Mali, een kaartenhuis

Aart van der Heide. Getuigenis van een crisis. Een boek geschreven door Mirjam Tjassing. Een mooi geschreven boek dat inzicht moet geven hoe een oud diplomate van de Nederlandse ambassade in Mali de crisis in Mali heeft beleefd. Het boek kwam heel oprecht op mij over. In de inleiding geeft de schrijfster al aan dat het geen wetenschappelijk werk is.

Het boek uitgegeven door LM publishers komt ook over als een getuigenis vanuit haar positie als de woordvoerder en politiekmedewerker van deze ambassade. Zij is opgeleid als niet westers historica aan de universiteit van Groningen.
Het boek telt 14 hoofdstukken en eindigt met het hoofdstuk “Waarnaartoe?” In een van de eerste hoofdstukken beschrijft zij op een originele manier hoe de grote rijken georganiseerd waren en ook hoe deze rijken afweken van de huidige natiestaten die Afrika nu telt. Wat interessant is dat zij de open grenzen van deze rijken noemt en ook de taken van de centrale overheden: organisatie en bescherming en eigenlijk niet meer. Erg interessant is dat zij de sinankouya – elkaar mogen beledigen – noemt als communicatiemiddel om geschillen te voorkomen. Een middel dat wij in Nederland niet kennen en waarvan wij nog kunnen leren. Helaas kan zij als oud-diplomaat dit niet vergelijken met de huidige toestand waar de centrale overheden zich vooral laten leiden door de voormalige koloniale machten en diens bondgenoten waartoe de ambassade waarvoor zij werkte ook toe behoort. Zij bekritiseert wel openlijk de leiband waaraan de centrale regering van Mali moet lopen en zegt dat het centrale bestuur zich niet bekommert om het lot van de burgers van dit land.
Ook noemt zijn de President Moussa Traoré openlijk een dictator zonder dat ze deze regeringsperiode analyseert. Ik heb onder Moussa Traoré in Mali gewerkt en heb zijn bewind nooit als dictatoriaal ervaren. Er was orde en ook veiligheid. Mensen durfden nauwelijks mee te doen aan corruptie die alleen plaats vond onder de kleine kring rondom Moussa Traoré. Deze corruptie werd voornamelijk geleid door zijn vrouw Mariam Sissoko. Helaas bestond er geen parlementaire democratie waarin de schrijfster wel gelooft. Moussa Traoré duldde geen politieke tegenstanders en elimineerde hen.
Trouwens ik had het van een historica normaal gevonden dat zij haar eigen regering bekritiseert die tijdens dat bewind volop meedeed met dit dictatoriale en corrupte bewind om maar OS te mogen uitvoeren. Helaas heeft de schrijfster dit volgens mij nooit onderzocht. Om het huidige Mali te begrijpen moet je eeuwen teruggaan en beschrijven hoe deze rijken gestructureerd waren. De schrijfster doet dit niet en heeft m.i. niet een goede analyse gemaakt van deze geschiedenis. Helaas grijpt zij niet terug op deze geschiedenis om het huidige debacle – volgens haar een kaartenhuis – te verklaren. Dat een diplomate de rol van de huidige invloed van o.a. de westerse mogendheden, dus de donoren, niet openlijk bekritiseert is begrijpelijk. Je hangt je eigen vuile was niet buiten. Ik sprak een oud-collega van de schrijfster die blij was dat zij het apparaat dat BuZa heet heeft verlaten. Mirjam paste daar niet echt in hoorde ik. Chapeau zeg ik dan. Dat de schrijfster nu gaat werken voor een instituut dat de meer-partijen-democratie de NIMD propageert, dus ons model, past m.i. niet bij haar analyse. Van een NIMD-medewerker hoorde ik dat dit een D66 instituut is. Graag had ik van de schrijfster een analyse gezien die dieper ging en van een wetenschappelijk geschoolde historica kunt verwachten. De schrijfster vertegenwoordigde “Nederland”. Kennelijk is dat de koning en de Haagse belangen. Zeker niet de andersdenkenden in ons land.

Toch vind ik het een mooi boek vooral de oprechtheid waarmee de schrijfster haar verhaal opgeschreven heeft. Dit blijkt o.a. op bladzijde 204 in de laatste alinea waarin zij zich eerlijk uitspreekt over het begrip “ontwikkeling” door te zeggen dat die ontwikkeling echt tegemoet moet komen aan het welzijn van de Malinese bevolking. Zij bekritiseert openlijk de (politiek) elites maar vermeldt helaas niet dat zij als diplomate juist met die elite moest samenwerken. Een diplomaat wordt in Mali gecontroleerd en moet al zijn/haar bewegingen in het land melden bij die overheid. Daarom denk ik dat haar waarnemingen niet geheel representatief zijn. Gelukkig noemt zij haar werk een “getuigenis”. Toch blijft zij een vertegenwoordiger van een politieke elite uit het westen doordat zij op geen enkele wijze haar werkgever en diens ideologie durft af te vallen, laat staan fundamenteel te bekritiseren. Ik vind nog altijd dat haar werkgever daar zit om het gehele koloniale project daar af te maken. Mirjam Tjassing getuigt met dit boek dat ze niet geschoold is in de verschillende ideologieën. Zij kan helaas geen analyse maken die juist het (pre-)koloniale verleden gebruikt om de huidige toestand te duiden. Dat zal ze ook niet kunnen doen in een dergelijk werk want dan zou zij als historica haar huidige en voormalige werkgevers moeten bekritiseren. Wel mag je dit van een historica verwachten.
Bij de presentatie en ook op haar Facebookpagina heb ik de auteur een aantal vragen gesteld waarop zij geen antwoord wilde geven. Waarschijnlijk mag zij dat niet? Wel schermt zij steeds met het begrip “accountability” naar de Nederlandse belastingbetaler toe maar voor haar zitten die alleen maar in de Tweede Kamer. Ook ik ben belastingbetaler. In die Tweede kamer zitten ook partijen die dezelfde vragen stellen.
Toch zeg ik “chapeau” Mirjam. Na het mooie boek van Maarten van Heems – Hallo mijn slaaf – hebben wij weer een boek vanuit de Nederlandse diplomatieke wereld in Mali. Ik zit nog steeds op een boek te wachten dat wetenschappelijk en dus ook historisch echte antwoorden kan geven.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV