Het einde van de ontwikkelingshulp aan Afrika

Aart van der Heide. Wat partijen als de VVD en de PVV willen is vanuit een Afrikaans standpunt helemaal te begrijpen. Toch is heel progressief, links en christelijk Nederland het daar helemaal niet mee eens. Het hulpsysteem brokkelt vanzelf al af. Organisaties als NOVIB, ICCO, CORDAID kunnen heel moeilijk aan geld komen. Ze wringen zich in allerlei bochten om fondsen te werven.

Ze willen alleen maar de armen helpen. Overal de mensenrechten versterken. Minderheidsgroepen zoals vluchtelingen, LGBT rechten, vrouwenrechten, landloze boeren, bewoners van gevangenissen die overvol zijn enz. In onze neoliberale maatschappij zaken die bijna niet meer voorkomen.

In 2015 vierde ik koningsdag in Khartoem. De ambassadeur nodigde alle Nederlanders en Soedanezen uit op de receptie. Zij hield een prachtige toespraak in het Engels. Ze stond er in een prachtige lange oranje jurk. In haar toespraak memoreerde zij dat Nederland een land van mensen-, vrouwen-, kinder- en minderheidsrechten zijn. In Den Haag stond het Internationale Strafhof waar politieke criminelen worden veroordeelt. Ik hoorde een Soedanees fluisteren “alleen maar Afrikanen”. Na haar prachtige toespraak vroeg zij mij hoe ik haar toespraak vond. Mooi antwoordde ik maar u hebt slechts de helft verteld. Hoezo dan? U heeft niet verteld hoe kerken, vakbonden en sommige politieke partijen daarvoor gestreden hebben en hoe het establishment hen heeft proberen uit te sluiten of zelfs heeft opgesloten. U heeft wel uw mooie oranje jurk aan maar u heeft niet verteld hoe die familie aan hun miljarden is gekomen. Ook niet dat zij trouwden met nogal ondemocratische personen. Haar man bood mij een borrel aan. We maakten een gezellig praatje en toen ik hem zei dat hij op Hans wiegel leek vond hij dat een vervelende opmerking. Mijn antwoord was dat Wiegel een echte democraat is en dat ons systeem het toestaat het oneens te zijn met anders denkenden. Overal zag ik Soedanezen alcoholische dranken nuttigen wetende dat heel Soedan drooggelegd was. Een week later werd op de Nederlandse ambassade de film soldaat van oranje gedraaid. Leidse corpsstudenten deden zich tegoed aan drank, lagen met dames in bed, ontgroenden nieuwe studenten en staken daarna over naar Engeland om Wilhelmina te vereren en te helpen. Toen een ambassade medewerker mij vroeg hoe ik de film vond kon ik niet nalaten te zeggen dat ze beter een film konden tonen waarin kerkgenootschappen op hele noten zongen en mantelzorgers de ouden van dagen hielpen en vluchtelingen opvangen.

Vorig jaar was ik in Angola. Een land rijk door de olie – en diamantinkomsten. De regering heeft overal nieuwe wegen, scholen en ziekenhuizen laten aanleggen. Ik kwam erg veel arme Angolanen tegen. De helft van de bevolking woont op het platteland en krijgen geen enkele hulp. Daarentegen krijgen de grote fazenda’s en de agrobedrijven veel hulp o.a. van de Nederlandse ontwikkelingshulp. Toen ik een hoge ambtenaar van Buitenlandse Zaken sprak zei deze mij dat Angola een heel corrupt land was. Mijn antwoord was dat zij dat ondersteunen.

Waarom schrijf ik dit allemaal op? Gewoon om te laten zien hoe hypocriet ons politieke systeem is. Wij koloniseerden Indië. Toen de Japanners weggingen kwamen de Hollanders weer terug. Wij leerden vroeger op school hoe blij de Indische bevolking was. Nu blijkt dat dat helemaal niet zo was. Ook de Hollanders werden als bezetters gezien. De politionele acties hebben heel wat Indiërs afgeslacht. Echter, de verantwoordelijken werden nooit in Den Haag hiervoor veroordeeld en gestraft. Conny Braam schrijft in haar mooie boek “De handelsreiziger van de Nederlandse Cocaïne fabriek” hoe ook Nederlandse ondernemingen hieraan verdienden en vooral de oranjes. Deze zelfde oranjes kritiseerden als staatshoofd ons land als land van dominees en handelaren.

Nu nog geven we geld uit aan Afrika om het te ontwikkelen. We willen dan alle modeonderwerpen financieren maar eerst zijn we in deze landen rijk geworden. Ons land van kooplieden en dominees heeft dus heel wat ellende in de wereld veroorzaakt en ook geplunderd. Dit gaat gewoon door en de ontwikkelingsorganisaties mogen liefdadigheid bedrijven en laten zien hoe progressief wij zijn. Dit noemde de filosoof Marcuse de repressieve tolerantie.

Moeten we Afrika dan aan zijn lot overlaten? Natuurlijk niet. We zitten nu in dezelfde boot maar zullen eens minder met ons vingertje naar hen moeten wijzen en meer naar ons zelf. Daarom vertelde ik de ambassadrice in de oranje jurk in Khartoem ook te vertellen wie er in Nederland voor deze vrijheid hebben gestreden en wie er allemaal bloed aan hun handen hebben.

Ik hoop dat ze nooit meer een oranje jurk zal aantrekken. Wij zullen ons verleden beter moeten leren kennen. We komen dan tot de ontdekking dat we een klassenmaatschappij waren en nog zijn ondanks onze progressieve smoesjes. We zullen ons dan ook realiseren dat in Afrika nog veel onrecht bestaat waaraan wij – onze heersende klassen – nog steeds meehelpen.

Gisteren kreeg ik het boek “Honest Accounts 2017: How the world profits from Africa’s wealth! toegestuurd.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV