De Nederlandse missie in Mali en de grootspraak van Mark Rutte

Fred van der Kraaij. We weten dat onze minister-president het soms niet zo nauw neemt met de waarheid. Wat dit betreft heeft hij wel wat gemeen met die andere regeringsleider aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Gelukkig houdt de vergelijking tussen hen hier op. Maar de onjuiste en ongenuanceerde uitspraken van Mark Rutte over de Nederlandse deelname aan de VN-missie in Mali, die ik onlangs in een landelijke ochtendkrant las, deden me besluiten hem hier publiekelijk weerwoord te geven.

In het Algemeen Dagblad (AD) van 26 september 2018 valt onder de kop: VN pleidooi Rutte: ‘VN missies moeten beter en veiliger’ te lezen dat onze minister-president, tijdens de Jaarvergadering van de Verenigde Naties in New York, opnieuw aandacht vraagt voor misstanden bij vredesmissies. Daar is op zich niets mis mee. Uit verschillende studies en rapporten is bekend dat er het een en ander aan sommige missies schort. Dit varieert van onderbetaalde, ongemotiveerde en onvoldoende getrainde vredesmilitairen, waarvan sommigen zich bovendien schuldig maken aan seksueel wangedrag, tot onvoldoende en ondeugdelijk materiaal, inclusief gepantserde voertuigen, communicatie-apparatuur en veldhospitalen.
Verder roemt Rutte de Nederlandse inzet. Nederlandse militairen zijn in Mali goed in het verzamelen van inlichtingen, zegt hij, en helpen zo de hele missie effectiever en veiliger te werken. Onze minister-president wil ook dat er een rotatie-systeem voor belangrijk materieel komt. Hier komt de Nederlandse ervaring, dat het moeilijk was om vervangers voor de uit Mali teruggetrokken Nederlandse helikopters te vinden, om de hoek kijken. De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA, de VN-missie in Mali, is inmiddels bijna gehalveerd, van oorspronkelijk 450 (in 2014) naar thans 250 militairen en loopt op 31 december a.s. af. De 4 Apache gevechtshelikopters en 3 Chinook transporthelikopters zijn al terug in Nederland. Ondanks de geconstateerde tekortkomingen kan Nederland goed werk doen in Mali, vindt de minister-president. Tsja, sommige politici zijn goed in het goedpraten van genomen besluiten. Desondanks zal Nederland niet doorgaan met de militaire bijdrage aan MINUSMA, is mijn inschatting. Een verlenging zit er niet in. Deze deelname was aanvankelijk sterk gemotiveerd door de wens van ‘Den Haag’ om een tijdelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad te bemachtigen. Dit is inmiddels (deels) gelukt. Laten we Rutte’s uitspraken – er van uitgaande dat deze door het AD correct zijn weergegeven – eens nader bekijken.

De kwaliteit van het ingezette materieel
Mark Rutte doet het voorkomen alsof de geconstateerde tekortkomingen uitsluitend gelden voor de inzet van militairen en materieel door regeringen van arme landen. Helaas is er geen onafhankelijk evaluatierapport over de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA beschikbaar, ondanks de eerdere toezegging van Rutte. Er zijn wel twee officiële rapporten te noemen waarin een snoeihard oordeel over de Nederlandse inzet wordt gegeven. Eind 2017 verscheen een rapport over de Nederlandse militaire missie in Mali van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Aanleiding was de tragische dood van twee Nederlandse militairen in Mali door ondeugdelijke munitie. Minister van Defensie Jeanine Hennis en de commandant der strijdkrachten, generaal Tom Middeldorp, traden om deze reden af.

Verder verscheen in juni van dit jaar een studie over de Nederlandse Mali-missie van de Algemene Rekenkamer. De opsomming van gebreken en falen door de Rekenkamer was verbijsterend. De operationele draagkracht van de Nederlandse strijdmacht heeft, zo constateerde de Algemene Rekenkamer, ernstig te lijden onder Nederlandse inzet in Mali. Minstens even ernstig was de conclusie dat het tekort aan materieel maakt dat er voortdurend geïmproviseerd moet worden. Er waren niet voldoende terreinwagens en nachtzichtkijkers. Communicatie-apparatuur bleek onvolledig bij aankomst in Mali. In sommige voertuigen zaten scheuren. Gebrek aan rijervaring in Nederland van uitgezonden militairen maakte dat zelfs rijexaminatoren naar Mali moesten worden overgevlogen. Het vertrouwen van de militairen in het eigen materieel was dientengevolge laag: 78% van de militairen vertrouwde het eigen materieel niet. De officiële reden voor de terugtrekking van de Nederlandse helikopters is dat de toestellen waarschijnlijk teveel te lijden hebben gehad van het zware Sahel klimaat, maar we kunnen het ook anders formuleren: ze waren niet geschikt voor dit klimaat en deze omstandigheden.

De Nederlandse taak in Mali: het verzamelen van inlichtingen
Nederlandse militairen zijn in Mali goed in het verzamelen van inlichtingen en dragen aldus bij aan een effectievere en veiliger missie, volgens onze minister-president. Natuurlijk is het goed mogelijk dat de minister-president over meer en betere informatie beschikt dan het algemene publiek, waartoe ik mezelf reken. Het zou dan transparanter zijn indien hij deze informatie, indien deze bestaat, zou delen. Nog mooier zou het zijn indien dit door een onafhankelijke, objectieve evaluatie zou worden bevestigd. We moeten het tot dusver doen met de feiten zoals we ze kennen. De klacht (uit militaire kring!) is dat de inlichtingen die door Nederlandse militairen in Mali worden verzameld in een ‘black box’ verdwijnen, waarna het onduidelijk is wanneer en hoe ze er weer uitkomen én wat er vervolgens mee wordt gedaan. Dit laatste is sterk afhankelijk van het mandaat van de vredesmissie.
Dit mandaat is door velen binnen en buiten de VN ernstig bekritiseerd als zijnde ontoereikend: MINUSMA mag niet actief achter terroristen of andere verstoorders van de vrede in Mali aangaan. Een van de Nederlandse Apache-piloten, Peter Gordijn, nam uit onvrede en frustratie over deze machteloosheid ontslag na in Mali gediend te hebben. In de praktijk zijn de Fransen met hun anti-terrorisme en elite-eenheid Barkhane effectiever in het opsporen van terroristen en hen uitschakelen dan MINUSMA. De Fransen opereren daarbij als James Bond, met een ‘license to kill’.
De uitspraak van onze minister-president dat Nederland heeft bijgedragen, middels het verzamelen van inlichtingen, aan een effectievere en veiliger missie is gebaseerd op drijfzand, met enig cynisme verwijzend naar de natuurlijke context waarin een groot deel van MINUSMA zich afspeelt: de Sahara. Het aantal aanslagen en de onveiligheid in Mali zijn sinds 2014 alleen maar toegenomen. Aanvankelijk viel vooral het noorden van het land ten prooi aan jihadisten en terroristen; de laatste tijd hebben de politieke onrust en instabiliteit zich uitgebreid naar het midden van het land. MINUSMA is de laatste jaren de dodelijkste VN-vredesmissie. De minister-president overspeelt hier duidelijk zijn hand en verkondigt onwaarheden. Hier wreekt zich ook het feit dat de door hem beloofde evaluatie nooit heeft plaatsgevonden.

De toekomst
De Nederlandse militaire missie in Mali loopt in principe af op 31 december a.s. Mijn verwachting is dat deze niet zal worden verlengd – ondanks het feit dat de huidige minister van Defensie, Ank Bijleveld, zich sceptisch heeft uitgelaten over een Nederlandse vertrek uit MINUSMA terwijl ons land in de VN-Veiligheidsraad zit. Maar de NAVO dringt aan om meer Nederlandse militairen naar Afghanistan te sturen en wordt daarin extra onder druk gezet door president Trump. Daarnaast bestaat er toegenomen huiver om in het buitenland militair op te treden na de recente kritische berichten over de Nederlandse steun aan de gewapende oppositie in Syrië die niet overeenkomstig het humanitair oorlogsrecht heeft gehandeld.
De beloofde evaluatie zal er naar mijn mening nooit komen. Bij gebrek aan een objectieve en onafhankelijke evaluatie menen politici als onze minister-president zich ongenuanceerde en onjuiste uitspraken over de Nederlandse militaire missie in Mali te kunnen en mogen veroorloven. Ik betreur dit. Het is belangrijk om ervaringen opgedaan in vredesmissies te gebruiken voor toekomstige programmering in conflictgebieden – met dank aan minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok voor deze formulering (zie de slotzin van zijn brief aan de Tweede Kamer d.d. 26 september 2018, ‘Beantwoording feitelijke vragen over steun aan gematigde gewapende oppositie in Syrië’).

Eerder verscheen over dit onderwerp: ‘Pleidooi voor een onafhankelijke evaluatie van de Mali-missie‘, 6 oktober 2017.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV