Nepnieuws ondermijnt onafhankelijke media in Afrika

Herman Wasserman en Dani Madrid-Morales – IPS. Nu nepnieuws in westerse landen volop in de schijnwerpers staat, valt op dat naar fake news en misinformatie in Afrika nog nauwelijks onderzoek is gedaan, zeggen Herman Wasserman van de Universiteit van Kaapstad en Dani Madrid-Morales van de Universiteit van Houston. Terwijl nepnieuws ook daar een ondermijnende rol speelt.

Zorgen over fake news bepaalden in de afgelopen jaren de discussie over de relatie tussen de media en politiek in rijke landen. Die extra aandacht voor waarheid, waarheidsvinding en bedrog is terug te voeren op de rol van fake news in de Amerikaanse presidentscampagne van 2016, en het gebruik van de term door de Amerikaanse president Donald Trump om critici de mond te snoeren.

De term fake news zelf is controversieel omdat hij slecht gedefinieerd is.

De onrust die kan ontstaan door de verspreiding van misinformatie in het algemeen, heeft geleid tot introspectie door journalisten en een herbevestiging van professionele waarden en normen.

De opkomst van valse informatie heeft complexe culturele en sociale oorzaken. Tot nu toe werd het fenomeen echter vooral bestudeerd in de Verenigde Staten en Europa, waar het sinds kort sterk in het schijnwerpers staat.

Voor de situatie in Afrikaanse landen was er relatief weinig aandacht.

In Afrika neemt desinformatie vaak de vorm aan van extreme uitingen die aanzetten tot geweld, of racistische, misogyne en xenofobe berichten via platforms zoals WhatsApp.

Om meer te weten te komen over fake news in Afrika ten zuiden van de Sahara deden we een online onderzoek in Kenia, Nigeria en Zuid-Afrika. Onze studie had drie doelen: het meten van de aanwezigheid van desinformatie, erachter komen wie volgens het publiek verantwoordelijk is voor het stoppen van nepnieuws en het begrijpen van de relatie tussen desinformatie en het vertrouwen in de media.

Aan ons onderzoek deden 755 mensen mee. Er werden vragen gebruikt uit een studie die in 2016 werd uitgevoerd door het Amerikaanse Pew Research. Op die manier konden we onze resultaten vergelijken met de Amerikaanse.

Onze bevindingen wijzen erop dat het Afrikaanse publiek weinig vertrouwen heeft in de media, vaak wordt blootgesteld aan misinformatie en – vaak onbewust – meewerkt aan het verspreiden van die informatie.

Verzonnen
We zetten de belangrijkste resultaten uit de studie op een rij. Ten eerste bleek dat nieuwsconsumenten in Kenia, Nigeria en Zuid-Afrika weten dat ze geregeld te maken hebben met fake news over politiek. Bijna de helft van de respondenten in Kenia zei vaak nieuwsverhalen tegen te komen waarvan ze vermoeden dat die volledig verzonnen zijn. Wat alarmerender is, is dat slechts 1 tot 3 procent zei nooit met “gefabriceerd” nieuws in aanraking te komen. In het onderzoek in de VS lag dat percentage in 2016 op 12 procent.

Ten tweede zeiden de bevraagde Afrikanen het nepnieuws relatief vaak te delen: 38 procent van de Kenianen, 28 procent van de Nigerianen en 35 procent van de Zuid-Afrikanen zei verhalen gedeeld te hebben waarvan achteraf bleek dat ze niet klopten. In de VS was dat 16 procent. Op de vraag of ze verhalen hadden gedeeld waarvan ze wisten dat die onwaar waren, antwoordde een op de vijf Zuid-Afrikanen met ja. Dat gold ook voor een op de vier Kenianen en Nigerianen.

Vertrouwen in de media
Het publiek wordt gezien als de belangrijkste verantwoordelijke als het gaat om het stoppen van de verspreiding van misinformatie. Meer dan twee derde van de respondenten in de drie landen zei dat burgers daarin een grote verantwoordelijkheid hebben. Daarna volgende de socialmediabedrijven en tot slot de regering.

Ook bleek uit het onderzoek dat het vertrouwen in de media in Nigeria het laagst is van de drie landen.
Dat het vertrouwen in de media afneemt, speelt niet alleen in Afrika ten zuiden van de Sahara. Het is een wereldwijde trend.

Als het gaat om het type nieuwsorganisatie, vertrouwen Nigeriaanse en Keniaanse burgers de internationale media het meest. In Zuid-Afrika is het vertrouwen in de plaatselijke media juist het hoogst. Een consistent patroon in de landen is dat de sociale media het minst vertrouwd worden.

Tot slot bleek dat mensen die denken dat ze vaker worden blootgesteld aan nepnieuws, minder vertrouwen hebben in de media. Aangezien nepnieuws en desinformatie kennelijk bijdragen aan de uitholling van het vertrouwen in de media, is het belangrijk om strategieën te ontwikkelen om nepnieuws te voorkomen die verder gaan dan mediageletterdheid.

Onafhankelijke media
Het publiek voorlichten over de gevaren van fake news is niet genoeg. Mediageletterdheid moet onderdeel zijn van een veel omvangrijkere aanpak op meerdere fronten. Onze bevindingen suggereren dat mediaorganisaties hard moeten werken om de vertrouwensrelatie met het publiek weer op te bouwen.

Onze gegevens kennen enige beperkingen. Hoewel we geprobeerd hebben diverse segmenten van de samenleving te benaderen, is het waarschijnlijk dat in de resultaten vooral de visie van de stedelijke middenklasse weerspiegelt. Het onderzoek is namelijk online gehouden.

De resultaten van deze studie, de eerste naar misinformatie en desinformatie in meerdere Afrikaanse landen, biedt enig materiaal dat gebruikt kan worden om strategieën uit te werken om de verspreiding van fake news te beperken en iets te doen aan het afnemende vertrouwen in de media.

In Afrika ten zuiden van de Sahara hebben de mainstream media al een lange strijd voor onafhankelijkheid en vrijheid achter de rug. Overheidscontrole, via eigenaarschap of onderdrukking, is nog steeds sterk aanwezig. De sterke aanwezigheid van misinformatie en desinformatie – daadwerkelijk of als zodanig ervaren – kan de wankele positie van de onafhankelijke media op dit continent nog verder ondermijnen, als er niets aan gedaan wordt.

Bron: The Conversation

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV