Pleidooi voor een onafhankelijke evaluatie van de Mali-missie

Fred van der Kraaij. Het OVV rapport over Mali, het aftreden van Defensie minister Jeanine Hennis en de uitspraken van de nieuwe Commandant der Strijdkrachten generaal Rob Bauer maken één zaak heel erg duidelijk: er moet nu snel een échte, onafhankelijke evaluatie komen van de Nederlandse bijdrage aan de VN missie in Mali. Om verantwoording af te leggen. Om te leren.

Achtergrond
In 2012 leidt in Mali de zoveelste Toeareg opstand tegen het centrale gezag tot een militaire staatsgreep en tot een opmars van goed bewapende terroristische en jihadistische groeperingen. In korte tijd wordt het noorden van het land aan de autoriteit van de regering in Bamako onttrokken. De nieuwe militaire machthebbers hebben het te druk om hun gezag te vestigen; het leger is verdeeld. Terroristen en jihadisten dreigen van dit machtsvacuüm gebruik te maken en ook het zuiden van het land binnen te trekken. Het is januari 2013. De voormalige koloniale macht, Frankrijk, grijpt in, op verzoek van de Malinese regering, en veegt in korte tijd het land schoon. Dat wil zeggen, het noorden wordt ‘heroverd’, maar de jihadisten en vooral de terroristen worden alleen maar verjaagd en plegen vanuit hun schuilplaatsen aanslagen. De VN besluit in april 2013 blauwhelmen naar Mali te sturen: MINUSMA is geboren. Officieel: ‘Mission multidimensionnelle intégrée des Nations Unies pour la stabilisation au Mali’ ofwel ‘Multidimensionele geïntegreerde VN-missie voor de stabilisatie van Mali’. Ondanks deze klinkende naam start MINUSMA met een onduidelijk mandaat. Dit heeft er zeker aan bijgedragen dat MINUSMA met meer dan 100 dode blauwhelmen anno 2017 de gevaarlijkste VN-missie is van de afgelopen 25 jaar.

Nederland wil vanaf het eerste begin in 2013 deelnemen aan de VN-missie. De rechtvaardiging hiervoor vinden we in onze Grondwet (‘bevordering van de internationale rechtsorde’) en ook spelen de goede relaties met Mali een rol. De echte beweegredenen van de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Defensie blijven echter onduidelijk, vooral nadat een kerntaak van de Nederlandse bijdrage bekend wordt: het inwinnen van inlichtingen (de ‘oren en ogen‘ van de VN-missie). Is Nederland daartoe speciaal bekwaam in dit Sahel land? Wat maakt dat Nederlandse militairen dit beter kunnen dan anderen? Volgens het geruchtencircuit dat bij zulk gebrek aan concrete informatie ontstaat, is Nederland vooral geïnteresseerd in een zetel in de Veiligheidsraad van de VN, die het denkt te kunnen bemachtigen bij deelname een deze missie. Nederland zet 450 militairen in, 4 Apache gevechtshelikopters en 3 Chinook transporthelikopters. Het kabinet licht de Tweede Kamer per ‘Artikel 100 brief’ in en de minister voor Ontwikkelingssamenwerking krijgt de rekening gepresenteerd. Bert Koenders wordt het hoofd van MINUSMA in Bamako, Mali.

In 2016 haalt Nederland met veel moeite – een politiek gevecht met mede EU-lid Italië – de helft van de begeerde zetel in de VN Veiligheidsraad binnen. De belangstelling van Rutte-II voor MINUSMA is dan inmiddels wat verflauwd. De Nederlandse deelname aan de VN-missie wordt teruggebracht, eerst tot 375 man (2016), dan naar 290 dit jaar en volgend jaar maximaal 250 militairen. De Apaches en Chinooks worden teruggevlogen naar Nederland. Onduidelijk is of dit laatste om politieke redenen is of omdat de toestellen teveel te lijden hebben gehad van het zware Sahel klimaat. Het lijkt om laatstgenoemde reden, maar zeker is dit niet. In elk geval niet omdat het in Mali minder gevaarlijk is geworden, de veiligheidssituatie verergert er zelfs en breidt zich zelfs uit naar de buurlanden Burkina Faso en Niger.

Nederlandse doden
Intussen zijn er ook Nederlandse doden in Mali gevallen. Eerst twee Apache-piloten toen hun helikopter in het noorden verongelukte, kapitein René Zeetsen en luitenant Eernst Mollinger, in 2015, en vorig jaar twee militairen, sergeant Henry Hoving en korporaal Kevin Roggeveld, tijdens een oefening met ondeugdelijk militair materiaal.

Nu wordt de politiek in Nederland wakker. De rest van het verhaal is bekend. Het eindrapport van de OVV (Onderzoeksraad voor Veiligheid) slaat in als een bom. Defensie minister Hennis reageert te laat, te weinig en niet goed, en op 3 oktober treedt zij af, met in haar kielzog de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp. De nieuwe hoogste baas van het leger, general Rob Bauer, zegt bij zijn installatie: “Ik zal nadrukkelijk ‘nee’ zeggen als een gewenste missie van de politiek niet uitvoerbaar is. “

Laten we hopen dat niet zover komt dat de legerleiding vertelt wat politiek Nederland moet doen. Maar we moeten wel zijn boodschap begrijpen. Politiek Nederland moet beter luisteren naar mensen in het veld. Inmiddels gaat de discussie over de staat van het Nederlandse leger, erg beroerd volgens sommige insiders, vanwege de jarenlange bezuinigingen.

Is er in 2013, en volgende jaren, voldoende gerealiseerd wat een militaire deelname aan een VN-missie in een ver, ruig en heet land inhoudt? Wat waren de echte overwegingen van de betrokken ministers om deelname aan MINUSMA te bepleiten? Premier Rutte heeft bij aanvang van de missie beloofd dat er een evaluatie zou volgen van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA. Er is nooit een onafhankelijke evaluatie verschenen, ondanks deze belofte en ondanks de twee verlengingen van de Nederlandse deelname (2015, 2016). Wel verscheen in mei 2015 een tussentijdse ‘evaluatie’ over de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA van de vier betrokken ministers (Koenders, inmiddels BZ-minister, Ploumen/Ontwikkelingssamenwerking, Hennis/Defensie en van der Steur/Justitie). Het doel van dit rapport was de verlenging van de Nederlandse militaire missie in Mali. Er was geen sprake van verantwoording afleggen of leren van de ervaringen. Het was een typisch geval van de slager die zijn eigen vlees keurt.

Onlangs heeft het demissionaire kabinet besloten tot verlenging van de Nederlandse deelname aan de VN-missie in Mali tot 31 december 2018. De Tweede Kamer moet er nog over debatteren. Dit is een goed gelegenheid om dit debat te voeren op basis van feiten. Waarom wilde Nederland deelnemen aan MINUSMA? Hoe is deze deelname uitgevoerd? Wat was het resultaat? Gewenste resultaten, ongewenste resultaten?

Een onafhankelijke evaluatie
Elke evaluatie kent twee hamvragen: ‘Was it the right thing to do?’ en: ”Did we do it right?” Ofwel, in dit geval: ‘Was de Nederlandse deelname aan de VN-missie in
Mali een juist besluit?’ En: ‘Hebben wij deze missie goed uitgevoerd?’

Evalueren betekent verantwoording afleggen en leren. Verantwoording afleggen aan de politiek, aan belastingbetalers, aan uitvoerders, aan nabestaanden. Het lerend vermogen van het ministerie van Defensie is in het OVV-rapport zwaar bekritiseerd. Hoe zit het daarmee binnen dat andere verantwoordelijke ministerie, Buitenlandse Zaken? Voormalig MINUSMA baas Bert Koenders is nog even minister van Buitenlandse Zaken. Zijn opvolger zal met het Mali-dossier aan de slag moeten. En natuurlijk ook de nieuwe Tweede Kamer. Hopelijk laten onze volksvertegenwoordigers zich niet verleiden tot de waan van de dag door op een andere actuele zaak te springen. BZ en OS – misschien ook EZ en Defensie – maken zich op voor een versterkte aanwezigheid en rol van Nederland in de Sahel. Er gaat zelfs een nieuwe ambassade geopend worden in de Sahel. Een goede zaak, mits het met kennis van zaken gebeurt. Een onafhankelijke evaluatie van de Nederlandse deelname aan de VN-missie in Mali kan daaraan veel bijdragen.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV