Marianne

Meta Bindinga. Marianne is couturière en werkt aan huis. Zij woont met haar vier (of vijf?) thuiswonende kinderen in een eenkamerwoning met gesloten veranda aan een hofje. De veranda is altijd een puinhoop en staat vol met ondefinieerbare rotzooi, bakbananen, maniok, pannen, krukjes, kleding, lappen stof en een ouderwetse naaimachine die met de voet moet worden aangetrapt.

Een gevulde baal buiten bij de voordeur doet dienst als opstapje om de veranda te bereiken. Douchen en naar de wc gaan doen ze in een apart houten hok dat ze delen met de buren. De ene deur leidt naar de ‘kakdoos’ en de andere naar de wasruimte.

Marianne heeft vier dochters en twee zoons. De oudste is zestien en woont niet meer thuis. Zij gaat naar een school in Yamoussoukro en zit daar intern. De jongste is net twee geworden en is een dotje. Ook Marianne zelf is dol op haar nakomertje. De andere meisjes zijn negen en dertien en de jongetjes zijn vier en elf.

Als ik aan kom rijden in haar straat, begroet ze me altijd van een afstandje zodat iedereen in de buurt goed kan horen dat zij me tutoyeert, ‘Ah Metaaa, tu es venue me faire visite!’ Gelukkig is ze gestopt met haar plichtmatige, halfslachtige pogingen om orde te scheppen in de chaos op haar veranda, en volstaat het opzij schuiven van zooi op het houten bankje zodat we naast elkaar kunnen zitten.

Als ik een bestelling bij Marianne doe, moet ze altijd zoeken naar een schriftje, spelden, pen en een meetlint om me nog eens goed op te meten en aantekeningen te maken. Deze raakt ze vervolgens kwijt en bij de volgende bestelling herhaalt ze het hele ritueel.

Ik doe mijn kleine bijdrage om haar aan het werk te houden, zij vraagt een redelijke prijs en daarom krijgt ze extra. Ik neem uit Nederland kleding voor haar en de kinderen mee en spullen die ze voor haar werk kan gebruiken, zoals scharen, tornmesjes, garen en dergelijke.

Er is weliswaar een man, maar die werkt op een cacaoplantage in de bush en ik heb hem nog nooit gezien. Ik zie in het dagelijks leven een vrouw die er alleen voor staat met een zwik kinderen, veel te krappe woonruimte en onzekere inkomsten. Van de thuiswonende meisjes wordt verwacht dat ze een bijdrage leveren en ik zat er een keer met hangende schouders bij toen de negenjarige instructies kreeg hoe ze waterzakjes aan de man moet brengen en haar wisselgeld moet beheren.

Nu ik dit zo opschrijf, bedenk ik me dat ik de oudste jongen ook al een tijd niet heb gezien en ik vermoed dat hij bij zijn vader is. Marianne klaagde al een poos dat het ventje niet zijn best deed op school en dat als het zo doorging, hij maar beter kon gaan werken.
Marianne ziet haar man slechts twee keer per jaar en zoekt hem meestal in de zomervakantie op in de bush. Ik wacht met angst en beven af of er in april, mei of juni weer sprake is van gezinsuitbreiding.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV