Transformatie van Afrika, met dank aan Indiase investeerders

Akinwumi Adesina – IPS. Afrika en India zijn beide continenten met een rijke diversiteit, een gelijkaardig landschap, een gedeeld koloniaal verleden en gelijklopende economische en demografische uitdagingen. Dat leidt ertoe dat Afrika en India bijzonder goed samenwerken.

Onze samenwerking is zowel een wederzijds privilege als een prioriteit. Op het einde van de Top over India en Afrika in 2015 heeft de Indiase premier Modi substantiële middelen en steun aangekondigd om onze relatie alle kansen te geven. Er werd een India-Afrika Ontwikkelingsfonds opgericht, een India-Afrika Gezondheidsfonds, en er kwamen 50.000 beurzen voor Afrikaanse studenten in India.

India’s bilaterale handel met Afrika is de laatste tien jaar vervijfvoudigd, van 11,9 miljard dollar in 2005-2006 naar 56,7 miljard in 2015-2016. Dit cijfer zal stijgen tot naar schatting 100 miljard dollar in 2018.

Dit is grotendeels de verdienste van initiatieven van de private sector in India, want ook hier zitten we op dezelfde golflengte. We begrijpen en waarderen dat die particuliere sector het cruciale element in de transformatie van Afrika zal zijn.

Afrikaanse landen zijn het doelwit van Indiase investeerders door de hoge groeimarkt en de vele minerale rijkdommen. India is het vijfde grootste land dat in Afrika investeert. In de afgelopen 20 jaar bedroegen die investeringen 54 miljard dollar, 19,2 procent de totale directe buitenlandse investeringen.

Tegelijkertijd krijgt een getransformeerd Afrika vorm. Ondanks de moeilijke wereldwijde economische situatie, tonen de Afrikaanse landen veerkracht. Hun economie groeide gemiddeld met 2,2 procent in 2016 en verwacht wordt dat dit in 2017 naar 3,4 procent zal stijgen. Nochtans vertellen die gemiddelden niet altijd het ware verhaal. In werkelijkheid kenden veertien Afrikaanse landen een economische groei van meer dan 5 procent in 2016; achttien landen groeiden tussen 3 en 5 procent. Dat is een opvallende prestatie in een periode waar recessie wereldwijd groei belemmert.

Afrikaanse middenklasse groeit
In 2050 zal Afrika ruwweg hetzelfde aantal inwoners tellen als China en India vandaag samen. De vraag en noden zullen hoog zijn want de middenklasse groeit en bijna een miljard mensen zullen tegen die tijd tot een jonge, ambitieuze en hardwerkende klasse behoren. Steden zullen uit hun voegen barsten terwijl de bevolking (en de economische verwachtingen) exponentieel zullen groeien over het hele continent.

Dit is de toekomst die Afrika en India samen moeten vormgeven in een strategisch partnerschap. En nergens is die samenwerking meer nodig dan op het vlak van infrastructuur.

Bovenaan de lijst prijken energie en elektriciteit. Vandaag hebben 645 miljoen Afrikanen geen elektriciteit ter beschikking. Dat is waarom de Afrikaanse Ontwikkelingsbank vorig jaar de New Deal on Energy for Africa lanceerde. De doelstelling? Universele toegang tot elektriciteit binnen tien jaar. Daarvoor investeren we 12 miljard dollar in de energiesector in de komende vijf jaar, aangevuld met 45 à 50 miljard uit de private sector. We zorgen ervoor dat 130 miljoen mensen aangesloten worden op het elektriciteitsnet, 75 miljoen mensen voorzien worden van systemen buiten het net, en 150 miljoen mensen toegang krijgen tot duurzame energie om te koken.

De Afrikaanse Ontwikkelingsbank springt mee op de kar van duurzame energie en ontwikkelde onder meer samen met de Afrikaanse Unie het Africa Renewable Energy Initiative, dat al op meer dan 10 miljard dollar aan investeringen kan rekenen van landen van de G7.

Elektriciteit en infrastructuur
Universele toegang vereist heel grote investeringen. Sommigen schatten dat Afrika tot 2030 jaarlijks 43 tot 55 miljard dollar nodig heeft, in plaats van de huidige investeringen ter waarde van 8 à 9,2 miljard.

Deze kloof moet dus gedicht worden. Dat zal onder meer moeten gebeuren door de eigen, binnenlandse middelen te mobiliseren: belastinginkomsten (die overschrijden 500 miljard dollar per jaar), het pensioenfonds (dat zal tegen 2025 13.000 miljard dollar in kas hebben), Afrikaanse privéfondsen (164 miljard dollar).

Om belangrijke investeringen van institutionele investeerders aan te trekken moet infrastructuur een beleggingscategorie worden. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank heeft Afrika50 gelanceerd, een nieuwe infrastructuur-cel, met 865 miljoen dollar kapitaal uit Afrikaanse landen, die de ontwikkeling van infrastructuurprojecten en projectfinanciering moet helpen versnellen. Later dit jaar zal de Afrikaanse Ontwikkelingsbank het Africa Investment Forum lanceren om Afrikaanse en wereldwijde pensioenfondsen en privékapitaal te beleggen in investeringen in Afrika.

Ook de Afrikaanse bedrijfsomgeving blijft verbeteren, de regelgeving wordt eenvoudiger en het overheidsbeleid bevordert wereldwijde investeringen.

De transformatie van Afrika is volop bezig. We smeden samenwerkingsverbanden rond energie, de industrialisering van de landbouw en voedselverwerking.

In al deze sectoren zie ik bloeiende samenwerkingen met Indiase partners, zoals de samenwerking met de Indiase Exim Bank en de ontwikkeling van publiek-private partnerschappen, de ontwikkeling van infrastructuur en financiën.

India is al een van de hoogste bieders voor projecten van de Wereldbank. Dit is een weerspiegeling van de enorme expertise van het land op het vlak van zaken zoals engineering, onderwijs, ICT, de ontwikkeling van spoorwegen, productie en industrialisatie. Samenwerken met zo’n betrokken investeerder in Afrika, is een waar genoegen.

Akinwumi Adesina is voorzitter van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Voordien was hij minister van Landbouw en Plattelandsontwikkeling in Nigeria.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV