Wat Liberia kan leren van Mali

Fred van der Kraaij. Afgelopen zaterdag 31 maart kwam Al Hassan Ag Abdoul Aziz Ag Mohamed Ag Mahmoud in Nederland aan. Hij was enkele maanden geleden in het noorden van Mali gevangen genomen door Franse militairen en is nu door de regering van Mali uitgeleverd om berecht te worden door het Internationale Strafhof in Den Haag. Al Hasssan wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaan in de beroemde historische stad Timboektoe, Mali, in 2012 en 2013.

Hij was daar toen hoofd van de religieuze politie en in die positie verantwoordelijk voor martelingen, verkrachtingen, sexuele slavernij (via gedwongen huwelijken) en vervolging van de inwoners van Timboektoe op grond van hun religieuze overtuiging of geslacht, en andere onmenselijke handelingen.
Mali was in 2012 in een diepe politieke crisis geraakt waar het land nog steeds niet uit is opgekrabbeld. In dat jaar pleegden militairen een staatsgreep tegen de democratisch gekozen regering van Amadou Toumani Touré, lokaal bekend onder zijn initialen, ATT.
De coupplegers waren onder meer ontevreden over de manier waarop ATT een Toeareg-opstand bestreed. Het machtsvacuum dat na de coup ontstond gaf jihadistische en aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties de kans om een groot deel van het noorden van het land onder de voet te lopen, waar zij vervolgens een islamitische terreur uitoefenden onder het mom van de Sharia (islamitisch recht). Voormalige kolonisator Frankrijk schoot Mali begin 2013 te hulp en veegde het land schoon van terroristen en jihadisten. Althans, op het eerste gezicht. In feite is het sindsdien geen dag rustig geweest in het noorden van het land. De plegers van de staatsgreep belandden in de gevangenis en medio 2013 werd een bekende politicus en voormalige Eerste Minister democratisch en met een grote meerderheid van stemmen gekozen tot president van het land. Zijn naam: Ibrahim Boubacar Keita, bekend onder zijn initialen IBK.
Al Hassan is niet de eerste Malinees die terecht staat wegens misdaden die zijn begaan in de onrustige en instabiele periode na de staatsgreep van 2012. Eerder is de Malinees Ahmad al-Faqi al-Mahd berecht. Hij werd in 2017 door het Internationaal Strafhof veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf wegens zijn rol in de vernietiging van cultureel erfgoed – historische grafmonumenten – in Timboektoe, de historische stad die Malinezen en veel Afrikanen in de Sahel beschouwen als een heilige stad. Zijn proces en veroordeling waren historisch: de eerste keer dat iemand werd veroordeeld voor oorlogsmisdaden die bestonden uit de vernietiging van kunstschatten en cultureel erfgoed.

De uitlevering van Ahmad al-Faqi al-Mahd en nu dus van Al Hassan door president Keita is een opsteker voor nationale en internationale organisaties die strijden tegen onrecht, oorlogsmisdaden en de straffeloosheid die in veel landen bestaat. Een van die landen is Liberia. Hier is eind januari 2018 een nieuwe president aangetreden, de in politiek opzicht onervaren, maar wereldbekende voormalige stervoetballer George Weah. Sinds zijn inauguratie doen mensenrechtenorganisaties een beroep op hem om degenen te vervolgen die verantwoordelijk zijn voor de gruwelijke oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen die in Liberia tijdens de 14 jaren van burgeroorlog zijn gepleegd (1989-2003). President Weah’s voorganger, Ellen Johnson Sirleaf – bekend omdat zij Afrika’s eerste democratisch gekozen vrouwelijke staatshoofd was – heeft het tijdens haar twee regeringsperioden (2006-2018) laten afweten om van oorlogsmisdaden verdachte Liberianen te vervolgen. Haar eigen betrokkenheid bij het begin van de burgeroorlog – ze werkte aanvankelijk samen met Charles Taylor – zal hieraan niet vreemd zijn. George Weah heeft zichzelf in een lastige situatie gemanoeuvreerd: zijn vice-president is de ex-vrouw van de voormalige Liberiaanse president Charles Taylor, die momenteel in Engeland een gevangenisstraf van 50 jaar uitzit wegens oorlogsmisdaden waarvoor hij verantwoordelijk was in buurland Sierra Leone. Gevreesd wordt dat Charles Taylor achter de schermen politiek actief is en de huidige sitatie in Liberia probeert te beïnvloeden. Het recente besluit van president Weah om een voormalige naaste medewerker van Charles Tayor op een ongekend hoge positie te benoemen verontrust velen die gehoopt hadden dat hij ernst zou maken met de uitvoering van de aanbevelingen van de Liberiaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. Een aantal aanbevelingen betreft de vervolging van in het eindrapport van de commissie met name genoemde Liberianen die beschuldigd worden van betrokkenheid bij of verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Dit rapport verscheen al in 2009 maar is door Ellen Johnson Sirleaf in een diepe la gestopt, ook omdat ze er zelf in werd genoemd. Het gevolg is dat oorlogsmisdadigers nog steeds vrij rondlopen in Liberia en dat slachtoffers van de burgeroorlog nog dagelijks worden geconfronteerd met degenen die verantwoordelijk zijn voor hun lijden en trauma’s. Een aantal van hun beulen bekleedt belangrijke officiële posities, benoemd door President Sirleaf. Een van de beruchtste warlords zit zelfs in het parlement. Hij is degene die in 1990 de toenmalige president Samuel Doe voor het oog van de wereld (via een camera) liet doodmartelen. George Weah moest het vorige jaar tijdens de verkiezingen tegen deze parlementariër opnemen. Een andere presidentskandidaat, waarschijnlijk de rijkste man van Liberia, was een naaste medewerker van krijgsheer-president Taylor. De lijst van ongestrafte oorlogsmisdadigers in Liberia is lang.
Liberia heeft niet de financiële middelen en ook niet de capaciteit om processen te voeren tegen de belangrijkste van oorlogsmisdaden verdachte Liberianen. Hetzelfde argument geldt voor Mali. Om deze reden heeft president Ibrahim Keita besloten om de hulp in te roepen van het Internationale Strafhof. Wat houdt President Weah tegen om het voorbeeld van Mali te volgen?

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV