Nigeria maakt zich op voor presidentsverkiezingen

Ini Dele-Adedeji – IPS. Nigeriaanse verkiezingen kennen een lange geschiedenis van fraude en intimidatie. Toch zijn er bij presidentsverkiezingen zaterdag ook lichtpuntjes, schrijft Ini Dele-Adedeji, politicoloog aan de University of Londen.

Nigeria maakt zich op voor verkiezingen op 16 februari. Maar zullen die geloofwaardig zijn? Nigeriaanse kiezers weten dat de verkiezingen niet alleen met stemmen of volksconsensus worden gewonnen. Verschillende andere factoren beïnvloeden de resultaten.

Tot die factoren behoren de controle van de zittende regering over het staatsveiligheidsapparaat, basisstructuren en instituten zoals handelsorganisaties en de Nationale Vakbond voor Wegtransportwerkers.

De vakbond voor wegtransportwerkers, die fungeert als overkoepelend orgaan voor buschauffeurs, conducteurs en handelaars in de branche in het zuidwesten van Nigeria, heeft een geschiedenis als het gaat om het stelen van stembiljetten en het intimideren van kiezers. Ook moet verkiezingsfraude niet worden uitgesloten.

Vragen over de geloofwaardigheid van de verkiezingen in het post-onafhankelijke Nigeria gaan terug tot de Eerste Republiek die duurde van 1960 tot 1966. Na beschuldigingen van massale fraude tijdens de verkiezingen van 1965, werd het westen van het land overspoeld door rellen die de naam Operation Wet-ie kregen.

De rellen zetten rivaliserende politieke groepen tegen elkaar op, wat leidde tot de eerste militaire coup in Nigeria in 1966. Vanaf dat moment volgden er meer coups. Tussen 1966 en 1999, toen het land brak met militaire politiek, kreeg Nigeria te maken met acht militaire coups. In dezelfde periode werden drie keer algemene verkiezingen gehouden.

Tumultueus verleden
De jaren zonder militair bewind waren relatief kort en duidelijk overschaduwd door de macht van het leger. Tijdens verkiezingen was sprake van zware beschuldigingen van fraude. Sinds 1999, toen het land brak met het militaire bestuur, werden vijf keer verkiezingen gehouden. In alle gevallen werden ze geplaagd door controverse.

Het is duidelijk dat Nigeria een tumultueus politiek verleden overleefd heeft. Bij de komende verkiezingen kunnen nog steeds vragentekens worden gezet bij de geloofwaardigheid van het kiessysteem en de levensvatbaarheid van bestuursstructuren. In het verleden ging het vaak fout. Maar gaan er ook dingen goed?

In minstens twee gevallen kregen kiezers waar ze om vroegen. Dat was het geval bij de presidentsverkiezingen in 1993, die gezien worden als relatief vrij en eerlijk, los het het feit dat het leger ze later ongeldig verklaarde. In het tweede geval ging het om de presidentsverkiezingen van mei 2015, toen de zittende president Goodluck Jonathan op een nette manier zijn verlies accepteerde en de scepter overdroeg aan president Muhammadu Buhari.

Toch blijft het gevoel knagen dat het electorale systeem in Nigeria een complete hervorming nodig heeft, wil het functioneren met zo weinig mogelijk externe inmenging.

Militaire schaduw
Het land werd tot nu toe langer bestuurd door militaire bewindvoerders dan door democratisch gekozen leiders. Gedurende 29 jaar van de onafhankelijkheid hadden militaire dictators grip op de leiding. Het land kende slechts 20 democratische jaren. Het gevolg is dat verkiezingsfraude en kwade praktijken aan de orde van de dag zijn in het Nigeriaanse verkiezingsproces.

Sinds 1999 waren Olusegun Obasanjo en Muhammadu Buhari, allebei voormalige militaire dictators, samen twaalf jaren aan de macht. President Buhari gaat nu voor een tweede termijn. Als gevolg daarvan beweren sommigen dat het land zich nog steeds in een transitieperiode van militair bestuur naar democratie bevindt.

De uitvoerende macht bijvoorbeeld, heeft bepaalde autoritaire eigenschappen die een overblijfsel zijn uit het militaire tijdperk. Een daarvan is de inzet van gewapende troepen om het verkiezingsproces te manipuleren. Tijdens recente regionale verkiezingen in de deelstaten Ekiti en Osun was bijvoorbeeld alom sprake van intimidatie van kiezers door veiligheidstroepen. Op die manier werden aanhangers van de oppositie weggejaagd en kreeg het regerende All Progressives Congress een voorsprong.

De kiescommissie
Een ander factor is de veronderstelde onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Onafhankelijke Nationale Kiescommissie die de verkiezingen organiseert. Critici wijzen erop dat de voorzitter van de commissie en andere leden, benoemd worden door de president. Dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gehele kiescommissie.

Verder heeft Buhari onlangs Amina Zakari benoemd als nieuwe verantwoordelijke voor het tellen van de stemmen. Zakari is het hoofd van het nationale centrum van waaruit de verkiezingsuitslag bekendgemaakt wordt. Ze zou echter familiebanden hebben met de president. Dat heeft bij de oppositie geleid tot de verdenking dat de regering de verkiezingen wil beïnvloeden.

Wat de zaak nog verergert, is dat het gedrag van de kiescommissie bij de vorige verkiezingen niet altijd onbesproken was. Dat geeft critici argumenten om de onpartijdigheid van het orgaan te bestrijden. In de aanloop naar de verkiezingen in 2007 bijvoorbeeld besliste het Hooggerechtshof dat de commissie niet de bevoegdheid had om kandidaten op het laatste moment te diskwalificeren, iets wat wel gepoogd werd bij oppositiekandidaat Atiku Abubakar.

De ondoorzichtigheid van de recente regionale verkiezingen dragen ook bij aan de angst dat de presidentsverkiezingen frauduleus zullen verlopen. Bij die verkiezingen afgelopen september in Osun, werden onregelmatigheden en intimidatie van kiezers geconstateerd, en bemoeienis van “ongepaste personen.” Deze onregelmatigheden werden versterkt door het grote aantal politiemensen dat op de been was tijdens de verkiezingsperiode.

De bemoeienis van veiligheidstroepen bij het beïnvloeden van deze regionale verkiezingen in het voordeel van de regerende partij, wordt gezien als voorbode van de situatie bij de algemene verkiezingen.

Rol van buitenstaanders
Waarnemers zoals de Europese Unie en de Verenigde Staten oefenen ook een zekere invloed uit op de Nigeriaanse verkiezingen. Door telkens te wijzen op het belang van vrije en eerlijke verkiezingen, werken ze in zekere zin in het voordeel van de oppositie, die historisch gezien aan buitenlandse machten vroeg om toezicht te houden op het verkiezingsproces.

Zittende regeringen daarentegen bevinden zich aan het andere einde van het spectrum. Zij noemen de bemoeienis “neo-imperialisme” van landen zoals de VS en het Verenigd Koninkrijk, en keuren die bemoeienis met de Nigeriaanse soevereiniteit af.

Die weerstand tegen buitenlandse bemoeienis kwam recent nog terug in opmerkingen van de gouverneur van de deelstaat Kaduna, Nasir El-Rufai, die buitenlandse waarnemers met de dood bedreigde.

Ook voormalig president Goodluck Jonathan trok de “buitenlandse bemoeienis-kaart” toen hij onlangs stelde dat de VS de hand hadden in zijn verlies in 2015. Een paar weken geleden beweerde het All Progressive Congres iets soortgelijks in een verklaring waarin gesteld werd dat de EU de Nigeriaanse soevereiniteit ondermijnt.

Licht aan de horizon
Ondanks het bovenstaande zijn er ook lichtpuntjes. Er kan voortgebouwd worden op enkele positieve precedenten.

Ondanks voorspellingen over verkiezingsgeweld, gaf Jonathan Goodluck zijn verlies toe aan Buhari. Deze vreedzame transitie na slechts één presidentstermijn kan een positieve trend zetten voor verkiezingen in Afrika.

Met de kleine marge tussen de zittende president Buhari en zijn uitdager Abubakar van de People’s Democratic Party, is het afwachten hoe dit verhaal wordt voortgezet als Nigeria komend weekend naar de stembus gaat.

Bron: The Conversation

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV