Impressies uit Khayelitsha

Gerian Alofs. ‘Hallelujah!’ De man voor me, druk gebarend met zijn handen, een grote glimlach op zijn gezicht, staat geen moment stil. Een groepje vrouwen dat aandachtig luistert naar zijn lofzang over God, het leven en de Health Promoters in het bijzonder, barst spontaan in gezang uit.

Ik versta de tekst in ‘t Xhosa, één van de plaatselijke talen, niet, maar de intentie is duidelijk. Hier wordt dank betuigd, hier wordt het leven gevierd. Het lied dat rustig begint, als een kerkelijke hymne, is na enkele minuten uitgegroeid tot een allesoverheersend gezang, dat de dunne muren van de ruimte waar we ons in bevinden doet trillen. De vrouwen staan ook niet langer stil. Al zingend, dansend en in hun handen klappend gaan ze de hele kamer door, totdat ze elkaar uiteindelijk, met een stralende lach op hun gezichten, in de armen vallen. De man naar wie ze enkele minuten geleden nog zo aandachtig luisterden danst al net zo fanatiek mee.

Deze man is Pastor Raymond, een dominee die er niet uitziet als een dominee. In een dikke rood-bruine winterjas gehuld – het is winter hier in Zuid-Afrika, ‘slechts’ een graadje of 20 – en een basketbalpetje op zijn hoofd, zou je hem in eerste instantie aanzien voor een toevallige voorbijganger, een marktkoopman misschien. Maar hij is wel degelijk één van de geestelijk leiders hier in Khayelitsha, de enorme sloppenwijk die de randen van Kaapstad omspant. Een wijk waar honderdduizenden inwoners, op een kluitje op elkaar, in armoedige omstandigheden leven. Een wijk waar je als buitenstaander in eerste instantie van schrikt: hoe kan het zijn dat mensen in golfplaten en houten bouwsels, de zgn. ‘shacks’, waarvan velen eruit zien alsof ze elk moment in elkaar kunnen zakken, kunnen leven?

Als de vrouwen zijn uit gedanst en de rust is weergekeerd, vertelt Pastor Raymond dat twee dingen zijn leven veranderden. Enkele jaren geleden kreeg hij een beroerte die
hem gedeeltelijk verlamde. Zijn linkerarm kon hij niet meer gebruiken, spreken lukte amper nog. Hij hoorde toevallig over een organisatie die was neergestreken in het
plaatselijke opvangcentrum voor kinderen; een organisatie die voorlichting gaf over hoe je ziektes kunt voorkomen en hoe belangrijk persoonlijke hygiëne is. ‘Baadt het niet, dan schaadt het niet’ moet hij hebben gedacht en Pastor Raymond meldde zich bij het Health Promoters centrum in Khayelitsha. ‘Hier leerde ik hoe ik mijn spieren weer kon trainen en hoe belangrijk gezond voedsel is voor mijn herstel,’ zegt hij zachtjes. ‘En kijk nu eens… nu kan ik weer een normaal gesprek voeren en overal zelf naar toe gaan. God heeft alles voor me veranderd. God… en de Health Promoters’. Hij glimlacht me wijs toe en drukt me een boek in de armen dat hij gedurende de gehele, spontaan ontstane preek stevig omklemde: ‘Lees dit boek maar, dan begrijp je wat ik bedoel’.

Het boek, over de kracht van spiritualiteit en de veerkracht van mensen, heb ik inmiddels gelezen en naast Pastor Raymond heb ik nog veel andere inspirerende mensen ontmoet in de afgelopen drie jaren dat ik naar Kaapstad afreisde. Mensen die steevast vertellen over hoe belangrijk het voor hen is om meer te weten te komen over hun gezondheid. Over hoe blij ze zijn dat ze hun kind kunnen helpen als ‘t aan diarree lijdt. Over de baan die ze hebben gevonden (of hopen te vinden) nadat ze een trainingstraject hebben afgerond bij de Health Promoters. Over het belang van het verwerven van kennis, zodat ze een HIV of tuberculose besmetting kunnen voorkomen. Over de hoop die ze putten uit het feit dat ze nu – gedeeltelijk, want er zijn nog vele sociale problemen op te lossen – hun lot in eigen handen kunnen nemen. Ik sprak met vrouwen en kinderen die in de sloppenwijken wonen, met professionele onderzoekers als professor Jan du Toit, directeur van het Afrika Centrum voor HIV/AIDS management; ik dronk een kop thee met aartsbisschop-emeritus Desmond Tutu die zich onvermoeibaar inzet voor mensenrechten wereldwijd en ik liep een paar dagen mee met de trainers van de Health Promoters. Regelmatig vroeg ik me af waar al die bijzondere mensen toch vandaan kwamen en hoe het toch zo kon zijn dat ze allemaal op de één of andere manier verbonden waren met de Health Promoters. Ik hoorde iedereen, zonder uitzondering, hoop voor de toekomst uitspreken, hoop waaraan de Health Promoters, door het geven van hun workshops, een stukje bijdragen.

Afgelopen zomer nam ik voor het eerst mijn kinderen én mijn vader mee naar Zuid Afrika. We werden gastvrij ontvangen, zoals altijd: het Afrikaanse Ubuntu principe, waarbij de zorg voor elkaar centraal staat, beperkt zich niet tot familie of buren, gasten worden net zo gemakkelijk hartelijk verwelkomd. We bezochten enkele workshops van de Health Promoters en waren opnieuw getuige van de onvermoeibare inzet van de trainers. Mijn tienjarige dochter volgde de workshop waarin kinderen door middel van een spelletje kennismaakten met gezond voedsel nauwlettend en concludeerde: ‘het is hier heel gezellig, maar dat is ook logisch want ze leren op een heel leuke manier.’ Ik had het niet beter kunnen verwoorden.

De Health Promoters is een non-profit organisatie die zich richt op gezondheidseducatie in de townships rondom Kaapstad en Stellenbosch in Zuid-Afrika. Zij werken volgens het ‘train de trainer’ principe waarbij ze plaatselijke inwoners opleiden tot voorlichter en begeleider. Meer informatie vindt u op www.healthpromoters.co.za en via Stichting Vrienden van Health Promoters.

Gerian Alofs is docente Sociaal Werk aan de Hogeschool Utrecht. Als vrijwilliger maakte zij de afgelopen jaren een aantal korte films voor de Health Promoters.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV