Liberia viert 170 jaar onafhankelijkheid aan vooravond van verkiezingen

Fred van der Kraaij. Vandaag, 26 juli is het weer zover. De West-Afrikaanse republiek Liberia viert dat 170 jaar geleden een groep ex-slaven uit de Verenigde Staten de Amerikaanse kolonie veranderde in een onafhankelijke republiek.

In 1847 waren er geen andere zelfstandige republieken op het Afrikaanse continent. In Oost-Afrika bestond het duizend jaar oude keizerrijk Ethiopië. Liberia en Ethiopië zijn de enige Afrikaanse landen die nooit een kolonie zijn geweest, al kan daar wat betreft Liberia wel een kanttekening bij worden geplaatst. Blanke Amerikanen die de zwarte bevolking in de VS met zorg en wantrouwen snel in aantal zagen toenemen, organiseerden en financierden vanaf het begin van de 19e eeuw de emigratie van vrij gemaakte slaven, vrij geboren zwarten en kleurlingen naar West Afrika, waar zij de kolonie Liberia stichtten. De hoofdstad Monrovia werd genoemd naar de Amerikaanse president Monroe die het kolonisatie avontuur mogelijk maakte. De eerste negen presidenten van Liberia waren in de VS geboren en opgegroeid – in de slavenstaten Zuid-Carolina, Maryland, Virginia en Kentucky.

Op 10 oktober a.s. gaan de Liberianen naar de stembus om een nieuw parlement en een nieuwe president te kiezen. De huidige president, Ellen Johnson Sirleaf, Liberia’s en Afrika’s eerste democratisch gekozen vrouwelijke president heeft er dan twee termijnen op zitten (2006-2012- 2018) , het grondwettelijk toegestane maximum. Zij respecteert de grondwet en ambieert geen derde termijn. Liberia is een arm land, in de zin dat bijna alle Liberianen arm zijn. Het land zelf is rijk aan delfstoffen waarvan ijzererts tot nu toe de belangrijkste is, maar er wordt nog steeds naarstig gezocht naar olie, terwijl het land ook rijke voorraden goud en diamanten bezit die echter voornamelijk met primitieve middelen en illegaal worden gedolven. De huidige nationale begroting bedraagt nog geen 500 miljoen euro en dat is niet veel voor een land met 4 miljoen inwoners.

Liberia, een rijk land
Afgezien van het menselijk potentieel zit de echte rijkdom van het land in de grond. Hieronder valt ook het landbouwkundig potentieel. De belangrijkste commerciële producten zijn traditioneel rubber en palmolieproducten, maar de verbouw van koffie, cacao en allerlei tropische groenten en fruit voor commerciële doeleinden is ook zeer goed mogelijk. In het verleden is de landbouwsector – waarvan de meerderheid van de bevolking moet overleven – erg verwaarloosd door regeringsleiders die liever achterover leunden en buitenlandse investeerders riante voorwaarden en aantrekkelijke contracten aanboden voor de kap van het ruim aanwezige en kostbare tropische hout, uitgestrekte plantages en mijnbouw, waarbij de belangen van de lokale landbouwers het vaak moesten afleggen tegen de privileges van buitenlandse investeerders. In ruil hiervoor kreeg de Liberiaanse politieke elite een deel van de winst van de buitenlandse maatschappijen, geld dat niet werd gestoken in de ontwikkeling van het land – infrastructuur, onderwijs voor iedereen, een goede gezondheidszorg – maar waarvan de elite goed leefde. Westers voedsel en luxe Amerikaanse auto’s werden geïmporteerd. Hun kinderen gingen naar buitenlandse scholen, zij zelf naar het buitenland voor medische verzorging indien nodig.

Dit was de situatie totdat een bloedige militaire staatsgreep, gevolgd door twee burgeroorlogen, het weinige dat bestond in Liberia verwoestte. Pas na het vertrek van de wrede, misdadige en inhalige krijgsheer, later president, Charles Taylor krabbelde het land weer beetje bij beetje op, onder leiding van Ellen Johnson Sirleaf die in 2005 de presidentsverkiezingen had gewonnen. Militair werd Liberia gesteund door een VN vredesmissie, UNMIL. Economische en financiële steun werd gegeven door de Wereldbank en het IMF (Internationale Moneraire Fonds) waarmee president Sirleaf goede contacten heeft omdat ze er vroeger heeft gewerkt. Europese landen en natuurlijk ook de Verenigde Staten geven het land veel hulp, vooral tijdens en na de Ebola-epidemie. Deze hulp bedraagt meer dan de nationale begroting. 170 jaar na het uitroepen van de politieke onafhankelijkheid is Liberia in economisch, financieel en militair opzicht een hulp-afhankelijk land geworden.

In een land waar naar schatting 90% van de beroepsbevolking werkeloos is, is een baantje in de publieke sector fel begeerd. Een parlementariër in Liberia incasseert maandelijks aan salaris en diverse toeslagen ruim US$ 12.000 (10.000 euro)! President Sirleaf legt parlementariërs en ministers flink in de watten. Ter vergelijking: het dagelijkse inkomen van de meeste Liberianen bedraagt…. 1 dollar. Daarvan moeten zij overleven: eten, wonen, kleding, medicijnen, school, vervoer enz. Geen wonder dat meer dan 780 kandidaten strijden om de 75 parlementszetels die op 10 oktober a.s. te winnen zijn. Niet alleen dat een parlementzetel een hoog maandelijks inkomen oplevert, het biedt ook veel mogelijkheden voor illegale bijverdiensten in de vorm van corruptie. Liberia is een van de corrupste landen ter wereld. In het recente verleden zijn verschillende corruptieschandalen onthuld waarbij parlementsleden, inclusief de voorzitter van het parlement, betrokken waren.

De presidentsverkiezing
Is dit ook de reden dat er meer dan 20 presidentskandidaten zijn? Wie zal het zeggen. De organisatie die de parlementaire en presidentiële verkiezingen organiseert zal op 31 juli de definitieve lijst van presidentskandidaten bekend maken. Velen ervan zullen nauwelijks kans hebben. De twee presidentskandidaten die op 10 oktober de meeste stemmen zullen krijgen gaan door naar de beslissende, tweede ronde.

Laten we onze aandacht kort richten op de kandidaten die de meeste kans hebben.

Een van de kandidaten die hoge ogen gooit is de huidige Vice President, Joseph Boakai. Zijn sterke punt is dat hij campagne voert vanuit een machtige positie, het vicepresidentschap. Zijn tegenstanders wijzen er echter op dat hij mede verantwoordelijk is voor het falende beleid van de zittende president, Ellen Johnson Sirleaf. Haar ambtstermijnen verliepen weliswaar vreedzaam, mede dankzij UNMIL, maar brachten de Liberianen geen banen of welvaart. Bovendien is nooit helemaal duidelijk geworden wat haar rol was in de burgeroorlog die haar toenmalige strijdmakker Charles Taylor in 1989 startte. De grootste kritiek op Sirleaf is echter de wijdverbreide corruptie, het nepotisme, en de straffeloosheid. Moordzuchtige ‘warlords’ (krijgsheren) die in de burgeroorlog veel slachtoffers maakten zijn nog steeds niet gestraft, integendeel, president Sirleaf heeft hen zelfs hoge en goed betaalde posten in haar regering gegeven. De schaduw van ex-president Charles Taylor – die momenteel in een Engelse cel een gevangenisstraf van 50 jaar uitzit wegens oorlogsmisdaden – hangt ook op andere wijze over de verkiezingen.

De schaduw van Charles Taylor
Twee presidentskandidaten – de politieke veteraan Charles Brumskine en de schatrijke
Benoni Urey – waren in het verleden steunpilaren van Charles Taylor. Een andere presidentskandidaat, voormalig krijgsheer Prince Johnson, was ooit vriend van Charles Taylor, tot hij met hem brak en zijn eigen rebellenleger creëerde. Prince Johnson liet zijn mannen vervolgens de Liberiaanse president Samuel Doe doodmartelen. De videofilm ervan is nog steeds te zien op YouTube. De ex-warlord loopt nog steeds vrij rond, is nooit aangeklaagd, en is zelfs senator!
Verder, de populaire George Weah, ooit een wereldberoemde voetbalster, ambieert al jaren het presidentschap, maar verloor de vorige verkiezingen. Deze keer doet hij weer een gooi naar het hoogste ambt. Hij heeft daarbij de ex-vrouw van Charles Taylor als zijn Vice-President gekozen…. Hiermee komt de veroordeelde ex-president wéér in beeld. Charles Tayor presteerde het om in het begin van dit jaar telefonisch – vanuit zijn Engelse cel in een maximum security gevangenis (!)– zijn aanhangers in Liberia toe te spreken. George Weah kreeg veel kritiek over zich heen na zijn telefoongesprek met Taylor.

Tot slot drie presidentskandidaten. Alexander Cummings, is een voormalige topmanager van Coca-Cola inn de VS, die onlangs naar Liberia is teruggekeerd. Mills Jones is een voormalige directeur van de Centrale Bank van Liberia. Senator Oscar Cooper is de enige presidentskandidaat die zich als onafhankelijk presenteert, zonder politieke partij. Dit maakt hem waarschijnlijk vrij kansloos, op nationaal niveau. Hetzelfde gaat op voor Cummings, Jones en ook Urey, hoewel laatstgenoemde wel eens zou kunnen verbazen, mede gezien zijn rijkdom – Benoni Urey is de rijkste Liberiaan. Bovendien kan Urey zich verheugen op de sympathie van de VS, ondanks zijn – door de VN gedocumenteerde – steun aan Charles Taylor tijdens de burgeroorlog via de financiering van wapenaankopen. Met dit laatste overtrad hij het door de VN ingestelde wapenembargo tegen Liberia. Zakenman Urey heeft beloofd de straffeloosheid in Liberia aan te pakken, de oprichting van een oorlogstribunaal te steunen alsmede de uitlevering van Prince Johnson aan de VS, die hem wil berechten voor de moord op een Amerikaanse burger.

De strijd lijkt vooral te gaan tussen Jospeh Boakai, Charles Brumskine en George Weah. Maar zal de uitkomst werkelijk van belang zijn voor het merendeel van de Liberianen, of zal het weer zijn zoals zij ook vorige regeringswisselingen hebben betiteld: ‘Same taxi, different driver’?

We wachten met spanning het verdere verloop van de verkiezingen af.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV