Mali: president Keïta winnaar

Fred van der Kraaij. De beslissende ronde van de presidentsverkiezing in Mali is gewonnen door de zittende president, Ibrahim Boubacar Keita, die zijn tegenstander, oppositieleider Soumaïla Cissé, overtuigend versloeg. De verkiezingsdag, 12 augustus j.l., verliep relatief rustig, met weinig geweldsincidenten. Veel stemgerechtigden bleven thuis. Dat stemt tot nadenken.

Gisteren, 16 augustus, werd in Bamako officieel de voorlopige uitslag van de tweede ronde ronde bekendgemaakt. Ruim een derde van de 8,5 miljoen stemgerechtigden – bijna 2,8 miljoen Malinezen – was komen opdagen om te stemmen. Van hen stemde tweederde deel voor Ibrahim Keïta, die met 1,8 miljoen van de stemmen zijn ‘eeuwige tegenstander’ versloeg. Soumaïla Cissé kreeg van eenderde deel van het electoraat het vertrouwen, ofwel 0,9 miljoen stemmers. Hiermee is de weg vrij voor president Keïta, alom bekend als IBK, zijn initialen – om in september a.s. zijn tweede en laatste regeringstermijn van vijf jaar te beginnen.

De opkomst van kiezers voor de tweede ronde, afgelopen zondag, was met 34% veel lager dan die tijdens de eerste ronde (43%). Aan de eerste ronde werd door 24 kandidaten deelgenomen. Het is onduidelijk of de lagere opkomst tijdens de tweede ronde (deels) verklaard kan worden door het wegblijven van de kiezers die op 29 juli, tijdens de eerste ronde, op een van de andere 22 kandidaten hadden gestemd. Op 29 juli kreeg IBK 1,4 miljoen stemmen, tijdens deze tweede ronde 1,8 miljoen. Soumaïla Cissé zag het aantal kiezers dat op hem stemde toenemen van 0,6 miljoen naar 0,9 miljoen. Veel Mali-kenners hebben gewezen op de gebrekkige belangstelling van Malinezen voor de landelijke politiek en op het nauwelijks aanwijsbare politieke verschil tussen IBK en Cissé, maar m.i. geeft de uitslag van de tweede ronde toch weer dat een aanzienlijk deel van het electoraat de voorkeur geeft aan IBK boven Cissé. Hoewel beide kandidaten leider zijn van een politieke partij, is er wel weinig verschil tussen beide partijen. In Mali stemmen de kiezers vooral op personen, politici, zoals in veel Afrikaanse landen (en ook elders).

De lage opkomst tijdens de tweede ronde (34%) kan kan deels verklaard worden door het gebrek aan een democratische traditie in Mali. Ook tijdens eerdere presidentsverkiezingen was de opkomst laag, in de jaren 90 van de vorige eeuw zelfs lager dan 30%: 29% in 1997 en maar 21% in 1992. De toen gekozen president, Alpha Konaré, volgde de dictator Moussa Traoré op die in 1990 via een militaire staatsgreep was afgezet. President Traoré had geregeerd van 1968, toen hij een geslaagde staatsgreep pleegde tegen Mali’s eerste president, Modibo Keïta. In Mali is de Keïta-dynasty een historisch begrip. De Keïta’s staan aan de basis van het historische Mali, vóór de onderwerping door het koloniale Frankrijk een van Afrika’s machtigste rijken. Soumaïla Cissé, die uit het noorden van Mali komt, heeft met zijn nederlaag van afgelopen zondag voor de derde keer van Ibrahim Keïta verloren. Tegen de Keïta-dynastie kan hij niet op.
Een laatste verklaring voor de lage opkomst kan het naderende islamitische offerfeest zijn, in West Afrika bekend als Aïd el-Kebir, ook wel Tabaski genoemd. Dit is een van de belangrijkste religieuze gebeurtenissen en familiefeesten in Mali, en elders. Malinezen, zowel op het platteland als in de steden, zijn in toenemende mate meer bezig met de voorbereidingen voor het offerfeest dan met de nationale politiek. ‘Een schaap kopen voor de familie’, is de grootste prioriteit geworden.

In september begint president Keïta dus aan zijn tweede mandaat. Er staan hem niet weinig uitdagingen wachten. Naar mijn mening zal hij zich de komende vijf jaren vooral richten op de opbouw van een sterk leger. Tijdens de tweede ronde werd de veiligheid gewaarborgd door 36.000 militairen, grotendeels van MINUSMA, de VN-interventiemacht. Tijdens het bewind van president Alpha Konaré is de positie van het leger sterk verzwakt. Konaré wilde niet het lot van zijn voorganger delen en door een militaire staatsgreep afgezet worden. Bovendien gaf hij prioriteit een onderwijs en gezondheid, wat door de internationale donorwereld sterk werd toegejuicht. Het gevolg was een zwak leger, wat de opkomst van militante en fundamentalistische moslims met in hun kielzog terroristen mogelijk maakte.

Een tweede prioriteit van president Keïta zal de economie zijn. In de Sahel wordt de economie, die sterk op de landbouw rust, eerder bepaald door het weer, de hoeveelheid en de spreiding van de jaarlijkse neerlag, dan door beleid. Wat wel van belang is is de infrastructuur. Zonder wegen geen handel. IBK haalt met zijn vele buitenlandse reizen veel geld op bij externe donoren en de afgelopen vijf jaren heeft Mali’s infrastructuur al een flinke uitbreiding gekregen: wegen en bruggen.

Tot slot, wellicht de grootste zorg: herstel van de politieke stabiliteit en het gezag van de centrale regering. Het probleem is drieledig: (1) het naar onafhankelijkheid strevend deel van de Toeareg-bevolking, (2) de terroristen waarvan de grootste tegenstanders Iyad Ag Ghaly en Mocktar Belmokhtar voortdurend ontsnappen aan arrestatie, en (3) de toenemende spanning tussen bevolkingsgroepen, met aan de ene kant landbouwers, aan de andere kant veehouders.

Meer hierover een volgende keer.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV