De crisis in Mali: mogelijke scenario’s tot verbetering

Aart van der Heide. In 2012 werd de democratisch verkozen president Amadou Toumani Touré of ATT afgezet door een groep jonge officieren onder leiding van kapitein Sanogo. Na bemiddeling door de West Afrikaanse organisatie ECOWAS en veel buitenlandse grootmachten werd de voorzitter van het parlement Dioncounda Traore tot interim-president benoemd die nieuwe presidentsverkiezingen kon uitschrijven. Ibrahim Boubacar Keita of IBK werd gekozen.

Sinds deze staatsgreep in 2012 is de situatie in het gehele land erg verslechterd. De VN-vredesmacht MINUSMA lukt het niet bij te dragen aan de bescherming van burgers. De Franse antiterrorisme operatie Barkhane jaagt op Jihadisten maar de aanslagen nemen alleen maar toe en heeft er o.a. toe geleid dat gewapende groepen, tot dan toe hoofdzakelijk actief in Noord-Mali, hun werkterrein hebben uitgebreid. In midden Mali is bijvoorbeeld het Front de Libération de Macina (FLN) opgericht. Deze organisatie baseert zijn bestaan op een 19 e -eeuwse Islamitische theocratie en vecht tegen o.a. onderwijs en regeringsvertegenwoordigers die volgens de westelijke ideologie werken.
Veel verklaringen van westerse regeringen melden alleen maar dat de ontsporing en de misère het gevolg is van deze staatsgreep. Ze leggen de schuld dan vooral bij het bestaan van jihadistische en andere gewapende groepen en ze negeren de diepere oorzaken volledig. M.i. is dit het gevolg van historische politieke zaken die teruggaan naar de koloniale situatie.
Zelf vergelijk ik de toestand in Mali met die in Afghanistan, Irak, Syrië en Libië. Vroeger was er de tegenstelling “oost-west” en nu steeds meer “westerse ideologie – fundamentalistische islamitische ideologie”. M.i. heeft het weinig met godsdiensten te maken maar wel met macht.

Kort overzicht Malinese geschiedenis
Op 22 september 1960 verklaarde Modibo Keïta in Bamako de onafhankelijkheid van Soudan van de Mali-federatie, onder de naam Republiek Mali. Deze president veranderde dit jonge land in een z.g. socialistisch experiment zonder de steun van Frankrijk de oud kolonisator. Dit experiment was gedoemd te mislukken. In 1968 grepen de militairen onder leiding van Moussa Traoré de macht en zij regeerden tot 1990 waarna een andere militair (de al genoemde ATT) een staatsgreep pleegde. Deze couppleger heeft vervolgens een parlementaire democratie ingevoerd. Vermoed wordt dat alles in Frankrijk werd voorbereid maar daarvoor zijn moeilijk bewijzen te verkrijgen. Er werden democratische verkiezingen georganiseerd. Het systeem was een kopie van het Franse systeem met een parlement en een presidentieel regeringssysteem. Dit systeem werd in alle westerse landen toegejuicht. Het moet wel gezegd worden dat dit gebeurde na de val van de Berlijnse muur op het moment dat de Sovjet-Unie ontbonden werd. Het democratische experiment begon goed. Bamako kende een opleving van allerlei democratische bewegingen aan de basis. Daarna ontplooide zich in Mali een geweldige economische ontwikkeling. Bamako de hoofdstad groeide uit tot een stad van meer dan 3 miljoen inwoners. Goud werd in grote mate in het zuiden gedolven en deze tak van mijnbouw ontwikkelde zich voor Mali in de tweede goudproducent van Afrika. Maar die economische opleving had een keerzijde. De werkeloosheid onder vooral jongeren en ook de hoogopgeleiden bleef hardnekkig en werd een geweldig blok aan het been van de opeenvolgende regeringen. De kloof tussen rijk en arm groeide enorm. Wij noemden deze ontwikkeling eenvoudigweg kapitalisme en Mali werd opgenomen in de vaart der volkeren.
In het tweede decennium van deze eeuw gingen de ontwikkelingen ineens razendsnel bergafwaarts. In Libië werd Khadaffi afgezet. Toearegs uit Khadaffi’s leger vonden de weg terug naar Mali en organiseerden in 2012 een nieuwe opstand maar werden kort daarna door Jihadisten overrompeld. Zij bezetten grote delen van het noorden. In 2012 pleegde een groep jonge officieren een staatsgreep uit onvrede met de regering van ATT en met name de ernstige verzwakking van het Malinese leger onder zijn bewind. Mali raakte in een internationaal isolement en pas met het vertrek van de coupplegers mocht het land weer meedoen.
Sinds 2014 breidde de onveiligheid zich verder uit. Ontevreden groepen in het midden van het land maakten midden Mali onveilig. Hun tegenstanders bestaan niet alleen uit Malinese soldaten maar ook allerlei ‘zelfverdedigings-milities’, die de situatie soms nog erger maken dan zij al is. De VN vredesmacht MINUSMA met een buitenlandse legermacht van 13.000 militairen en een jaarbudget van 1 miljard Euro probeert de rust te herstellen. Franse militairen – operatie Serval en daarna Barkhane – werden ook toegelaten om speciaal op jihadisten te jagen. Het gevolg van deze operaties is op zijn best heel matig te noemen. Het aantal Jihadisten is toegenomen en werken nu ook in buurland Burkina Faso. De MINUSMA heeft na 5 jaar aanwezigheid weinig bereikt. De armoede neemt toe. Europeanen zijn ook doelwit van de vele aanvallen en hun leven niet meer zeker zoals de aanslagen op hotel Radisson, la Terrasse, Kangaba. Veel meer aan de orde zijn de vele kleine incidenten waarbij MINUSMA, het Malinese leger en Barkhane doelwit zijn. Die vonden vooral plaats in het midden en het noorden. Laatste grote wapenfeit: de aanval op het vliegveld van Timboektoe, eerder vorige maand. En dan zijn er nog de vele “gewone” aanslagen op bussen. Drie nabij Gao alleen al twee weken terug. Banditisme, heeft niets met jihad te maken.
Vragen aan Malinezen, die in de eerste plaats slachtoffer zijn van deze crisis, levert bijna altijd dezelfde antwoorden op: wij hebben een slechte regering in Bamako die zich niet bezighoudt met onze dagelijkse problemen en verder de neokoloniale invloed van o.a. Frankrijk en zijn bondgenoten waaronder ook Nederland wordt gerekend.

Een uitweg uit de crises?
In het volgende probeer ik een antwoord te formuleren over mogelijke scenario’s om uit deze situatie te geraken. Ook probeer ik weer te geven wat gewone Malinezen hierover zeggen en denken. Het gaat immers om hun land en zij zijn in deze misère geraakt.
Wel moet ik eerst duidelijk maken dat het steeds duidelijker wordt dat iedereen die een goede historische analyse maakt geheel anders denkt dan degenen die deze analyse verzuimen te maken. In mijn gesprekken met diverse Malinezen kom ik er steeds meer achter dat dit historische terug kijken – waar ging het mis – ook door veel Malinezen gemaakt wordt.

1. Huidige toestand voortzetten
Dit is in het algemeen vooral buitenlandse opinie het belangrijkste scenario. Echter, gegeven het feit dat de toestand slechts verslechtert lijkt dit niet een vruchtbaar scenario. De VN MINUSMA militaire vredesmacht heeft volgens velen gefaald. De toestand wordt onveiliger.
De Franse militaire macht Barkhane bedoeld om de Sahel vrij van Jihadisten te maken meldt met enige regelmaat successen (vooral in de vorm van gedode terroristen) maar faalt toch als geheel. In Mali zien we een steeds sterkere invloed van Jihadisten die grote delen van Mali onveiliger maken. Veel Malinezen geven zelf aan dat hun regeringen hebben gefaald omdat ze zich te weinig bezighouden met de werkelijke problemen waarmee de burgers kampen.
De Jihadisten bieden op dit moment een alternatief door veel jongeren in midden en noord Mali economisch te ondersteunen. Deze jongeren hebben vaak een diploma gehaald maar nooit passend werk gevonden. Hun teleurstelling is groot. De Jihadisten geven hen hoop en geld.
Kortom de huidige toestand voortzetten is alleen maar zinvol indien een regering deze teleurgestelde mensen weer aan hun zijde krijgt.

2. Azawad erkennen
Azawad erkennen als zelfstandige staat wordt eigenlijk alleen maar door de Toearegs gewenst. De buurlanden zoals Mauritanië en Algerije hebben hier geen belangstelling voor. Indien gekozen zal worden voor deze optie zullen ook de gebieden in Niger, Mauritanië, Algerije enz. samengevoegd moeten worden om alle Toearegs in een centrale Sahara-staat te verenigen. Toearegs uit Mali wijzen regelmatig op dezelfde problematiek die de Koerden ondervinden. De huidige politieke krachten in de buurlanden maar ook in Europa zullen dit niet toestaan. En niet te vergeten ook de Malinese staat niet: dit is een absolute rode lijn. Plus dat de Toearegs alleen in Kidal de meerderheid vormen. In Gao, Menaka, Timboektoe wonen ook Sonrhai, Peul, Arabieren, Bella en Bambara en nog meer groepen. Die zullen geen door Toearegs beheerste staat erkennen. We zullen het maar niet hebben over hoe er ook nog intra-Toeareg politiek speelt van de confederaties en de families, waar ondermeer de volharding van Iyad Ag Ghaly in zijn radicale lijn aan toe te schrijven zou zijn.

3. Federatieve staat
Dit is de wens van veel gematigde Toearegs in noord Mali. Het bewind in Bamako zal dit nooit toestaan want ze weten maar al te goed dat een federatieve staatsvorm uit zal monden in een vorm van onafhankelijkheid. Daarbij komt ook het probleem dat identiteitspolitieke argumenten o.a. door de Sonrhais zullen gaan spelen. Was Timboektoe ooit een stad waar alle etnische groeperingen woonden, nu wonen er voornamelijk Sonrhais en Bella’s.

Mali overlaten aan de Malinezen
Dit is wenselijk maar tevens heel moeilijk. Mali is immers het speelveld geworden van allerlei financiële en economische belangengroepen. Indien alle buitenlandse krachten de soevereiniteit van dit land respecteren en daarbij ook een regering die werkelijk door het volk gesteund wordt dan ontstaat langzaam maar zeker de mogelijkheid om geleidelijk uit de crisis te geraken. M.i. zou het daarbij ook wenselijk zijn om een zekere vorm van federalisme in te voeren, ook al heb ik gemerkt dat dit voor zuiderlingen onbespreekbaar is.
Al met al wordt duidelijk dat er weinig realistische scenario’s zijn. Wel weet ik dat Mali op dit moment een sterke president nodig heeft die een regering van nationale eenheid kan garanderen. Malinezen moeten weer vertrouwen in hun overheid krijgen. Donoren zullen minder invloed moeten krijgen. Frankrijk zal een voorbeeld moeten nemen aan de Britse opstelling in de voormalige Britse koloniën. Hoop op een betere toekomst waarin jongeren ook geloven zal gegeven moeten worden zodat ze niet voor de Jihadisten zullen kiezen. Verbeterde levensomstandigheden is daarbij de eerste stap. Versterking van het nationale leger ook. Mali zal zijn eigen grondgebied moeten kunnen bewaken zonder hulp van de MINUSMA’s of de Barkhane’s.
De beweging Transformons le Mali is een beweging van vooral jonge Malinezen die de manipulaties van buiten maar ook van binnen echt beu zijn. Deze beweging kan zeker steun van buiten Mali gebruiken maar dan op een manier om de eigen politici en die in onze westerse landen te laten inzien dat het de Malinezen zelf zijn die het moeten doen. Het is uiteindelijk de internationale hulp, of dat nu militair of monetair die, hoe goed bedoeld ook, de verlammende binnenlandse status quo mede veroorzaakt heeft. Zij zal zich moeten leren te voegen naar de oplossingen die Malinezen via onder meer Transformons le Mali zelf aandragen, als wenkend alternatief voor het falen van de internationale gemeenschap en diens binnenlandse vazallen.
Zaterdag 2 Juni hield de oppositie een protestdemonstratie tegen het huidige bewind die uit elkaar geschoten werd. Buitenlandse mogendheden hebben dit geweld nauwelijks veroordeeld. Hun argument was “geen inmenging in binnenlandse aangelegenheden”. Hypocrisie in opperste vorm. De verwarring is nu alom. Gaat hier ook gelden “Twee honden vechten om een been en een derde gaat er mee heen”? Niemand kan deze onzekere toekomst voorspellen. Zoals één van de presidentskandidaten duidelijk zei: niet met wapens en alleen met overleg kan de situatie weer rustig worden.
Echter, hoe krijg je de Jihadisten aan de onderhandelingstafel? Wie kan de bemoeienis van Frankrijk en zijn bondgenoten terugdringen? Wie heeft invloed op de belangen en dus de bemoeienis van de buurlanden? Vooralsnog zal het huidige Mali een slangenkuil blijven waar het verdeelde Mali zelf een keuze moet kunnen maken. Wij zullen dat moeten respecteren.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV