Soedanese kerken spelen weer bescheiden rol in vredesproces

James Jeffrey – IPS. Na vijftig jaar van conflicten behoren de Zuid-Soedanese kerken tot de weinige overgebleven stabiele instituten. In hun streven naar vrede is sprake van een interreligieuze samenwerking die zelden te zien is in de wereld.

Priesters en pastors van talloze denominaties verleenden humanitaire bijstand tijdens de lange Zuid-Soedanese onafhankelijkheidsoorlogen. Die werden vaak gezien als een strijd voor religieuze vrijheid voor het grotendeels christelijke zuiden, ten opzichte van islamistische regering in Khartoem (Soedan) in het noorden.

Te midden van verwoesting en falende politiek, bleken kerkleiders op een bepaald moment nog de enige spelers die enige geloofwaardigheid en erkenning genoten, waardoor ze effectief konden lobbyen bij de internationale gemeenschap voor de Zuid-Soedanese zaak. Tegelijk vervulden ze een rol als bemiddelaar tussen gemeenschappen die uiteen werden gescheurd door oorlog en etnische twisten.

Staakt-het-vuren
Ze bleken echter minder goed in staat om de politici en generaals in te beïnvloeden tijdens de laatste burgeroorlog die woedt sinds 2013. Deze oorlog begon slechts twee jaar na de onafhankelijkheid van Soedan. Afgelopen week tekenden de Zuid-Soedanese president Salva Kiir en rebellen geleid door zijn voormalige vicepresident Riek Machar een staakt-het-vuren. Maar persbureau Reuters meldt dat afgelopen zondag opnieuw gevechten uitbraken, met achttien burgerdoden tot gevolg.

“Op die nieuwe uitbraak van geweld waren de kerken niet voorbereid”, zegt John Ashworth, die langer dan dertig jaar in Zuid-Soedan heeft gewerkt en ook de kerken adviseerde. “Hoewel de kerk een belangrijke rol gespeeld heeft bij de bescherming van mensen en het mobiliseren van humanitaire steun, en bij het bereiken van vrede en verzoening op plaatselijk niveau, kostte het veel tijd om de capaciteit op te bouwen om initiatieven op nationaal niveau te implementeren.”

Islam
Hoewel de islam de regio eeuwenlang heeft gedomineerd, gaan de christelijke wortels van Soedan en Zuid-Soedan terug tot de vijfde eeuw. In de negentiende eeuw waren er in de regio missionarissen actief van voornamelijk de anglicaanse, presbyteriaanse, katholieke en koptische kerken.

Over de exacte religieuze samenstelling van Zuid-Soedan bestaan tegenstrijdige rapporten. Het christendom is de dominante religie en volgens Pew Research is ongeveer 60 procent van de bevolking christelijk, 33 procent hangt een Afrikaanse religie aan, 6 procent is moslim en de rest hoort niet bij een bepaalde stroming.

De oorlogen hebben de kerken naar elkaar toe gedreven, waardoor ze een oecumenisch karakter kregen en de Zuid-Soedanese Raad van Kerken oprichtten (SSCC). Die raad had grote invloed bij het vredesproces in 2005, dat een einde maakte aan de langstdurende burgeroorlog in Afrika.

Onafhankelijkheid
De SSCC bleef betrokken bij het proces dat in januari 2011 leidde tot een referendum over onafhankelijkheid. Daarbij koos een overweldigende meerderheid van de Zuid-Soedanezen voor afscheiding van Soedan. Zuid-Soedan werd het eerste nieuwe, Afrikaanse land sinds Eritrea zich afsplitste van Ethiopië in 1993. Op 9 juli 2011 was Zuid-Soedan officieel onafhankelijk.

Maar al die successen verbleekten toen overheidstroepen in 2013 etnische Nuer aanvielen in de hoofdstad Juba. Na het bloedbad splitste het nationale leger, het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), zich tijdens een gewelddadige opstand langs etnische lijnen. De etnische Dinka, loyaal aan Kiir, kwamen tegenover de Nuer te staan, die geleid werden door Macher.

Beide kanten begingen wreedheden, terwijl het verhaal van de strijd om religieuze vrijheid werd misbruikt om politiek voordeel te behalen. De SPLA zette zichzelf neer als christelijke bevrijder – ondanks de wreedheden – en verwees in propaganda naar kerkganger Kiir als de “Jozua” die Zuid-Soedan naar het beloofde land van onafhankelijkheid leidde.

Etnische verdeeldheid
De kerk raakte ook verstrikt in de verdeeldheid. “De huidige oorlog heeft mensen verdeeld langs etnische lijnen. De kerk is daar niet immuun voor”, zegt Carol Berger, een antropoloog gespecialiseerd in Zuid-Soedan. Tijdens een toespraak in april beschuldigde de Zuid-Soedanese vicepresident James Wani Igga priesters van het aanwakkeren van geweld.

“Terwijl individuele kerkleiders hun eigen politieke sympathieën hebben en pastors meeleven met hun plaatselijke kerkgangers, zijn de kerken nog steeds verenigd in hun oproep om een einde te maken aan het geweld en vrede te bereiken door dialoog. In sommige gevallen nemen ze daarmee grote persoonlijke risico’s”, zegt Ashworth.

Kerk als bemiddelaar
Sommigen beschuldigen de kerken van inactiviteit tijdens de laatste burgeroorlog. Ashworth suggereert dat de SSCC na het vredesakkoord van 2005 “een adempauze heeft genomen om zichzelf opnieuw op te bouwen en te repareren.” De kerken waren niet voorbereid op de uitbraak van de oorlog in 2013 en minder capabel op dat moment. Als gevolg daarvan kostte het de kerkleiders meer tijd dan verwacht om weer capaciteit op te bouwen.

De SSCC heeft inmiddels echter een nieuwe secretaris-generaal gekozen, zegt Philip Winter, een Zuid-Soedanspecialist. Hij wijst erop dat een beroep gedaan is op de SSCC als bemiddelaar door de strijdende partijen tijdens onderhandelingen in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Eerder had de Intergouvernementele Autoriteit voor Ontwikkeling (IGAD) het op dat terrein laten afweten.

Oud zeer
Na de gesprekken in Ethiopië in juni tekenden de partijen een week later een vredesovereenkomst in Khartoem. “De SSCC weet dat hij minder effectief was dan nodig was in het recente conflict”, zegt Winter. “Daarom speelt hij nu weer een belangrijke, maar discrete rol.”

Tot de hernieuwde plannen van de SSCC behoort een nationaal Actieplan voor Vrede (APP), waarin toegewerkt wordt naar langdurige vrede, niet alleen het oplossen van het huidige conflict. Ook oud zeer uit voorgaande conflicten, dat heeft bijgedragen aan het huidige conflict, moet daarin een plaats krijgen. De SSCC zegt dat het APP een periode van tien tot twintig jaar beslaat.

Mogelijk pausbezoek
In dit stadium van het plan hoopt de SSCC op een bezoek van paus Franciscus. Eerder dit jaar had een delegatie van christelijke leiders uit Zuid-Soedan een ontmoeting met de paus waarin dat verzoek is overgebracht.

“De mensen in Zuid-Soedan verlangen naar vrede en ze verwachten een bezoek van de paus”, zei delegatielid Paride Taban, de emeritus-bisschop van Tori, na de ontmoeting met paus Franciscus. Volgens hem heeft de paus toegezegd het land te zullen bezoeken.

Paus Franciscus stelde vorig jaar samen met Justin Welby, het hoofd van de anglicaanse kerk, een bezoek aan Zuid-Soedan uit. In de media werd gesuggereerd dat dat besluit genomen was omdat het land te gevaarlijk zou zijn. Welby verklaarde echter tegenover journalisten dat het bezoek is uitgesteld om ervoor te zorgen dat het op een moment komt dat het maximale impact heeft en een zo groot mogelijke bijdrage kan leveren in het vredesproces.

Scepsis
Er bestaat echter ook scepsis over het pausbezoek. “Ik zie een pausbezoek niet meteen plaatsvinden”, zegt Berger. “De hoofdstad Juba is een trieste en door problemen geteisterde plaats op dit moment. Mensen zijn gevlucht en soms in buurlanden beland. Winkels en hotels zijn gesloten. De stad is zwaar gemilitariseerd en overal heerst honger.”

Of een bezoek van paus Franciscus blijvende impact zal hebben, is moeilijk te voorspellen. Maar de SSCC denkt dat het de moeite waard is het te proberen, nu het land er nog steeds niet in slaagt los te komen van oorlog en honger, en er een bijna constante humanitaire crisis heerst.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV