Wat zuidelijk Afrika kan leren van andere landen over droogte

Andrew Slaughter en Sukhmani Mantel – IPS. Landen in Zuidelijk Afrika moeten geïntegreerde plannen doordrukken om met de toenemende watertekorten om te gaan. Ze kunnen daarbij veel leren van de manier waarop landen als Israël en Australië dat hebben gedaan, schrijven Andrew Slaughter en Sukhmani Mantel, waterdeskundigen aan de universiteiten van Rhodes en Saskatchewan.

De neerslagpatronen zijn altijd erg wisselvallig geweest in Zuidelijk Afrika, met grote verschillen tussen de jaren en de verschillende regio’s.

De totale hoeveelheid jaarlijkse neerslag lijkt de voorbij eeuw niet erg veranderd in het gebied. Maar de neerslag is wel nog onvoorspelbaarder en meer veranderlijk geworden: droogte en overstromingen komen frequenter voor. Stadsbesturen, landbouwers en burgers moeten zich aanpassen aan die omstandigheden.

Specifieke situatie
De ervaringen van andere landen kunnen daarbij belangrijke lessen leren. Niet alle ideeën zijn toepasbaar, gezien de beperkte financiële middelen in de regio. Zo kunnen de landen in Zuidelijk Afrika zich geen dure infrastructuurprojecten veroorloven. En ook van de individuele gezinnen in de regio kan niet verwacht worden dat ze dure waterbesparende technologie aankopen. De regio moet dus kiezen voor eenvoudige, maar efficiënte oplossingen.

Sommige droge landen zijn gedwongen om nieuwe technologieën en strategieën te ontwikkelen om met de extreme droogte om te gaan. Australië en Israël bijvoorbeeld zijn veerkrachtiger geworden naarmate de klimaatverandering meer frequente droogtes heeft gebracht.

Twee derde van de oppervlakte van Israël bestaat uit woestijn en de rest van het land is aride. Toch heeft het land manieren gevonden om met watertekorten om te gaan. Hetzelfde geldt voor Australië, waar een aanhoudende droogte tussen 1997 en 2009 Melbourne dwong maatregelen te nemen om water te besparen. De inwoners begonnen anders met water om te gaan en doen dat nog steeds: ze gebruiken gemiddeld een kwart van het water in vergelijking met de gemiddelde inwoner van Californië.

Israël
Israël heeft gedurende meerdere decennia een gecentraliseerd waterbeheersysteem opgebouwd. Het heeft continu geïnvesteerd in technische innovaties, beter watergebruik en de ontwikkeling van plannen op lange termijn.

Onder de innovaties zijn een systeem waarbij het noorden water levert aan alle andere delen van het land, extreem diepe waterputten en ontziltingsinstallaties aan de kust. Israël recycleert ook afvalwater en spoort burgers aan om waterbesparende technologie te gebruiken.

Maar de grootste innovatie is te vinden op het vlak van irrigatie. Israël heeft een efficiënt druppelsysteem ontwikkeld dat het waterverbruik met 75 procent vermindert tegenover andere technieken.

Australië
Australië heeft dan weer wetten aangenomen die de federale overheid toelaten om Melbourne de nodige middelen te geven voor een geïntegreerd antwoord op de droogte. Er is ook meer macht voorzien voor een regionale waterbeheerder die samenwerking tussen de waterbedrijven, stedelijke instellingen en beheerders van reservoirs kan opleggen.

De overheid investeerde ook in infrastructuur, waaronder een pijpleiding en een ontziltingsinstallatie.

Gezinnen werden aangemoedigd om water te besparen met technologie en gedragswijzigingen. Er kwamen ook subsidies voor grijswatersystemen (met water dat relatief schoon genoeg is om opnieuw gebruikt te worden voor bijvoorbeeld een bad of de wasmachine – in tegenstelling tot afvalwater van het toilet) en regenwatertanks.

Er kwamen ook beperkingen op het watergebruik en simpele marketingelementen zoals grote bilboards met de stand van de reservoirs.

Tegen 2010 gebruikten de inwoners van Melbourne nog maar de helft van wat ze in 1997 gebruikten. En dat gedrag is niet meer veranderd: de stad is nu beter bestand tegen toekomstige periodes van droogte.

De weg vooruit voor Zuidelijk Afrika
Het is duidelijk dat ook Zuidelijk Afrika op verschillende fronten actie moet ondernemen. De landen moeten nieuwe wetgeving goedkeuren die een geïntegreerde aanpak mogelijk maakt.

Ze moeten investeren in infrastructuur en alternatieve bronnen van watervoorziening.

Onze eigen studie over hoe watermaatschappijen kunnen veranderen, hield rekening met de toekomstige klimaatverandering en ontwikkelingsnoden. We raden een adaptief beheer aan in combinatie met continue monitoring.

Een adaptief beheer draait om een beslissingsproces dat de manier van werken evalueert en aanpast aan de veranderende omstandigheden. Het houdt bijvoorbeeld voortdurend rekening met het beschikbare water door het variabele klimaat (aanbod) en de verbruikte hoeveelheid (vraag). Op die manier kunnen trends op het vlak van vraag en aanbod voorspeld worden op basis van de wetenschap, en kan met meer vertrouwen infrastructuur ontwikkeld worden.

Gedragsverandering
De regio moet ook investeren in innovatieve manieren om water te besparen. Dat houdt ook gedragsverandering in. Voorlichtingscampagnes op televisie of via reclamepanelen kunnen daarbij erg effectief zijn. Ook eenvoudige technologieën zoals regenwatertanks vormen een deel van de oplossing.

En landen in Zuidelijk Afrika moeten ook beter en efficiënter omgaan met het water dat ze hebben. Ze kunnen beter plannen, het afvalwater hergebruiken en de infrastructuur beter onderhouden om lekken en verspilling te vermijden.

De landbouw gebruikt grote hoeveelheden water: tot 70 procent van al het waterverbruik ter wereld. Overschakelen op technieken zoals druppelirrigatie kan heel wat water uitsparen.

Bron: The Conversation

Bookmark the permalink.

Comments are closed

  • Nu op Africa Web TV