eliakim is afgezwakt maar nog steeds niet uitgeraast, en zakt langzaam richting Toamasina, waarna hij weer de oceaan op gaat om opnieuw in kracht toe te nemen. De volgende dag is het zondag, een dag waarop in de meeste Afrikaanse steden weinig te doen is. Winkels zijn dicht, maar de kerken zijn open. Op de straathoeken zingen kinderen met engelachtige stemmen wat geld bij elkaar. ‘s Avonds krijg ik het bericht dat de volgende dag een vliegtuig vertrekt.
Om er zeker van te zijn dat we dat op tijd halen, worden Laurent en ik extra vroeg met een auto van de Wildlife Conservation Society (WCS) naar het vliegveld gebracht. In Maroantsetra zal ik een tijdje bij deze organisatie verblijven om de lokale gemeenschap te helpen bij het professionaliseren van het ecotoerisme in Makira National Park, één van de projecten van de WCS. En we vertrekken niets te vroeg, want de notoire Afrikaanse files blokkeren alle toegangswegen naar het vliegveld. Een klein vliegtuigje brengt ons in drie kwartier naar Maroantsetra, volgens de reisgidsen het einde van de wereld. Vanuit de lucht is goed te zien hoe Eliakim heeft huisgehouden. Overal slingeren watervallen door de rivieren, het gevolg van de overvloedige regenval van de afgelopen dagen. De oceaan is tot diep uit de kust roestbruin gekleurd door het sediment dat via deze rivieren in zee wordt geloosd. Nabij de baai van Antongil duiken we naar beneden om te landen op het meest afgelegen vliegveld van Madagaskar. Als ik het vliegtuig uitstap, betreed ik een andere wereld. De klamme hitte valt als een natte dweil over ons heen. De bagage wordt naar binnengereden op oude karren, en een voor een handmatig overhandigd. Een WCS-auto brengt ons naar het hoofdkwartier. In de velden ligt overal was te drogen. Mensen zijn druk bezig om de modder uit hun hutjes te vegen. Ook in mijn hutje is de vloer nog nat. Eromheen liggen afgerukte takken.
Ik drink nog een biertje op een terras dat een prachtig uitzicht biedt over de Antainambalana rivier, het eiland Nosy Mangabe in de baai van Antongil en in de verte de heuvels van Masoala National Park, het laatste primaire regenwoud van Madagaskar. Als de zon in spectaculaire kleuren ondergaat, komt er een onwaarschijnlijke sterrenhemel tevoorschijn. In de verte dondert het. Eliakim heeft de elektriciteitsmast vernield, dus het hele dorp zit zonder stroom. In mijn hut is het aardedonker. Maar als ik later die avond onder mijn klamboe lig, ontwaar ik toch een lichtje. Een vuurvliegje probeert tevergeefs een partner te vinden. Het geeft als een klein fladderend lampje een zwak schijnsel op de houten muren.

http://www.passionatenomads.nl/madagaskar-blog/

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV