Mali in Crisis

Aart van der Heide. Iedereen die ik in Mali vraag hoe het ermee gaat zegt hetzelfde: we lijden onder de crisis. Niemand heeft geld. Zelfs degenen die vroeger iets te besteden hadden hebben nu ook niets. Mensen leven waarschijnlijk op een bestaansminimum hoewel de macro-economische cijfers goed zijn o.a. door de goudwinning. Vergeet daarbij niet de impact van een oorlogseconomie.

Dat betekent dat het leven om centen en niet om grote bedragen gaat. Voor 50 Eurocent koop je al een eenvoudige maaltijd. Alle economische activiteiten zijn aanzienlijk verminderd. Op dit moment ben ik in Mopti. Helemaal geen toeristen zoals vroeger. Alle hotels zijn leeg. Iedereen die daaraan een boterham verdiende is ontslagen. Het is echt crisis. Alle horecagelegenheden zijn gesloten of nog geopend maar dan zonder klanten. Ondervoedingscijfers zijn geflatteerd. Wat ik daarvan zie is volgens mij in het geheel niet representatief. Als ik een bevriende advocaat vraag wat de oorzaak van de crisis is zegt hij eerlijk dat ik dat wel weet. Multi causaal. Dus veel oorzaken. Toch als ik ‘s morgens om 8 uur mijn ochtendwandeling maak zie ik ontzettend veel mensen op hun scooter naar hun werk rijden. Getallen ken ik niet en vergelijkingsmateriaal heb ik ook niet. Ik neem alleen maar waar.

Veiligheid
Bamako is een rustige stad geworden. Het verkeer is minder druk dan voorheen. Waarschijnlijk komt dat doordat veel mensen geen geld hebben om brandstof te betalen. De stad die nu naar schatting 4 miljoen inwoners telt is op een of andere verborgen manier goed beveiligd. Ik ben vanuit Bamako naar Segou en vervolgens met de bus naar Mopti gegaan. Geen enkele moeilijkheid gehad. Wel hoor ik veel verhalen over de onveiligheid maar weet nooit wat ik voor waar en niet waar kan houden. De Nederlandse ambassade geeft voor dit hele gebied kleur “rood” aan maar zij krijgen deze informatie ook van andere instanties. Ook al zijn ze heel vriendelijk ik weet gewoon dat ze helemaal niets kunnen doen. Het liefst houden ze alle bezoekers buiten Mali want dan kunnen ze ook geen moeilijke situaties verwachten. Het grootste gevaar zijn de jihadisten maar vergeet niet de vele roofovervallen door bandieten uitgevoerd. Ik wil vanuit Mopti met de bus naar Ouagadougou in Burkina Faso maar dat wordt me sterk ontraden door goed geïnformeerde vrienden omdat er eergisteren weer ernstige confrontaties in Bankas zijn geweest tussen de Dogons en de Peuhl bevolking waarbij veel doden zijn gevallen. Ook wordt me een tocht naar Djenné ontraden omdat niemand mij duidelijk kan maken of het echt veilig is. Overal hangen de geruchten over mogelijke confrontaties en afrekeningen in de lucht. Niemand kan voorspellingen doen. Veiligheid moet je dus echt in acht nemen. Immers waar rook is, is ook vuur!

De regering
Deze regering heeft alleen dat wat ze kunnen controleren onder controle: enkele grotere steden. Het lijkt overal rustig in de gebieden waar de regering nog gezag uitoefent. Of dit een stilte voor de storm is kan ik moeilijk bepalen. Wel weet ik dat een protest van “gele vestjes” of “gilets jaunes” hier ieder moment kan uitbreken. Daarmee kan men de onvrede uiten maar helaas niets oplossen. Ik hoor regelmatig dat men niet blij is met het bewind van Ibrahim Boubacar Keita (IBK). Men zegt overal dat hij oud en ziek is en de zaken volledig heeft overgedragen aan zijn eerste minister Boubey Soumailou Maiga (BSM). Een zeer bedreven man die door iedereen gevreesd wordt. Hij is een kundige bestuurder die alles onder controle schijnt te hebben. Deze man komt onder iedere president – Alhha Oumar Konare (OAK), Amadou Toumani Toure (ATT) en nu Ibrahim Boubacar Keita (IBK) – weer tevoorschijn of als minister van buitenlandse zaken, minister van defensie of onder AOK als gevreesd hoofd van de veiligheidsdienst. IBK wordt verweten dat hij troont als een keizer. Verder dat hij in extreme luxe leeft. Dat hij naar alle gelegenheden vliegt waar de wereldleiders bij elkaar komen. Hem wordt o.a. ook verweten dat de stewardessen aan boord van zijn presidentiele vliegtuig Françaises zijn. Geen Malinese stewardessen. Is dit om veiligheidsredenen of anders? Verder hoort men overal dat zijn woning in Sébénikoro op staatskosten is omgebouwd tot een luxe paleis waar ook helikopters kunnen landen. Hiervoor schijnt de staat hem persoonlijk een hoge huur te betalen. Zijn zoon Karim schijnt veel macht te bezitten en is betrokken bij iedere grote staatsbeslissing. Helaas hoor ik heel weinig goede zaken. Frankrijk wordt beticht van een zeer neokoloniale houding. Of dat werkelijk is kan ik moeilijk bepalen. Zelf noem ik de verhouding met Frankrijk een liefde-haatverhouding.

MINUSMA
In Bamako merk je niets meer van hun aanwezigheid. Geen enkele VN-wagen rijdt nog rond. In 2014 zag je in Bamako en ook in Mopti de vele geüniformeerde VN-militairen overal verschijnen. Na een aantal aanvallen zijn deze geheel uit het straatbeeld verdwenen. Zelfs op een ambassade Mali-Blues bijeenkomst (avonden waarop Nederlanders uitgenodigd worden bij de ambassadeur) waren er geen Nederlandse militairen maar wel Bavaria bier. Waarom kon ik niet achterhalen. In Sevare en Mopti zag ik twee voertuigen met blauwhelmen op. Voor de rest geen militaire voertuigen of militairen in het straatbeeld. MINUSMA is nu op volle sterkte met naar schatting 11.000 buitenlandse militairen. Deze operatie kost de internationale gemeenschap ongeveer 1 miljard US-dollar per jaar. Een goede zaak van MINUSMA is dat het één van de grootste werkgevers van Mali is geworden. Uit Tombouctou hoor ik van een bevriend iemand dat eenvoudige metselaars en timmerlieden onbetaalbaar zijn geworden omdat MINUSMA een grote werkgever is geworden. Wat betreft hun mandaat wordt erg getwijfeld aan hun werkelijke taak. Mijn vrienden uit Gao en Timboektoe die ik sprak maakten mij duidelijk dat een bezoek aan hun steden sterk ontraden wordt. Bandieten maken de situatie veilig. Men weet hier vaak niet eens of het bandieten of jihadisten zijn. Blanken zijn handelswaar geworden. Zo is Madame Sophie de Franse kinderarts twee jaar geleden door Jihadisten in de stad Gao gegijzeld. Zij komt uit een rijke familie en de onderhandelingen over het losgeld vinden nog steeds plaats. In Mopti zelf merk je weinig van de onveiligheid terwijl buiten Mopti jihadisten maar ook bandieten de situatie onveilig maken. De jihadisten voeren een soort guerrillastrijd tegen de Malinese overheid – ambtenaren, onderwijzend personeel en militairen van het Malinese leger (FAMA). In 2018 werd het hoofdkwartier van de G5 dat in Sevare bij Mopti gelegen was door jihadisten aangevallen en daarna naar Bamako verplaatst. Een grote overwinning voor de jihadisten. MINUSMA kan haar taak – stabilisatie en herstellen van lokaal bestuur – niet uitvoeren. Ze mogen niet tegen de jihadisten strijden terwijl ze wel door hen aangevallen worden. In Dogon land werden veel aanslagen veroorzaakt door z.g. etnische verschillen tussen de Dogon en de Peuhls. Malinese militairen worden op hun posten door jihadisten aangevallen en vermoord. Er zijn veel verhalen in omloop over de oorzaken. Een ervan is dat de centrale regering wapens verspreidt om zo een verdeel-en-heerspolitiek te veroorzaken. Ook circuleert het gerucht dat het een politieke afrekening is met de oppositie waarmee de centrale regering meer macht en invloed probeert te verkrijgen. Deze hypotheses zijn helaas niet verifieerbaar.

Nederlandse deelname aan MINUSMA
De Nederlandse bijdrage wordt begin volgend jaar beëindigd. Ze hebben zichzelf kunnen verdedigen maar daarbij wel 4 eigen militairen verloren door “technische gebreken”. Het heeft de kop gekost van een Nederlandse minister die nu hoofd geworden is van de militaire missie in Irak. De zin van de deelname is altijd in twijfel getrokken. In zijn boek “De missie in Mali: een poppenkast in de woestijn” schetst Reinoud Sterk – hij diende als jurist beroepsmilitair gedurende 6 maanden in Gao – het beeld dat deze missie helemaal niets heeft bereikt. Na het boek “Wakker” van Peter Gordijn, die als Apache piloot in Gao diende, is dit het tweede boek dat ons laat zien hoe onduidelijk het mandaat van de MINUSMA is. De jurist Sterk geeft ook duidelijk aan dat deze missie eigenlijk bedoeld was om een zetel in de veiligheidsraad te krijgen. Onze eigen ambassadeur in Mali vindt dat de Nederlandse bijdrage wel een positieve impact heeft gehad. Nadere uitleg – visie van zijn regering of eigen visie – werd niet gegeven behalve dan dat het stabiliteit heeft gebracht. Zelf vergelijk ik het met een slecht onderhouden dijk die met veel kunst en vliegwerk gestut moet worden. Te laat, te duur en zonder enig resultaat. We wachten nu op een onafhankelijke eindevaluatie van de Nederlandse bijdrage maar ik vrees dat deze er nooit zal komen. Misschien dat de slager zijn eigen vlees moet gaan keuren maar onafhankelijk zal deze nooit zijn.

Oorzaken van de crisis
Over de werkelijke oorzaken van deze crisis wordt weinig geschreven. De internationale partners van Mali waaronder ook Nederland in het kamp van de westerse naties, hebben een andere – officiële – verklaring dan bijvoorbeeld de Afrikaanse of Arabische landen. De verklaring die wij altijd uit Den Haag horen is de strijd tegen de jihadisten en tevens de strijd tegen de illegale emigratie. Zoals de bevriende advocaat mij al zei is de oorzaak multi-causaal. Malinezen zeggen altijd dat de staat verzwakt is. Hoe vaak heb ik niet gehoord dat er geen autoriteit meer bestaat om de orde en discipline te handhaven. Den Haag probeert ons te doen geloven dat het de jihadisten zijn die o.a. de stromen illegale emigranten veroorzaken. Veel andere verklaringen zijn de grote armoede en de werkeloosheid. Zelf spreek ik altijd over de weeffout die de Franse koloniale macht heeft gemaakt bij het trekken van de grenzen. Hierbij zijn Arabieren en Toearegs onder het gezag gesteld van de zuidelijke Afrikaanse bevolking (Bambaras, Malinkes etc.). Wat nu steeds duidelijker wordt is het slechte bestuur in het gehele land en daarbij de haat die bestaat tegen alles wat westers is. We kunnen een vergelijking maken met de ideologie van Boko Haram. Ook hanteer ik het gegeven van de grote woestijn in Noord Mali die niet alleen dunbevolkt is maar vooral militair niet te controleren is. Dit gebied heeft 365 dagen per jaar zon en veel veronderstelde bodemschatten.

Invoering van de meer-partijen democratie
In zijn uitstekende nieuwe boek “Crise Politico-Institutionnelle au Mali” analyseert Cheibane Coulibaly o.a. hoe de invoering van de meerpartijendemocratie gefaald heeft. De grondwet werd in 1991 in twee dagen geschrevenen en is een aangepaste kopie van de Franse grondwet. In een groots interview van een aantal journalisten met parlementsleden werden deze verweten zich niet met het welzijn van het land bezig te houden. “Jullie zijn als marktkooplieden die pinda’s verkopen aan de hoogstbiedende” was een kritische opmerking van een journalist aan de parlementsleden. Onafhankelijke politieke analisten leveren fundamentele kritiek op het politieke systeem. Je wordt geen parlementslid om de belangen van de groep die je “vertegenwoordigt” te verdedigen maar vooral om je eigenbelang te dienen! Zo wordt algemeen beweerd dat de eerste minister die zijn eigen partij de ASMA in het parlement vertegenwoordigd heeft druk bezig is zijn aanhang te vermeerderen. Zo zijn er veel parlementsleden van andere partijen die de overstap maken naar de partij van de eerste minister. Er wordt dan ik hevig gespeculeerd dat SBM de huidige president wil opvolgen. Veel westerse organisaties zoals de Nederlandse NIMD (Netherlands Institute for Multiparty Democracy) proberen de parlementsleden bij te scholen. Ze hebben jammer genoeg nooit de officiële conclusie getrokken dat het Europese systeem van parlementaire democratie niet geschikt is voor een land als Mali. Stel dat dit in Nederland zou gebeuren? Veel Malinezen denken dat het oude één partijsysteem zoals de oude UDPM (Union Démocratique Populaire du Mali) voor een jong land als Mali beter was. Op het platteland worden nu hele dorpen verscheurd door de aanwezigheid van meerdere politieke partijen die het partijbelang boven het belang van de gemeenschap plaatsen. Cheiba Coulibaly geeft in zijn boek een goede analyse van dit verschijnsel. Het klakkeloos kopieerden van deze westerse instituties begint zich nu te wreken.

Wat dan?
Deze vraag wordt me vaak gesteld. Allereerst zeg ik dan dat we eerst een goede onafhankelijke historische analyse moeten maken die al ver voor de onafhankelijkheid begint. Zelf denk ik dat een politiek systeem ingevoerd moet worden waarbij een echte representatieve afvaardiging van iedere bestuurseenheid – bijvoorbeeld per arrondissement of cercle – moet worden waargemaakt. Ieder “arrondissement” of “cercle” kiest dan zijn eigen vertegenwoordigers die de belangen van hun kiezers behartigen. Nu is dat de partij waar je lid van bent. Om deze verwarring op o.a dorpsniveau te voorkomen is één politieke formatie of partij nodig. Ik denk hierbij aan het Chinese systeem. In feite kom je dan weer bij het systeem ingevoerd onder de president Moussa Traoré. Je kunt kritiek op zijn regeerstijl uiten – in Europa wordt hij een dictator genoemd terwijl ik dat zelden in Mali hoor. In de tijd van de UDPM kwam je in een dorp met je programma en bood dit via de dorpschef of “dougoutiki” aan. Hij vroeg mij altijd na een week terug te komen. Hij moest eerst met alle geledingen – mannen, vrouwen, jongeren enz. – overleggen om tot een besluit te komen. Dit is nu verdwenen. Je onderhandelt nu met de vertegenwoordigers van de politieke partijen en niet met de directe vertegenwoordigers van de gemeenschap. Dit is wat ik zelf heb ondervonden.
De bemoeienis van vooral de westerse landen onder leiding van Frankrijk, de oud koloniale macht, is ook een gedegen onderwerp omdat eens vanuit Afrikaanse context te bekijken. Nederland voert in feite het Franse beleid uit. Wij ondersteunen mensenrechten, de rechtsstaat, seksuele reproductie enz. en stimuleren de import van uien uit Nederland. Een typische dominee en koopman-mentaliteit. We hebben de invoering van de meerpartijendemocratie gestimuleerd – nu o.a. via de NIMD – en besteden ontwikkelingsgelden aan de invoering van het westerse rechtssysteem, zonder dat we naar historische en traditionele feiten willen kijken. Is het daarom verwonderlijk dat Den Haag een neokoloniale houding wordt verweten? Zelf zeg ik altijd “we voltooien ons koloniale project” helaas zonder de Afrikanen hun werkelijke mening te vragen. Dat maakt ons mede verantwoordelijk voor de crisis. Als laatste opmerking een bericht dat ik van een Malinees kreeg: Mali heeft de MINUSMA niet nodig. Gezien de ervaringen in Soedan, Afghanistan en Syrië heeft Mali dit niet nodig. Deze missie heeft helemaal niet bijgedragen aan de vrede. Volgens hem is dit ook de mening van veel Malinezen.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV