Wat kunnen Afrikaanse landen verwachten met het Frankrijk van Macron?

Meera Venkatachalam en Amy Niang – IPS. De Franse verkiezingen hebben niet alleen in Frankrijk de gemoederen beroerd. Ook miljoenen Afrikanen volgden de verkiezingen op de voet. Want elke nieuwe president in het Elysée speelt nog steeds een belangrijke rol in zo’n twintig voormalige Franse kolonies in Afrika.

De voormalige Franse kolonies zijn al zes decennia onafhankelijk, maar Frankrijk heeft er altijd een belangrijke invloed behouden, met name op militair en monetair vlak. Onder uiteenlopende presidenten is het Franse beleid daarbij relatief gelijk gebleven: neokoloniaal en melancholisch naar het verloren rijk.

Zou dat onder Emmanuel Macron veranderen? In tegenstelling tot de vorige presidenten heeft Macron openlijk spijt betuigd over sommige aspecten van het Franse koloniale verleden. Tijdens de verkiezingsstrijd leek hij zich soms te generen voor de Franse neokoloniale dominantie en voorstander zijn van een lossere aanpak.

Maar kritiek uiten op het Franse koloniale verleden is een ding. Om het Franse zelfvertrouwen te herstellen, zoals Macron heeft beloofd, zal vooral continuïteit nodig zijn.

Een lange betrokkenheid
In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog formuleerde Charles De Gaulle een strategie die erop gericht was de Franse betrekkingen met Afrika te definiëren in het post-imperialistische tijdperk.

Het plan bestond erin het Franse aanzien in de wereld te versterken door een langdurige betrekking met de voormalige kolonies te garanderen. De korte Franco-Afrikaanse Unie in de jaren veertig en vijftig was zelfs een poging om een federatie te smeden tussen Frankrijk en zijn voormalige kolonies.

In de plaats daarvan ontstond in de Franssprekende landen van West- en Centraal-Afrika een netwerk van Franse commerciële, militaire en politieke belangen. Die bestendigden vooral de status quo van de Afrikaanse economische en politieke elites.

“Francafrique”, zoals het systeem ook wel genoemd wordt, deed sterk aan het koloniale systeem denken: de voormalige kolonies voorzagen Frankrijk van grondstoffen en mineralen, en stelden hun markt open voor Franse producten. Als wederdienst hielp Frankrijk de nationale veiligheid bewaren en voorzag het in een gestage stroom van hulp.

Frankrijk nam het ook op voor Fransgezinde leiders, zoals Leopold Sédar Senghor in Senegal en Felix Houphouet-Boigny in Ivoorkust. En Frankrijk behield stevige controle over de CFA, de basismunt in Centraal- en West-Afrika.

Tijdens het bewind van Francois Mitterrand (1981 – 1995) werden ook nog eens zestigduizend Franse militaire gestationeerd in Fransgezinde Afrikaanse landen. Daar steunden ze verschillende bedenkelijke regeringen, waaronder het Hutu-regime van Juvenal Habyarimana in Rwanda.

Maar na de aanslagen van 11 september veranderde de relatie tussen Frankrijk en de voormalige kolonies. De Sahel en Noord-Afrika werden een nieuw front in de strijd tegen terreur. Franse investeringen en betrokkenheid bij de ontwikkeling verbleekten en maakten de weg vrij voor een nieuws systeem van “bilaterale steun”. Het beleid richtte zich nu vooral op het beschermen van economische belangen.

Onder president Jacques Chirac (1995-2007) werd het Franse beleid duidelijk interventionistisch. In 2002 breidde Frankrijk de militaire steun voor Laurent Gbagbo in Ivoorkust uit toen zijn regime bedreigd werd door rebellen. Frankrijk bleef sterk betrokken in Ivoorkust tot 2011, toen Gbagbo het onderspit delfde na een hard bevochten verkiezingsstrijd.

Post-Chirac
Chirac was de laatste van de paternalistische, Gaullistische Franse leiders. Na zijn bewind werd Frankrijk onomwonden mercantilistisch: het bleef in Francofoon Afrika om er Franse staatsburgers en zijn economische belangen te beschermen, en om een tegenwicht te vormen voor de Chinese concurrentie op het vlak van grondstoffen en markten.

Chiracs opvolger Nicolas Sarkozy had weinig empathie voor Afrika. Sarkozy’s aanpak richtte zich vooral op immigratie, een belangrijk thema in zijn regering. Om die immigratie een halt toe te roepen, investeerde Frankrijk in onderwijs in de voormalige koloniën.

De socialistische president Francois Hollande (2012 – 2017) toonde meer betrokkenheid bij Afrika dan welke president ook ervoor. Tijdens zijn presidentschap greep Frankrijk verschillende keren militair in als de Franse belangen in gevaar leken, met name in Mali. Er waren ook militaire operaties in Ivoorkust en de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Wat begon als een ideologisch beleid van “soft power” via culturele en economische banden tussen Frankrijk en Afrika was stilaan veranderd in een dwingende, gemilitariseerde relatie.

Het tijdperk Macron
Tijdens zijn verkiezingscampagne zei Emmanuel Macron in Le Figaro dat Frankrijks koloniale bezetting van Algerije besmeurd was door “misdaden tegen de menselijkheid” en “daden van barbarisme.”

Macron is daarmee de eerste Franse president die spijt betuigt. Hij pleit ervoor de banden met Afrika te lossen, de CFA uit te faseren en Franse troepen terug te trekken als de Afrikaanse landen daarom vragen.

Maar zestig jaar na de onafhankelijkheid van de voormalige kolonies blijven Frankrijk en francofoon Afrika diep verbonden. Franse bedrijven hebben nog altijd een quasi-monopolie in de meest strategische sectoren van de economie in de landen, zoals het stroomnet, telecommunicatie, infrastructuur, havens en vliegvelden. De Franse invloed is duidelijk merkbaar in de buitenlandse standpunten die de Afrikaanse landen innemen.

Macron is een neoliberaal en voormalige investeringsbankier die vastbesloten is het Afrikaanse continent te openen voor meer handel, zelfs al is er bezorgdheid over de stabiliteit en veiligheid. Zijn eerste bezoek buiten Europa was bij de Franse militairen in Mali. Sommigen zien dat als een teken dat Frankrijk ook onder zijn presidentschap een stevige militaire vinger in de pap zal houden in Afrika, ondanks zijn spijtbetuigingen tijdens de campagne.

Bron: The Conversation

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV