Liberia kiest een nieuwe president

Fred van der Kraaij. Op 10 oktober a.s. gaan 2 miljoen Liberianen naar de stembus om 73 nieuwe leden van het Huis van Afgevaardigden te kiezen en een nieuwe president. De huidige president, Ellen Johnson Sirleaf, heeft er twee ambtstermijnen op zitten (2006-2012- 2018), het grondwettelijke maximale aantal.

Zij respecteert de grondwet en is daarmee een goed voorbeeld vergeleken met de Afrikaanse presidenten die het pluche niet willen opgeven en daarvoor de grondwet aanpassen. Ellen Johnson Sirleaf maakte al geschiedenis in 2005 als Liberia’s en Afrika’s eerste democratisch gekozen vrouwelijke president. Heel waarschijnlijk gaat Liberia weer historische presidentsverkiezingen tegemoet. In januari 2018 zou president Sirleaf de sleutel van het presidentiële paleis wel eens kunnen overhandigen aan Liberia’s eerste democratisch gekozen inheemse president. Om dit laatste te verduidelijken moeten we even in de geschiedenis van Liberia duiken.

Van kolonie naar onafhankelijkheid
De kolonie Liberia was tussen 1822 en 1847 een Amerikaanse kolonie. Om diverse redenen wilde men in de VS af van de groeiende groep van vrijgemaakte slaven, vrijgeboren zwarten en kleurlingen. Door blanken geleide kolonisatiemaatschappijen organiseerden en financierden de overtocht van de ongewenste zwarte medeburgers naar West Afrika. In 1847 riepen deze zwarte Amerikaanse kolonisten, want dat waren zij, de onafhankelijke republiek Liberia uit. Ze noemden zich ‘Americo-Liberianen’, een term die weinig toelichting behoeft. Tot 1980 hield deze (kleine) groep de touwtjes in handen: politiek, economisch, sociaal. Inheemse Liberianen werden achtergesteld en gediscrimineerd, ze hadden nauwelijks rechten.

Dit veranderde radicaal in 1980 toen een inheemse sergeant, Samuel Doe, een bloedige staatsgreep tegen de regerende Americo-Liberiaanse elite leidde. De zittende president, William Tolbert, werd afgeslacht, de meesten van zijn ministers en de top van de enige politieke partij publiekelijk – en gruwelijk – geeëxecuteerd na een schijnproces. De euforie na Samuel Doe’s coup verdween al snel toen hij zich ontpopte als een dictator. Zijn bewind werd de opmaat naar twee bloedige burgeroorlogen die het land totaal verwoestten, honderdduizenden doden maakten en nog veel meer getraumatiseerde slachtoffers.

De militaire leider van de opstand tegen Samuel Doe die escaleerde in de eerste burgeroorlog (1989-1997) was Charles Taylor, zoon van een Americo-Liberiaanse vader en Gola moeder (de Gola zijn een van de 16 stammen in Liberia). Ellen Johnson Sirleaf werd door haar voormalige bondgenoot Charles Taylor de politieke leider van de opstand genoemd, iets wat zij altijd heeft ontkend, al heeft zij wel publiekelijk erkend de opstand financieel te hebben gesteund. Ellen Johnson Sirleaf groeide op in een Americo-Liberiaanse familie, haar vader was de zoon van een Gola stamhoofd.

De verkiezingen
De staat Liberia is naar Amerikaans voorbeeld gesticht. Het land heeft een presidentieel systeem, met een Huis van Afgevaardigden (73 afgevaardigden) en een Senaat met 30 leden, twee per provincie. Dit laatste is een gevoelig punt van kritiek. De provincie met het grootste aantal inwoners (Montserrado: 1,5 miljoen) en waarin de hoofdstad Monrovia ligt, heeft zodoende evenveel senatoren als bijvoorbeeld de provincie met het geringste aantal inwoners, Grand Kru (60.000 inwoners), in het oosten van het land. Een ander punt van kritiek is de bezoldiging van de dames en heren senatoren en afgevaardigden. Liberiaanse parlementsleden behoren tot de best betaalde ter wereld.

Hun maandelijkse inkomen schommelt rond de 15.000 Amerikaanse dollars, een fortuin in het arme Liberia. Voor de goede orde: alles is bij de wet geregeld en door het parlement en de president goedgekeurd.

Het hoeft niet te verwonderen dat voor de 73 zetels in het Huis van Afgevaardigden die op het spel staan er bijna 1000 kandidaten zijn. Naast het aantrekkelijke maandelijkse inkomen is er ook nog de mogelijkheid voor extra-inkomsten – minder legaal weliswaar. In de afgelopen jaren hebben tal van corruptieschandalen een beschamende inkijk gegeven in de inhaligheid van de gekozen volksvertegenwoordigers. Teveel om hier op te noemen. Corruptie, door President Sirleaf bij haar aantreden in 2006 ‘Vijand Nummer 1′ genoemd, is aan de orde van de dag in Liberia. Onlangs heeft zij erkend dat zij heeft gefaald hier voldoende tegen op te treden. In de afgelopen jaren heeft zij corrupte parlementariërs maar ook leden van haar regering, waaronder familieleden, de hand boven het hoofd gehouden. In Liberia is straffeloosheid de norm, althans voor hooggeplaatsten. Afgelopen week kwam Sirleaf’s zus en haar invloedrijke adviseur op ongunstige wijze in het nieuws, beschuldigd van betrokkenheid bij een $ 18 miljoen corruptieschandaal. Niet bewezen weliswaar, en dat zal het ook wel niet worden. De rechtsstaat is in Liberia soms ver te zoeken.

Dit geldt ook voor een andere nationale prioriteit: genoegdoening voor de slachtoffers van de burgeroorlog en de vervolging van verdachten van oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen begaan tijdens de twee gruwelijke burgeroorlogen (1989-1997; 1999-2003). President Sirleaf heeft het eindrapport van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, met o.a. de aanbeveling een Oorlogstribunaal op te richten, in een diepe la gestopt – ook omdat zij zelf in het rapport werd genoemd. Zonder toelichting of verontschuldiging bezorgde zij voormalige krijgsheren goed betaalde overheidsbanen.

Meer dan 20 presidentiële kandidaten
In een eerdere bijdrage heb ik de belangrijkste kandidaten al toegelicht (zie mijn
bijdrage van 26 juli j.l., Liberia viert 170 jaar onafhankelijkheid aan vooravond van verkiezingen). Van de 20 kandidaten is er slechts één vrouw, een voormalig model. Er zijn niet meer dan 5 of 6 serieuze kanshebbers, maar twee ervan steken er met kop en schouder boven uit. Waarschijnlijk krijgen zij de meeste stemmen en gaan door naar een tweede ronde, op een nader te bepalen datum. Het zijn vice-president Joseph Boakai en oppositieleider senator George Weah.

Joseph Boakai
Met zijn 75 jaar is Joseph Boakai de oudste presidentiële kandidaat. Hij is afkomstig uit een dichtbevolkte noordwestelijke provincie (‘Lofa’) en is de kandidaat van de heersende politieke partij (‘Unity Party’). Boakai wordt door tegenstanders verweten onvoldoende te zijn opgetreden tegen de misstappen van Sirleaf’s regering (nepotisme, corruptie, bevoordeling van buitenlandse investeerders). Daarnaast is zijn keuze voor het vice-presidentschap opmerkelijk: een van de meest corrupte parlementsleden, Emmanuel Nuquay, de huidige Voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Hoewel beiden lid van president Sirleaf’s partij zijn is haar steun voor hen op zijn minste ‘zwalkend’ te noemen.

In feite bepaalt in Liberia de president nagenoeg alles. Het vice-presidentschap stelt wat dat betreft weinig voor. Ook hier valt een vergelijking te maken met Liberia’s grote voorbeeld, ‘het moederland’, de Verenigde Staten. Toen president Sirleaf onlangs een pleidooi hield voor een ‘generatiewisseling’ in de politiek legden velen dit uit dat zij haar vice-president liet vallen en haar politieke voorkeur en steun uitsprak voor de jongste van de kanshebbende presidentskandidaten, de voormalige ster-voetballer, thans senator George Weah. Natuurlijk ontkende Sirleaf deze uitleg, maar het kwaad was al geschied.

George Weah
Twee keer eerder verloor de voormalige internationale stervoetballer George Weah de presidentsverkiezingen (2005, 2011). Beide keren verloor hij van Ellen Johnson Sirleaf. Deze keer is hij met zijn politieke partij CDC – voorheen ‘Congress for Democratic Change’, herdoopt in ‘Coalition for Democratic Change’ – een strategische alliantie aangegaan met de politieke partij van krijgsheer-later- president Charles Taylor (NPP, ‘National Patriotic Party’). Leider van de NPP is … Charles Taylor’s ex-vrouw, senator Jewel Howard Taylor.

Even ter herinnering: ex-president Charles Taylor zit momenteel in Engeland een straf uit van 50 jaar; hij is veroordeeld wegens oorlogsmisdaden in Sierra Leone. Jewel Howard Taylor was First Lady tijdens het presidentschap van Charles Taylor (1997-2003). Het is moeilijk voor te stellen dat zij niets wist van haar echtgenoot’s misdaden. Zij werd dan ook ook door de VN op een sanctielijst gezet.

Door de samenwerking CDC – NPP werd Jewel Howard Taylor de kandidaat voor het vice-presidentschap van de coalitie, en werd de CDC de grootste oppositiepartij tegen de regerende Unity Party (van Boakai en Sirleaf). In het verleden steunde Jewel Howard Taylor met succes de presidentskandidatuur van Ellen Johnson Sirleaf. Door George Weah – indirect – te steunen, betaalt president Sirleaf haar als het ware terug door haar nu te steunen. Dat zij daarmee haar voormalige tegenstander helpt in het presidentiële paleis te komen is minder belangrijk. Blijkbaar heeft zij meer vertrouwen in de ex-vrouw van Charles Taylor dan in haar vice-president.

Het is een slimme zet van George Weah. Jewel Howard Taylor is na Ellen Johnson Sirleaf de invloedrijkste vrouw van Liberia en zij brengt een invloedrijke partij binnen – Charles Taylor heeft nog steeds een flinke aanhang. Als senator voor de dichtbevolkte provincie Bong zullen naar verwachting veel mensen bij de komende presidentsverkiezingen op haar – en dus op George Weah – gaan stemmen. Dit vergroot Weah’s kansen op succes. Indien Joseph Boakai en hij doorgaan naar de tweede ronde van de presidentiële verkiezingen is de kans groot dat de verslagen kandidaten – vrijwel zonder uitzondering van andere oppositiepartijen – zich zullen verenigen achter zijn – George Weah’s – kandiatuur, en tégen die van Joseph Boakai, die immers de kandidaat is van de heersende partij. Maar welke prijs zal George Weah moeten betalen voor de keuze van zijn kandidaat voor het vice-presidenschap, Jewel Howard Taylor? Insiders en ‘Liberia-watchers’ zijn het erover eens dat zij presidentiële ambities heeft….

Een historische uitslag
Of George Weah straks wordt gekozen als Liberia’s volgende president of Joseph Boakai – vooropgesteld dat zij in de tweede ronde tegenover elkaar komen te staan – er zal van een historische verkiezingsuitslag sprake zijn. Het zal de eerste keer zijn in de geschiedenis van Liberia dat een inheemse Liberiaan democratisch wordt gekozen als president. Immers, Samuel Doe kwam in 1980 ondemocratisch aan de macht, via een staatsgreep, en vervalste in 1985 de verkiezingsuitslag waarna hij het presidentschap
opeiste.

Wat betekent de uitslag nog meer?

Gevreesd moet worden dat de uitslag ook betekent dat de straffeloosheid in Liberia voortduurt. Noch George Weah noch Joseph Boakai zijn voorstander van een Oorlogstribunaal in Liberia. Slechts één presidentskandidaat is hiertoe wel bereid, al kan men zich afvragen wat zijn verkiezingsbelofte concreet inhoudt. Het gaat hier om Benoni Urey, waarschijnlijk de rijkste man van Liberia, en een voormalige naaste medewerker van Charles Taylor, die wegens zijn steun bij wapenaankopen door de VN is bestraft.

Het lijkt erop dat iedereen aan de politieke top in Liberia boter op zijn hoofd heeft. Oorlogsverleden, corruptie. Een van de weinige presidentskandidaten met schone handen is Alexander Cummings, een gepensioneerde, succesvolle directeur van het Coca-Cola concern, na vele jaren in de VS teruggekeerd in Liberia. Maar insiders geven hem weinig kans. Hij is te lang weg geweest. Politiek bedrijven is in Liberia een kwestie van relaties. Stamrelaties, familierelaties en…. financiële relaties.

Voorlopig is de nationale en internationale aandacht gericht op een transparant verkiezingsproces, op een vreedzaam verloop van de verkiezingen en op de uitslag van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Meer hierover na 10 oktober.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV