Heart of Darkness

Mart Hovens. We leven hier momenteel in een Heart of Darkness, naar het beroemde boek van Joseph Conrad over het peilloze diepe donkere binnenland van Congo. Op een dag kwamen er drie mensen van de SNEL langs, waarvan één met een ladder. Ze kwamen de stroom afsluiten.

Wij betalen de nauwelijks beschikbare elektriciteit braaf en de eigenaresse zou haar achterstallige schuld geregeld hebben. Dat laatste bleek helaas niet uit hun papieren. Madame de eigenaresse meteen gebeld maar mijn beltegoed was net op. Snel tegoed bijgehaald. Toen was er geen bereik en daarna nam madame niet op. Ondertussen wachtten de afsluiters ongeduldig om hun nuttige werk te doen. Gelukkig kon ik hen overreden één dag uitstel toe te staan.

Daarna ging ik naar de SNEL, de Congolese NUON. “Waarvoor betaal ik eigenlijk?!” Er ontstond een lange discussie. Dat in Congo bij niemand stroom een garantie was, tenzij je natuurlijk een privélijn betaalde. En ik had nu eenmaal geen teller, anders hoefde ik alleen maar de geleverde stroom te betalen. De teller kost … “Gisteravond hadden de buren, die afgesloten waren (dat heb ik zelf gezien) wel stroom en ik (alles braaf betaald) niet, hoe kan dat?” Dat begrepen ze ook niet. Afijn, ze zouden iemand sturen.

De rest van de dag niemand van de SNEL gezien natuurlijk. Monique belde de volgende ochtend de eigenaresse met de woorden dat we de huur opzeggen als de elektriciteit niet meteen terugkomt. Even later kwam madame de eigenaresse met 4 technici, 1 ingenieur en de dame van de administratie. Zij stelden het probleem officieel vast. De vers aangestelde wacht had in zijn eerste nacht gezien dat het vonkte bij een van de telefoonpalen. Hij wees de paal aan. Precies die waar ik de SNEL de zaak af zag sluiten toen ze ook bij mij waren. De bewoner had zichzelf weer aan proberen te sluiten en daardoor was kortsluiting ontstaan. Vandaar de uitval bij de twee huizen die van deze paal afhangen.

Probleem bekend en dus moest madame tekenen voor de bon die de reparatie aanvroeg. Die bon ging naar de directeur van de SNEL voor akkoord. Voor de zekerheid (en om een goede indruk op ons te maken) ging madame mee. Daarna gebeurde er de hele dag niks meer. De dag erna ben ik tweemaal bij de SNEL langs geweest. En – hoorde ik – madame de eigenaresse ook een keer. Met de reparatiebon was het prima gegaan, alleen was de zaak daarna gestagneerd. Ze konden ook de reparateur niet bereiken. Ik zei dat als het vandaag niet gemaakt werd, wij en madame geen rekeningen meer zouden betalen. Ik fietste zogenaamd kwaad weg. Ze riepen me achterna om terug te komen. De reparateur was gearriveerd (zeiden ze, maar het was iemand die er daarvóór ook al was). Er volgde een discussie in het Lingala waarin het woord moto een paar keer viel. Ik zei dat vervoer geen probleem was, het was immers om de hoek en hij kon meteen met mij meelopen. De reparateur keek me smerig aan, alsof ik een oneerbaar voorstel gedaan had.

Van de wachten in de straat hoor ik dat SNEL-reparateurs ‘s avonds juist de lijnen komen afsluiten om daarna ‘s anderdaags ‘tegen een kleine vergoeding’ het hoognodige herstel aan te bieden. Dit zouden ze vandaag bij de buurvrouw gedaan hebben. Ons is nog niets aangeboden. We hebben intussen wel een zwakke stroom van 50 V op één stopcontact. Enkele dagen later viel die zwakke stroom waarop we nog net de tv kunnen laten lopen, ons enige licht, uit. Volgens de wacht was de SNEL gisteravond onze paal komen ‘repareren’. Bovenstaand verhaal zal wel kloppen: ‘s avonds buiten werktijd afkoppelen, ‘s ochtends tegen een vergoeding vastkoppelen.

Die middag waren – na aandringen van de eigenaresse – SNEL-reparateurs bij de elektriciteitspaal gekomen, vertelde de wacht. Maar nadat ze flink gevloekt hadden, waren ze weer vertrokken. Uren later kwamen ze terug. Eén elektriciteitslijn deed het ineens weer. Ze vroegen een ladder. De afsluitploeg had die bij zich een week geleden, de aansluitploeg is blijkbaar minder goed geëquipeerd. De eerste brengt dan ook geld binnen, de tweede niet. Twee lijnen deden het nu. Voor de derde moest een onderdeel aangeschaft worden, het stukje dat ‘s nachts verbrand was. We betaalden en ik vroeg om het ontvangstbewijs te tekenen. “Meneer, hier in Congo teken je niet voor ontvangst”. “O nee, en dan morgen terugkomen dat je geld voor het onderdeel wilt zeker”. Hij tekende en zuchtte over zo’n gebrek aan acculturatie. ‘s Avonds viel de stroom uit, maar dat was een algehele coupure.

Ik had alweer een tijd geen stroom terwijl de buren ‘s avonds in vol licht baadden. De SNEL arriveerde al snel en de draden bovenin onze paal werden vastgemaakt. Of ik een elektriciteitsmeter had. “Jullie zijn toch van de SNEL, niet ik?!” Ja, maar zij hadden er geen.

Na een uurtje hadden we onze drie lijnen terug. Meteen daarna viel de stroom uit. Overal. “De elektriciteit was alleen maar even aangezet omdat we anders niet kunnen repareren”. Ditmaal vroeg ik uitleg over de elektrificatie van Kinshasa. Ik begreep dat er van de centrale allerlei aanvoerlijnen naar de elektriciteitshuisjes lopen. Onze wijk heeft er vijf. Die aanvoer kan overbelast raken omdat er (vaak illegaal) veel te veel stroom afgenomen wordt. Dan wordt automatisch in het betreffende huisje de stroom afgesloten, en die komt na een tijd automatisch weer op gang als de spanning onder een bepaald punt gezakt is. Er is dus niet iemand – zoals ik dacht – die bepaalt welke wijken/elektriciteitshuisjes licht hebben en welke niet. Met de al eerdergenoemde privé aanvoerlijnen heb je er geen last van. Dat is een lijn vanaf de centrale alleen naar jou, en die raakt niet overbelast. De elektriciteitsvoorziening is dus onvoldoende aangepast aan een stad van 12 miljoen inwoners.

En dan mogen wij nog niet klagen. In de meeste cités van Kinshasa is helemaal geen stroom, net zo min als in het peilloze diepe donkere binnenland. Toch staat in de Congo-rivier een waterkrachtcentrale met in potentie tweemaal de capaciteit van die in de Drieklovendam in China. Die Inga-centrale kan straks half Afrika van elektriciteit voorzien. Echter … ‘de stroom’ (de Congo) geeft nog weinig stroom. De reden: de huidige centrale is deels in verval en de nieuwbouw moet nog beginnen. De oude distributielijnen zijn ook vervallen. Er ligt wel al een nieuwe lijn naar Zuid-Afrika en dat land ontvangt 50% van de huidige capaciteit. De verdiensten gaan niet naar de arme cité- of dorpsbewoners. In hun duisternis licht slechts een olie- of zaklampje op.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV