Stadstuinders in Kaapstad vrezen watertekort

Ida Karlsson – IPS. Khayelitsha, een township net buiten Kaapstad, heeft een lucratieve moestuin die wordt gerund door enkele vrouwen. Zij vrezen het watertekort dat de stad al een tijdlang in de ban houdt.

Net een jaar geleden dreigde Kaapstad als eerste metropool ter wereld droog te vallen na de ergste droogte in honderd jaar die met name de provincie West-Kaap trof. De waterreservoirs stonden zo laag dat de lokale overheid vreesde dat er op een zeker moment geen druppel meer uit de kraan zou komen. Die dag – vastgelegd op 21 april 2018- werd Day Zero gedoopt (Dag Nul).

Door strikte maatregelen en strenge rantsoeneringen waarbij elke inwoner van Kaapstad maximaal 50 liter water per dag mocht verbruiken, kwam het uiteindelijk niet zo ver. Sinds oktober vorig jaar werd de strenge waterrantsoenering opgeheven, maar de problemen met watertekorten blijven sluimerend aanwezig.

Droge bron
“Dat waterprobleem is heel demotiverend”, zegt Nancy Maqungo (71). “Bij de aanvang van de lente hebben wij hier doorgaans heel veel groeien, maar dit jaar is dat niet zo. In de zomer vind je hier zelden lege bedden, maar we kunnen niet aanplanten als er geen water is”, zegt ze.

De bron waaruit ze water putten is recent drooggevallen. “We moeten het boorgat verleggen, maar we wachten nog op de berekening van de kosten.”

De regio is erg winderig. Naast de hitte draagt de wind er ook aan bij dat het zand hier sneller dan gemiddeld opdroogt. De vrouwen van de moestuin Moya we Khaya (de geest van thuis) kweekten ook altijd pepers, maar dat kan niet meer omdat hoge temperaturen de peperplanten aantasten waardoor ze amper vruchten dragen.

Biologische rode biet
Ook al werd door betere planning en efficiënter watergebruik Day Zero vorig jaar afgewend, de watercrisis is hier nog niet voorbij. Er gelden nog altijd restricties op het gebruik van water in West-Kaap.

Ondanks alles zijn de vrouwen van de Moya we Khaya-moestuin er toch in geslaagd om pompoenen en rode biet te kweken. “Groenten kweken is zoals je kinderen helpen opgroeien”, zegt Maqungo. “Je moet ze koesteren en op tijd voeden.”

Maqungo is een van de 12 vrouwen uit de sloppenwijk die instaan voor het beheer van de moestuin. “We gebruiken geen chemische middelen en produceren biologische groenten. We doen aan vruchtwisseling en laten om de zoveel tijd delen van het land rusten om te voorkomen dat de voedingsstoffen in de bodem uitgeput geraken.

Verkoop op scholen
Nancy Maqungo haalt een inkomen van 700 tot 2000 rand (tussen 45 en 125 euro) per maand uit haar moestuin. Vorige week kon ze tien kilo rode biet oogsten.

“We verkopen groenten aan scholen en aan particulieren”, zegt ze. “Als ouders hun kinderen oppikken op school, kunnen ze daar meteen ook groenten kopen.”

Lokale voedselproductie stimuleren
Moya we Khaya is een van de meer dan honderd gemeenschapstuinen onder de paraplu van Abalimi Bezekhaya (‘boeren van het huis’ in de plaatselijke taal Xhosa). Deze ngo werd in 1982 opgericht en is deel van een wereldwijde internationale beweging die bewoners van sloppenwijken aanspoort zich te engageren in de lokale voedselproductie.

Abalimi Bezekhaya heeft onder meer onderhandeld over de toegang tot talrijke verwaarloosde stukken land waar niet mag worden gebouwd omdat de ondergrond onder meer niet stabiel genoeg is, maar waar wel stadsmoestuinen kunnen worden ingericht.

Khayelitsha ligt aan de rand van Kaapstad en wordt voor een groot deel bevolkt door migranten en mensen die het platteland in de provincie West-Kaap zijn ontvlucht. Volgens het Afrikaanse Food Security Urban Network, is 89 procent van de gezinnen in deze wijk matig tot ernstig voedselonzeker. Stedelijke landbouw is voor hen een belangrijke bron van voedsel.

Een foto van Nancy Maqungo in de moestuin Moya we Khaya in Khayelitsha vindt u hier. Credit: Ida Karlsson/IPS.

Bookmark the permalink.

Comments are closed.

  • Nu op Africa Web TV