Kadima’s Pride of Africa

Mart Hovens. In het Lingala, de taal van dit deel van Congo, is ‘dier’ hetzelfde als ‘vlees’: nyama. Op mijn reizen in Afrika wees ik (bioloog) regelmatig enthousiast op een aap of slang maar mijn Afrikaanse begeleider reageerde dan met ‘nee, oninteressant, niet lekker’. In arme landen zijn dieren er om gegeten te worden. In rijke landen worden uiteraard ook dieren gegeten maar die worden speciaal daarvoor opgeleid.

Dat wilde dieren er zijn om gegeten te worden, maakt het natuurbeschermingsproject waar ik mee bezig ben ingewikkeld. In het oerwoud is vis en vlees de enige eiwittenbron. Dat wordt nergens legaal in een winkel verkocht, dat moet je zelf vangen of via stropers bemachtigen. Bush meat is verder ook populair. Als je wilt tonen dat je een echte man bent, ook in Kinshasa, dan eet je wild uit het woud. Op de rivier is een levendige handel in vis, krokodil, slang, antilope en aap.
In de nationale parken wordt het wild beschermd, althans op papier. In de praktijk spelen corruptie en rebellenlegers het stropen in de kaart. Vorige week werden 6 rangers doorgeschoten in het beroemde Virungapark, een der biodiversiteit hotspots van de wereld. Door Congolese Mai-Mai of door Hutu-rebellen die na de genocide Rwanda ontvlucht zijn, dat is niet bekend. De afgelopen jaren werden al 175 parkwachters vermoord.
Bush meat is overigens niet alleen een risico voor de biodiversiteit maar ook voor de overdracht van ziektes als ebola (en daarmee indirect voor de biodiversiteit als die tot onbehandelbare epidemieën uitgroeien). Dit alles toont de noodzaak aan van projecten als het onze waarin een begin gemaakt wordt met het zichtbaar en bewust maken van het belang van biodiversiteit.
Dat project is het dierenpark Kadima’s Pride of Africa. De eigenaar heet André Kadima, een niet onbemiddeld ondernemer met een passie voor natuurbehoud. Hij had de dierentuin in de buurt hier van Mobutu overgenomen maar is er door de huidige machthebbers weggepest. De dieren zijn zijn eigendom. Nu heeft hij een terrein van 140 ha gekocht, 70 km ten noorden van Kinshasa. Op een omheind stuk van 35 ha lopen nu zebra’s, struisvogels, ezels, dromedarissen en buffels. Deels gedomesticeerde dieren dus. Je kunt er met je auto of met een ‘dolly’ (open aanhangwagen in zebrakleuren) achter de tractor doorheen.
Ik ben verantwoordelijk voor de inrichting van de dierentuin. Dwz ik ontwerp de verblijven die ‘seminatuurlijk’ moeten zijn. De dieren leven in ‘semivrijheid’. Robert Muir, de Engelse directeur van het Kundelungu wildpark in het zuiden, was op bezoek en betwijfelde of het wel ‘semi’ (50%) was. Hij dacht meer aan een paar %. Ze zitten in ieder geval niet in kooien, zei ik.
We hebben 3 jonge chimpansees die als baby aan rijke families verkocht waren, en een oudere komt erbij. Daarnaast komen binnenkort 4 krokodillen, 1 varaan, 3 bavianen en enkele andere apen. Er zijn 8 leeuwen vanuit België aangeboden en het is een hele uitdaging hoe we die gaan opvangen hier. Dus heb ik onlangs in ons park voor Stanley gespeeld. Die legde Congo met veel avontuur en geweld open voor koning Leopold II, waarna die met veel geweld de exploitatie kon beginnen. Een Afrikaan met een kapmes liep voor me en ik wees waar hij moest kappen. Zo zetten we een gebied af waar het leeuwenverblijf moet komen. Het terrein moet scheef aflopen om niet overal 5 meter hoge muren in het landschap te hebben. We verbergen het nu in de helling. De andere muur wordt de achterkant van de grote volière waar de bezoekers straks doorheen kunnen lopen.
De kapper had een tros stervormige oranje vruchten geplukt in het bos. Ik had ze al zien hangen, meteen aan de stam. Of ik wilde proeven? Uiteraard. Het smaakte naar andere oerwoudvruchten als mangoestin en jackfruit: een beetje zoetzuur. Wel lekker. Een paar waren klein of door insecten
aangetast en ik besloot die aan de chimpansees te geven. Ze vonden het ook heerlijk. Dat niemand op het idee gekomen is om de vruchten te verzamelen voor hen! Ze hangen gratis in het woud. In de schemer gingen we ons daarna afspoelen in het riviertje. De kapper wist een plek waar het wat dieper en breder was. Heerlijk, de bezwete kleren uit en het koele water in. Om ons heen sprongen visjes het water uit. Libellen kwamen poolshoogte nemen over welk insect er ditmaal verorberd kon worden. Ze zoemden om ons natte lijf heen. Verderop in het halfdonker vlogen koereigers op, hun silhouetten nog net zichtbaar tegen de donkerrode lucht.
Ik heb de laatste maanden een lessenreeks voor de medewerkers en toekomstige gidsen gegeven. Ook ben ik verantwoordelijk voor het educatieve centrum. Daarvoor heb ik educatieve borden laten maken en als het gebouwtje klaar is, komen er foto’s en voorbeelden van stropersgereedschap. Ook komen er jongerenactiviteiten als spoorzoeken en zo. Allemaal zaken die ik 2 jaar geleden ook voor Noord Oeganda gepland had …. en er misschien ooit gaan komen.
Op het terrein is een manege met 5 paarden, een grote speeltuin en restaurant, en er komen een winkeltje met lokaal handwerk, een hotel met conferentiecentrum en wat verspreide ecolodges. Congo is geen gemakkelijk land. De bouw van de structuren gaat ontzettend traag. Maar hoewel het nog lang niet klaar is, komen er al aardig wat gasten en schoolklassen. In april in totaal 3200 bezoekers.
Het slechte nieuws is dat het presidentieel park, vlakbij, binnenkort voor publiek opengaat. Zij hebben alle dieren (zelfs de witte neushoorn sinds kort), zij hebben een veel groter terrein, en ze hebben een oud vliegtuig op een heuveltop als restaurant. Hun dieren worden op een gemakkelijke manier verworven. De president stuurt zijn privé vliegtuig naar een beschermd gebied en vraagt de rangers om een dier te verdoven en te vervoeren. Daar kan André Kadima nooit tegenop. Een reden temeer om ons park te richten op scholen en op bewustmaking over natuurbehoud.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV