Killer kitten

Meta Bindinga. Amandine ziet haar het eerst. Ze ligt in elkaar gedoken op een betonnen parkeerplek voor de nieuwe superdeluxe supermarkt in het dorp. We hebben er verheugd met het aanbod én de airconditioning onze eerste boodschappen gedaan. We gaan nu naar de markt om pagnes in te slaan om er overhemden en bloesjes voor de kinderen van te laten maken.

We kijken elkaar aan en ik vraag ‘denk jij wat ik denk?’ Amandine vraagt nog even bij de mensen van de Bon Prix of we dit katje zo maar kunnen meenemen. Ja hoor, geen probleem. Een van de kassières (echte kassa ja) heeft er thuis nog tig rond lopen.
In plaats van de markt zetten we koers naar de dierenarts. Daar krijgt het poesje een naam, een heus vaccinatieboekje en wat paardenmiddelen om haar op te lappen. De dierenarts schat dat ze 2 à 3 maanden oud is en ze weegt zo’n 350 gram. Ze is nog te jong en te fragiel voor een Rabiës vaccinatie, dat moeten we over een week of vier maar doen.
Thuis krijgt ze eerst een theelepeltje kattenvoer – die nieuwe supermarkt hè – met een verpulverde ontwormingstablet en een geïmproviseerd mandje. Ze is letterlijk vel over been. Ze loopt wankel maar heeft geweldige eetlust en loopt al snel achter me aan. ‘s Avonds bij mij op schoot kijkt ze verwonderd naar me op met haar diepgroene ogen alsof ze zich afvraagt waar ik vandaan ben gekomen. In die blik, dat lelijke koppie, zie ik het leed van de wereld verpakt. Ik kan er ‘s nachts nauwelijks van slapen.
De volgende dag laat ik haar ‘s morgens mijn vingers likken die vet zijn van de kip. Uitgehongerd als ze is klemt ze zich aan mijn hand vast en zet het op een knagen. Het bloed loopt uit mijn wijsvinger en mijn vingertop klopt als een malle. Hoe dom kan een mens zijn…
De bedrijfsarts heeft geen interesse in de details van mijn verhaal, vraagt me wat me heeft bezield een straatkat in huis te halen en verwijst me met spoed naar de plaatselijke GGD voor anti rabiës vaccinaties. Ik krijg een verpleger mee, en als ons wordt uitgelegd dat er geen vaccin is omdat er een productiefout is gemaakt, zit hij hoofdschuddend met zijn hand in het haar ‘putain, putain’ te mompelen. Wat moet ik hiervan denken? Ik heb hier nog nooit iemand horen vloeken.
We druipen af, terug naar de limonadefabriek. Als snel is iedereen bezig met bellen, maar zonder het gewenste resultaat. Ik zal moeten wachten en dat doe ik dan wel thuis. Daar ontferm ik me over mijn hongerige, magere huisgenootje en als ik haar bij een boom zet om daar haar behoeftes te doen , schrik ik. Ik zie namelijk een katje dat even helemaal niet meer weet hoe ze moet lopen. Ze wankelt en zet haar pootjes voor elkaar; het ziet er gedesoriënteerd uit. Zou ze dan toch….Ik kon me tot dat moment niet voorstellen dat ze met rabiës besmet zou kunnen zijn omdat een katje dat zó zwak is, geen enkele beet zou overleven.
L. is intussen naar huis komen rennen. Geen vaccin te vinden, ook in Abidjan tot nu toe geen arts of ziekenhuis die het vaccin in huis heeft. De tijd begint te dringen want ik zal binnen 24 uur een vaccinatie moeten krijgen. ‘Ik bel Miranda [van de NL ambassade]’ zegt hij, ‘misschien weet zij wel iemand.’
Miranda zegt vastbesloten, ‘jullie rijden sowieso naar Abidjan. Ik ga intussen zoeken’.
We pakken voldoende bagage voor een eventuele reis naar Nederland of Frankrijk en rijden in het schemerdonker, geheel tegen de gebruikelijke regels in, het dorp uit.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV