Un petit rien

Mart Hovens. De verstopping van de afvoer is ontdekt. Bij de buren. Een deel van de afvoer loopt buiten ons huis over hun erf. De loodgieter en de wacht gingen poolshoogte nemen maar werden weggejaagd door de buurvrouw. De loodgieter kon nog net zien dat de pijp afgesloten en gesloopt was.

Ik reageerde geschokt. “Tja, zo zijn wij Congolezen” verzuchtte hij. Hij gaat met onze verhuurster een oplossing zoeken. Dat betekent sowieso moeizaam koken, veel breekwerk en lelijke buizen in huis. En misschien moeten we dat nog zelf betalen ook.

Een paar dagen later komt ingenieur langs om te kijken waar de nieuwe afvoer kan komen. Dat lijkt nog niet gemakkelijk te worden. Wel heeft hij de buren een ‘petit rien’ gegeven en mag ons afwaswater voorlopig weer via hun erf weglopen. Ik heb de overtuiging dat de buren de zaak afgesloten hebben, juist om zo’n ‘petit rien’ te krijgen. Alles, maar dan ook alles draait hier om geld. Ook dat is een facet van grote armoede.

Uit de Global Hunger Index 2017 blijkt dat er in Congo veel ondervoeding is. 1 op de 10 kinderen sterft voor zijn vijfde jaar en 40% van de kinderen heeft een groeiachterstand. Het onderwijs is officieel gratis maar de ouders betalen het in de praktijk zelf omdat de overheid noch leraren noch materialen bekostigt.

Desondanks wordt er jaarlijks voor ongeveer 10 miljard dollar aan coltan, kobalt en koper aan de Congolese bodem onttrokken om onze apparaatjes goed te laten werken. “In den beginne had God een mand vol met geschenken. Hij deelde die aan alle landen uit. Toen Hij op het eind in Congo kwam, was Hij doodmoe en zei: Hier, de rest is voor jullie.” Zo gaat de legende hier. Dit is wat Congo tot een geologisch schandaal maakt.

Toen de wereld rubber nodig had voor de banden van de net uitgevonden auto, liet koning Leopold II de Congolezen rubber tappen tot ze er dood bij neervielen (of hun handen afgehakt werden als ze niet genoeg tapten). Toen elektriciteit opkwam, was koper nodig. Het Belgische UMHK zorgde daarvoor. Op het eind van de Tweede Wereldoorlog was uranium nodig voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki , Congo leverde het. Daarna goud en diamant voor de nieuwe industrieën en de nieuwe elite in de westerse wereld. En tegenwoordig coltan en kobalt voor onze digitale apparaten, het overgrote deel komt uit Congo.

Zodoende voedt het land de rest van de wereld met mineralen zodat de rest van de wereld steeds welvarender wordt. Zodoende voedt de rijkdom aan grondstoffen de voortdurende conflicten in Congo. Zodoende heeft geen enkele belanghebbende, ondernemer of politicus, zin in een machtswisseling. Zodoende is er steeds maar één slachtoffer: de gewone hardwerkende Congolees.

Waar de inkomsten uit deze bodemschatten blijven is duidelijk: bij Kabila en zijn familie. Ze bezitten 80 bedrijven en mijnconcessies in Congo. Kabila bezit 70.000 ha landbouwgrond en diamantlicenties voor een strook van 700 km langs de grens met Angola. Dat levert hem tientallen miljoenen dollars per jaar op. Belastingvrij want de bedrijven staan geregistreerd in Panama, Maagdeneilanden en Luxemburg. (De cijfers komen van de Congo Research Group).

Geen wonder dat de president, intussen bijna een vol jaar illegaal aan de macht, geen enthousiasme opbrengt om nieuwe verkiezingen te organiseren. Geen wonder dat de kiescommissie en het gepaaide deel van de oppositie hem daarin steunen. Zij genieten ongetwijfeld van een flink ‘petit rien’: een ‘grand rien’ ofwel een ‘petit beaucoup’ dus. Ik vermoed zelfs een ‘grand beaucoup’.

Het gevolg van deze politieke impasse is dat steeds minder geld vanuit het buitenland binnenkomt. Steun van internationale organisaties als UNICEF en van landen als België neemt af. Onderwijs en gezondheidszorg zijn alleen nog maar toegankelijk voor degenen met wat geld. Honger en kindersterfte zullen verder toenemen. Voor de meest kwetsbaren is er dus zelfs geen ‘petit rien’.

Van de Nederlandse kant is ook niet veel hoop te verwachten. Het verse regeerakkoord levert zo ongeveer iedereen in Nederland een ‘petit rien’ op maar over de grens valt dat tegen. Veel geld van Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om de immigratie van kwetsbare mensen naar ons welvarende land te stoppen. Marc Broere noemt het toekomstige ministerie in de Vice Versa dan ook het ‘Ministerie van Immigratiebeperking’. Bert Wagendorp noemt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Volkskrant ‘het Ministerie van Binnenlandse Zaken met buitenland in de portefeuille’. We raken steeds meer naar binnen gekeerd.

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV